Slechts één ding

Ik heb de Here slechts één ding gevraagd, daar gaat mijn hele hart naar uit: dat ik mijn hele leven in het huis van de Here mag blijven. Om de lieflijkheid van de Here te kunnen zien en steeds meer over Hem te leren in zijn tempel.
-Psalm 27:4

Slecht één ding vroeg David aan de Heer. Eén ding maar? David bad ongetwijfeld om een grote verscheidenheid aan dingen, maar het ging hem uiteindelijk maar om één ding waar zijn hart naar uitging en dat ene ding was God zelf. De mens die veel verschillende verlangens najaagt is als een golf aan het strand. Schuimend en bruisend, vaak met veel lawaai. Maar altijd zonder houvast en nooit stabiel. Wat wij ook doen en waar wij ons ook mee bezig houden, al onze affecties zouden steeds gericht moeten zijn op die ene genegenheid, dat diepe verlangen naar God en Zijn eeuwigdurende, hemelse Koninkrijk.

Maria, de zuster van Martha en Lazarus, begreep het ook toen zij de voeten van Jezus zalfde met de kostbare nardusolie. Dat deed zij voor Jezus alleen en het was voor niemand anders. Het was een uiting van haar genegenheid en een daad zonder bijgedachte, zonder eigenbelang. Martha deed ook haar best, maar haar bediening was niet alleen maar op Jezus gericht. Natuurlijk maakte zij een heerlijke maaltijd klaar ter ere van de Heer en schrobde en boende ze haar huisje schoon zo goed ze maar kon, maar er zat bij haar naarstige werk toch ook iets anders achter. Haar werk was niet alleen maar op Jezus gericht. Haar verlangens waren verdeeld en ofschoon ze veel om Jezus gaf, keek ze toch ook met een schuin oog naar wat het haar zou opleveren.

Alleen voor Hem. Dat was dus het gebed van David. Als hij maar gemeenschap met God mocht hebben en altijd in de aanwezigheid van God zou mogen verblijven kon de rest hem gestolen worden. Altijd thuis bij God, altijd geborgen in Gods armen.

De wereld bevecht deze gemeenschap. De wereld belooft ons bergen met goud en op iedere straathoek liggen talloze verleidingen klaar, met het doel om ons te doen struikelen en onze vrede en rust weg te nemen. Maar wie kan ons deren en wat kan ons verontrusten als wij onze ogen standvastig op het licht van Jezus houden? Jezus, de rots der eeuwen, altijd vast en aanwezig.

Zo’n relatie is Gods plan voor ons. Als Zijn zwakke en soms zo gebrekkige en gebroken kinderen vergeten wij dat weleens. Maar laat het ook ons gebed zijn, onze liefste wens om altijd thuis te zijn, thuis bij Vader, geborgen onder zijn machtige aanwezigheid en daar Zijn lieflijkheid en schoonheid te mogen aanschouwen. Wij kunnen de lieflijkheid van onze hemelse Vader onmogelijk aanschouwen als wij met één oog de modder van deze wereld afzoeken en ons andere oog naar de hemel richten. Dan is het niet verwonderlijk wanneer wij verward en onrustig zijn. Maar thuis bij de Vader leren wij alles over Zijn liefde en onze hemelse toekomst. Dan kunnen wij met de profeet Jesaja zeggen: “Onze ogen zullen de Koning zien in al zijn glorie.” *

* Jesaja 33:17

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.