Het boompje van de monnik

“Ik heb olie nodig,” zei de oude monnik. Dus ging hij naar de tuin van het klooster en plantte een olijfboompje. “Lieve Heer,” bad hij vol overgave, “mijn boompje heeft veel regen nodig zodat de tere worteltjes genoeg te drinken krijgen en zich goed kunnen ontwikkelen. Stuurt U dus een overvloed aan hemelwater.”

En de Heer beantwoordde het gebed van de monnik. De regen kwam met bakken uit de hemel.

“Lieve Heer,” bad de monnik daarop. “Zon… mijn boompje heeft veel zon nodig zodat de warme stralen haar kracht kunnen geven. Sterkt U mijn boompje alstublieft met Uw heerlijke zonlicht.”

En de Heer beantwoordde het gebed van de monnik en de zon overgoot het boompje met haar weldadige licht.

De monnik keek tevreden toe en bedacht toen dat het boompje wellicht ook rijp kon gebruiken om de weefsels te verstevigen. “Rijp, Lieve Heer. Stuurt U rijp en een lichte nachtvorst.”

En weer gaf God gehoor aan de enthousiaste gebeden van de monnik. Die morgen glinsterde het boompje vol met ijskristallen in het morgenlicht, maar die avond was het met het olijfboompje gedaan. De levenskracht sijpelde weg en tot grote ontzetting van de monnik stierf het boompje.

Hij schudde mismoedig zijn hoofd en zoch troost bij een medebroeder. “Hoe kan dat nou?” vroeg hij vertwijfeld. “Ik heb zo goed voor mijn olijfboompje gezorgd.”

De andere monnik knikte begrijpend en sprak toen: “Broeder, ik heb ook een olijfboompje geplant, maar mijn boompje staat inmiddels in volle bloei. Ik heb ook voor mijn boompje gebeden, maar heb andere dingen gevraagd dan jij.”

“O ja? Waar heb jij dan voor gebeden?”

“Ik heb mijn boompje in Gods handen gelegd en Hem laten doen wat Hij het beste voor mijn boompje vond. Wat weet ik er nu van? God, die het boompje gemaakt heeft, weet precies wat mijn boompje nodig heeft. Dus ik heb God niets anders gevraagd dan te sturen wat het echt nodig had. En kijk nu eens hoe het staat te stralen.” Er verscheen een glimlach op het verweerde gezicht van de medebroeder. “Storm en wind, regen, hagel, vorst of zonneschijn… Heer, stuurt U wat er nodig is om mijn boompje sterk te maken zodat het veel vrucht kan voortbrengen. U weet alles beter, Heer.”

Kijk eens naar de bloemen op het land.
Die werken niet, die maken zich niet druk,
die vertrouwen volledig op Gods wijze hand,
en stralen dus zo schoon met ‘t hemelse geluk.

Ze groeien in de storm, ze groeien in de wind,
ze groeien in de nacht en in het lentelicht.
Die wijsheid geldt ook voor jou, Gods dierbaar kind,
zolang je ogen op de hemel zijn gericht.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.