Gods instrumenten

“Het oordeel komt tot stand doordat het licht in de wereld is gekomen, maar de mensen hebben de voorkeur gegeven aan de duisternis. Dat komt omdat zij slechte dingen hebben gedaan. Want wie zondigt, heeft een hekel aan het licht. Hij ontwijkt het uit angst dat al die slechte dingen aan het licht zullen komen.”
Johannes 3:19-21

Wie kan het duidelijker zeggen dan Jezus zelf? Niemand houdt van het licht als hij net iets gedaan heeft waarvan hij weet dat het niet goed is. Dat kun je maar beter verbergen en ons vermogen om slim met onze fouten om te gaan en ze weg te moffelen is haast ongeëvenaard. Maar hoe goed we die dingen ook verbergen, ze blijven toch duidelijk zichtbaar voor God. God weet wat er eigenlijk speelt, en eerlijk is eerlijk, diep in ons hart weten wij dat zelf ook.

Goed en kwaad zijn dan ook niet zo moeilijk te onderscheiden. Tenminste niet als wij open staan voor Gods stem en naar ons geweten luisteren, dat een soort radio is die God bij ieder mens heeft ingebouwd. CS Lewis noemt het de wet van de morele waarden, een wet die ieder mens kent, maar waar we niet altijd gehoor aan willen geven.

Leven voor jezelf en je eigen plezier is tenslotte makkelijker dan steeds weer te denken aan anderen. Die uitspraak van Jezus om anderen te behandelen zoals je zelf graag behandeld wilt worden is dan ook best irritant, want als God dat echt zo bedoelde blijft er nog maar weinig ruimte over om jezelf eens lekker te verwennen en mooie aardse schatten voor jezelf te vergaren.

De wereld heeft daar wel wat op gevonden. Als we Gods stem zo diep mogelijk begraven met schetterende en flitsende ideeën en filosofieën over onze eigen menselijke kracht, hoeven wij die stem van Gods wet niet te horen. Maar zo werkt het niet. De waarheid is nog altijd de waarheid en wordt niet opeens een andere waarheid door wereldse slimmigheden.

 

Zo geven we ons weleens over aan geestelijke struisvogelpolitiek, want alhoewel wij God misschien niet zien of horen, ziet hij ons nog net zo duidelijk als altijd. De Bijbel maakt duidelijk waar het echt om gaat: “Er zijn drie schatten die blijven: geloof, hoop en liefde. Maar de liefde is het voornaamste.”

Daarom zijn pijn en tegenslag nog steeds Gods grote instrumenten om ons te laten weten dat Hij aanwezig is. De menselijke geest zal niet eens beginnen zich over te geven aan God en Zijn weg, zolang alles goed lijkt te gaan. Dwaling en zonde hebben allebei de bijzondere eigenschap, dat hoe dieper ze zitten, hoe minder we hun bestaan vermoeden. Dwaling is dan ook een gemaskerd kwaad. Het is maar heel moeilijk te zien.

Pijn en lijden niet. Wat ons betreft is dat een ontmaskerd kwaad. Iedereen herkent het direct. Niemand heeft plezier als hij pijn heeft en er wordt dan ook direct ingegrepen. Bij pijn weet ieder mens meteen dat er iets mis is. Je kunt het gewoon onmogelijk te negeren.

Maar hoe anders is het met ons geestelijke leven, met dwaling en zonde? “Natuurlijk zou ik niet zo opvliegend moeten zijn, die fles had ik moeten laten staan, en het zou inderdaad beter zijn geweest als ik zus-of-zo niet gedaan had… maar maak je niet zo druk. Iedereen maakt fouten en zo erg was het niet.”

En dan rusten we tevreden in ons ongeloof, onze fouten en onze stommiteiten, zonder ons te realiseren dat we de verkeerde kant op lopen.
Maar God zou God niet zijn als Hij niet zou ingrijpen. Hij is de trouwe Herder vol met genade en het verlangen om onze levens te zegenen met ware goedheid. Een van Zijn werktuigen is pijn. Pijn stopt ons direct. We kunnen niet verder. Wij kunnen het niet ontkennen zoals we onze fouten wel kunnen ontkennen of kunnen verdoezelen. Pijn vraagt direct om verzorging. CS Lewis zegt daarover: “God fluistert tot ons in onze genoegens, spreekt tot ons door het geweten, maar schreeuwt tot ons door onze pijn: het is zijn megafoon om een dove wereld op te wekken.” Trek je dus terug bij God. Laat Zijn licht toe in je hart en luister stil naar Zijn liefdevolle stem. Hij weet het altijd beter.

Download PDF