Haar laatste geschenk

door Natalie Kelmus (Vertaald uit Guidepost Magazine)

“Maak je vooral geen zorgen, maar kom alsjeblieft zo snel als je kunt.” Zo luidde het telegram dat ik ontving van mijn zus, Eleanor. Ik was juist in Londen aangekomen om wat zaken te regelen met een Britse filmmaatschappij en dit kwam erg on- gelegen. Maar het bericht stak als een dolk door mijn hart. Geen goed nieuws. Eleanor was al een tijdje ziek en ik kende haar natuurlijk door en door. Nee, dit was haar lieve, zachte manier om me te vertellen dat haar dagen geteld waren.

Ik kon het maar moeilijk verwerken. Eleanor was altijd positief en vriendelijk en ze straalde een innerlijke blijheid uit. Altijd een bron van inspiratie voor de mensen om haar heen. Ze had die kostbare gave om iedereen net dat ene zetje te geven dat nodig was om het leven van de zonnige kant te bekijken.

Toen ze voor het eerst gehoord had dat ze te maken had met die gevreesde medische vijand, kanker, hadden de doktoren haar ernstig verteld dat ze niet lang meer te leven had. Maar het leek wel alsof het haar niets uitmaakte. Ze was nog steeds een en al interesse voor de mensen om haar heen en haar ster- ke, krachtige geloof in God leed niet in het minst onder deze jobstijding.

Maar nu had ze me dan toch nodig. Ik vloog dus direct weer terug naar Amerika en spoedde me naar Eleanor. Ik verwacht- te een zieke, uitgeteerde zuster in bed. Wie schetst mijn verbazing toen ik haar welgemoed, met een grote glimlach op haar gezicht, op de bank zag zitten. Ze leek eigenlijk nog het meest op een ondeugende tiener en zeker niet op een ongeneeslijk zieke vrouw.

“Natalie,” zei ze blij terwijl ze haar armen naar me uitstak. “Ik ben zo blij dat je er bent. Wij hebben samen zoveel te bespreken.” Iemand die niet wist dat ze ziek was, zou ongetwijfeld gedacht hebben dat ik gewoon even kwam buurten.

Toen Eleanor die avond naar bed was gegaan belde de dokter op. Die wilde nog even persoonlijk met me spreken.

“Mevrouw Kalmus,” zei hij. “Ik denk dat het erg zwaar voor U gaat worden. Ik wilde U op het ergste voorbereiden, want ik ben bang dat de laatste uren van Uw zuster echt heel pijnlijk zullen zijn.”

Medisch gesproken had die man natuurlijk gelijk. Maar als ik dacht aan dat stralende gezicht van mijn zuster kon ik het eigenlijk niet geloven. Ik had het vreemde gevoel dat de kracht van mijn zusters geest de pijn misschien wel aan kon.

De dagen daarna zag ik tot mijn verbazing dat Eleanor veel dingen deed die volgens de doktoren eigenlijk niet mogelijk waren. De doktoren probeerden hardnekkig om Eleanor voor te bereiden op haar laatste, duistere uren, maar ze weigerde eenvoudig om daar op in te gaan. Op een avond vroeg ze of ik bij haar wilde komen zitten.

“Natalie, je moet me beloven dat je er voor zorgt dat ze me niet volstoppen met drugs. Ik weet wel dat ze mij de pijn wil- len besparen, maar ik wil helemaal bij mijn volle bewustzijn zijn. Ik weet gewoon zeker dat de dood iets moois is, een prachtige ervaring.”

Ik beloofde haar dat, maar later toen ik alleen in mijn kamer was, huilde ik grote, dikke tranen. Wat een moed had deze vrouw.

En terwijl ik die nacht onrustig in mijn bed woelde, begon ik me te realiseren dat wat wij als een verschrikking ervaren, door mijn zuster heel anders beleefd werd. Voor haar was de dood haast als een overwinning.

De dagen daarna zat ik bijna voortdurend op de rand van haar bed. We praatten samen nog over van alles en nog wat. Ik bewonderde haar stille, kalme vertrouwen in het leven na dit leven. Nooit werd de fysieke pijn zo erg dat haar geestkracht er onder leed.

En toen, op een zonnige middag, zomaar op- eens, besloot Eleanor om een etentje te organiseren voor een aantal vrienden. Gewoon een feestje, alsof er niets aan de hand was. Eleanor grinnikte ondeugend en was in de beste stemming. Ze was zo blij dat ik het haar ge- woon niet kon weigeren.

Op de avond van het etentje was Eleanor sta- tig gekleed en verborg ze de pijn die ik wist dat ze moest hebben. We hielpen haar naar beneden voordat de gasten zouden komen en plaatsten haar in haar geliefde stoel. Daar zat ze dan, in haar gele avondjurk. Ze zat vol levenslust.

Het feestje was een groot succes. De gasten merkten niets van de pijn en de ziekte die ze had en die door mijn zuster zo vakkundig op de achtergrond werd gedrukt.

Maar na het feestje was het wel duidelijk hoe moe ze was. Toen wij haar naar bed droegen stonden er diepe, zware lijnen op haar gezicht gegroefd en drong het tot me door dat mijn zuster al wist dat haar laatste uren erg dicht- bij gekomen waren.

Ze mompelde steeds weer opnieuw: “Lieve God. Help mij om helder te blijven tot het laat- ste toe en geeft U mij vrede.”

Op een gegeven moment dommelde ze even weg. De verpleeg- ster ging bij haar zitten zodat ik even weg kon, maar een paar minuten later riep ze me weer. Ze was stervende.

Ik ging weer op haar bed zitten en pakte haar hand vast. Gloei- end heet. Toen richtte ze zich opeens op, bijna tot in een zittende positie.

“Natalie…Natalie”, zei ze opgewonden. “Het zijn er zoveel. Ik zie Fred…en Ruth…Ruth ? Wat doet zij nou hier? O, ik weet het al!”

Er ging een schok door me heen. Ruth was haar nichtje. Die was een week geleden onverwachts overleden, maar niemand had haar dat willen vertellen.

Ik wist toen dat ik getuige was van een heel bijzonder moment. Haar stem was heel helder. “Het zijn er zoveel… Zoveel. Het is wel verwarrend!” Opeens strekte ze blij haar armen uit, net als toen ze mij had verwelkomd en zei : “Ik ga nu. Ik ga nu!”

Toen sloeg ze haar arm om mijn nek en verslapte. Terwijl ik haar zachtjes in bed teruglegde met haar hoofd op haar kussen lag er een gelukkige glimlach op haar gezicht. Dit is de erfenis die ze mij heeft nagelaten. Het laatste, prachtige geschenk dat ze mij heeft gegeven. Ik heb die dag zelf gezien hoe flinterdun de sluier is die het leven scheidt van de dood. Het was mij toe- gestaan om even een kijkje te nemen in die wonderbaarlijke wereld die ons staat te wachten na dit leven, de waarheid van het eeuwige leven. Angst voor de dood? Nee, die ben ik die dag volledig kwijtgeraakt.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.