Het is jouw zaak niet

 Toen Petrus hem zag, vroeg hij aan Jezus: ‘En wat staat hem te wachten, Here?’ Jezus antwoordde: ‘Als Ik wil dat hij blijft tot Ik terugkom, is dat niet jouw zaak. Het enige wat jij moet doen, is Mij volgen.’
Johannes 21:22

Onze menselijke hoogmoed, of zoals een oud Bijbelboekje het zo treffend zegt, de overtuiging van onze eigen voortreffelijkheid, is een zondig euvel waar ieder van ons mee worstelt. Ook de geliefde discipelen van Jezus hadden er problemen mee. Stel je eens voor, Petrus was nog maar ternauwernood opgekrabbeld van zijn schaamte over het verloochenen van de Heer of hij vond het nodig om Jezus te ondervragen over de toekomst van een van de andere discipelen. Het antwoord van Jezus lijkt hard: Dat is jouw zaak niet. Vrij vertaald zei Jezus zoiets als: “Petrus, jongen, dat gaat je niets aan. Zorg er maar liever voor dat je zelf op het rechte pad blijft in plaats van je medemens met argusogen te bekijken.”

Was Jezus wellicht geïrriteerd toen Petrus Hem met deze vraag lastig viel? Vermoedelijk niet. Het karakter van Jezus is zo vol liefde, geduld en genade dat het nauwelijks te geloven is dat een misplaatste opmerking van een van Zijn vrienden Hem zo snel uit Zijn doen zou kunnen brengen.

Maar Jezus, die de mens door en door kent, laat geen mogelijkheid ongebruikt om ons te leren en te onderwijzen en we doen er goed aan Zijn woorden ter harte te nemen.

Toen Petrus Jezus vroeg naar de toekomst van Johannes hoorde Jezus geen bezorgdheid over het lot van Johannes in de stem van Petrus, maar ijdele bemoeizucht, gegrondvest in de overtuiging van Petrus zelf dat hij zeker niet anders behandeld mocht worden dan een discipel zoals Johannes.

 

Begrijpen we wel goed hoe gemakkelijk de zonde ons van het smalle pad kan doen afwijken? De Heer had het er met Kain al over: “Waarom ben je boos?’ vroeg de Here hem. ‘Waarom trek je zo’n kwaad gezicht? Je zou vrolijk kunnen kijken als je maar doet wat goed is. Maar als je weigert te gehoorzamen, moet je oppassen. Want de zonde ligt op de loer, klaar om je leven te vernietigen. Maar als je wilt, kun je hem overwinnen.”
Terwijl wij het eeuwig leven ontvangen hebben toen wij ons hart openden voor de Heer en dus verzekerd zijn van Gods trouwe hulp en steun, kunnen wij als kinderen van God nog altijd behoorlijk afdwalen als wij onze ogen niet op Jezus houden, maar ze op andere dingen richten die ons niets aangaan.

Wij moeten leren om ons over te geven aan de liefhebbende handen van God. Het is Gods plan dat wij ons eigen ‘ik’ door God laten afbreken, steen na steen en gedachte na gedachte, zodat de Geest van God vrij spel heeft in ons leven. Het zou ons hoogste doel moeten zijn om in iedere situatie naar de stem van de Heiland te zoeken en Hem te vragen: Heer wat wilt U dat ik in deze situatie doe? Hoe wilt U dat ik reageer?

Anderen kunnen rechts of links lopen, de antwoorden in de diepte of in de hoogte zoeken, maar ik richt mij tot U, en tot U alleen. Wat zei Jezus tegen Petrus? ‘Het enige wat jij moet doen is Mij volgen.’

Dan zullen we bidden voor anderen en niet proberen in te grijpen in iemands leven of in een zaak die wij beter denken te begrijpen, tenzij wij zelf van de Heer ontvangen hebben dat wij iets moeten doen of zeggen. Wat een rust als wij alles aan Jezus geven, en Hem in alles durven te volgen, ook als wij niet altijd begrijpen hoe een ander zijn levensweg probeert in te richten.

Download PDF