Bidden? Dat doe ik heus wel.

Bidden? Dat doen we wel. Voor het eten, voor het slapen gaan en soms als het even tegen zit. Is dat verkeerd? Nee, dat denk ik niet, maar God vraagt wel wat meer van ons. En niet alleen vraagt God meer van ons, Hij wil ons ook veel meer geven, en daar gaat de Oppepper deze week over.

Elke dag hoor ik God vragen
Kind laat Mij je zorgen dragen;
Je geloof in Mij, hou dat maar vast
Ik kan het aan, die grote last.
Die angsten, al die pijn, gooi die toch neer
Ik help je toch? Ik ben toch nog je Heer?
Maar hoe dwaas als ik het weer vergeet
Omdat ik denk dat ik het beter weet;
Mijn geloof gooi dan ik neer
En mijn pijn en zorgen; die draag ik weer.

Toen mijn vader ernstig ziek op bed lag en de dokter ons hoofdschuddend aankeek en ons de mededeling deed dat er geen hoop meer was dat hij nog lang op deze aarde zou rondlopen, werd ik weer bevangen door die hopeloze mengeling van onrust, zorg en angst, die me zo vaak bestookte.

Wat mijn vader betreft had ik vrede.

Hij was klaar om zich te verenigen met zijn Schepper. Waar kwam dat gevoel dan vandaan? Ik worstelde er eigenlijk mijn hele leven al mee.Ik kende God, geloofde in Hem en beweerde tegen iedereen dat ik op Hem vertrouwde. En toch was er zo vaak dat knagende gevoel van vrees op de achtergrond, dat als een soort donkere wolk boven mijn hoofd hing.

En nu ik met de dood van mijn vader werd geconfronteerd, hadden die radeloze gevoelens van onmacht en vrees opnieuw vrij spel. Vertrouwde ik eigenlijk wel echt op God? Als ik echt geloofde in het eeuwige leven en in een hemel, waarom dan die zorg? Wat had ik eigenlijk aan mijn geloof als ik er niet volledig op kon rusten, maar me voortdurend onrustig en onbeschermd voelde?

Ik sloot me op in mijn studeerkamer. Ik viel op mijn knieën en stortte mijn hart uit in gebed. Voor het eerst in lange tijd opende ik mijzelf volledig voor God. Ik was eerlijk. Ik wilde niet langer strijden met mijn angsten. Alles vertelde ik Hem. Waar ik bang voor was, waar ik mee streed, mijn diepste gedachten en zelfs mijn goed verborgen, duistere geheimen.

Op dat moment stond er niets tussen God en mij. Daar stond ik. Naakt voor God, open en eerlijk.

En toen? Toen was er rust. Een diepe vrede maakte zich van mij meester. Vreemd eigenlijk.

Ik had mijzelf volledig aan God overgegeven en samen met Hem een eerlijke blik geworpen op mijn eigen verwarde hart. Je zou correctie verwachten. Misschien zelfs straf. Op zijn minst harde woorden van een rechtvaardige rechter. Maar in plaats daarvan was er rust en een gevoel van warmte, verbondenheid en liefde. Dat was dus wat ‘genade’ betekende.

Die dag was het begin van een nieuw hoofdstuk in mijn geloofsleven.

Vanaf die dag begon er echt vertrouwen in mij te groeien. Jezus nam me bij de hand en samen liepen we weg van de donkere put van wanhoop en ongeloof en nu omarm ik het stralende licht van Zijn rust en een prachtige toekomst.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.