Maandag 20 juni 2022

“Waarom denken jullie eigenlijk dat God de mens geschapen heeft?” vroeg de lerares een groepje kinderen op de zondagschool. Dat was een moeilijke vraag. De kinderen fronsten hun wenkbrauwen en keken elkaar vertwijfeld aan. Maar toen stak een meisje haar vinger op en zei met heldere stem: “Dat is makkelijk. God maakte eerst stenen, bomen en planten, maar die konden Hem niet liefhebben. Toen maakte Hij de dieren. Op hun manier houden die natuurlijk wel van God, maar voor God voelde het toch niet helemaal goed. Daarom schiep Hij tenslotte de mens, want wij kunnen echt van Hem houden. Toen was het klaar en was het pas echt goed voor God.”

Wij houden van God omdat Hij eerst van óns hield.
(1 Johannes 4:19)

Deze week nieuw op de site:

Geen andere weg
Als Jezus spreekt…
De gouden jaren 6
Blijf vasthouden in gebed

 Spreuk van de week
Ik zet vraagtekens bij de manier waarop het kruis vandaag de dag in veel kerken gepreekt wordt. Is dat kruis wel het kruis van het Nieuwe Testament? Het lijkt eerder op een prachtige versiering op de kleding van een zelfverzekerd en vleselijk christendom. Het oude kruis doodde de menselijke trots, het nieuwe kruis geeft plezier en amusement. Het oude kruis veroordeelde de zondige mens, het nieuwe kruis vertroetelt en amuseert. Het oude kruis vernietigde het vertrouwen in het vlees; het nieuwe kruis lijkt het juist wel aan te moedigen.
W. Tozer (1897-1963)

 Om over na te denken
Voordat de Heer ons in Zijn dienst kan gebruiken, moeten wij een hechte individuele omgang met Hem hebben. Een persoonlijke, vertrouwelijke relatie met de Heer staat altijd aan de wieg van een vruchtbaar leven. Wij kunnen op geen andere manier een zegen voor anderen zijn. Wil je voor Jezus spreken tot de mensen om je heen? Wil je een licht zijn in het duister? Dan moet je eerst zelf naar Jezus gaan voor de juiste boodschap. Wat je voor Jezus tegen anderen zegt, moet je eerst zelf van Jezus ontvangen.

O, hoeveel adem wordt er niet verspild en hoeveel energie wordt er niet misbruikt omdat die niet eerst in het heiligdom zijn ingeademd en opgenomen! Voordat we het in de gaten hebben, lopen wij rond zonder gezonden te zijn en spreken wij zonder dat God tot ons gesproken heeft: geen wonder dat wij zo dikwijls falen. Het hart heeft de Geest nodig voordat God het kan gebruiken!
F. Whitfield. (1829-1904)

 ***

Op een morgen, nadat het hard geregend had, liep ik eens door de velden. Overal hingen de druppels van de regen nog aan de bomen en aan de tere kelkjes van de bloemen. En toen opeens kwam daar de zon achter de wolken vandaan. Er ontvouwde zich een overweldigend schouwspel van licht dat weerkaatst werd in de duizenden druppels rondom. Wat een pracht. Wat een glorie.

Overal in ‘t veld,
zo stralend met hemels’ pracht
glinsteren juwelen.
Het is alsof God weer tot me lacht.
Gisteren was alles nat en koud,
de problemen stroomden op mij neer.
Maar de druppels van een koud verleden
worden door Gods zonlicht als van goud.

 

 

Koning David schreef: ‘al duurt het verdriet een avond lang, daarop volgt een ochtend vol vreugde.’ (Psalm 30:6) Het leven kan soms zo zwaar zijn. De bergen zijn hoog en de nachten lang. Toch is er altijd hoop, want God leeft. Na verloop van tijd kunnen we het lijden vaak in een beter perspectief plaatsen en ontdekken we kostbare juwelen die eerst voor het oog verborgen waren. Wij worden wijzer; zachter en vriendelijker. Meer gebroken zelfs jegens anderen die door het duister gaan. ‘Onze pijn wordt een springplank naar de hemelse schoonheid.’

 Het archief van C.H. Spurgeon
Over het Woord van God
“De beste vertolker van een boek is meestal diegene die het schreef. De Heilige Geest schreef de Heilige Schrift. Dus als je de Bijbel wilt begrijpen, vraag het dan aan de Heilige Geest. Dan gaat er een wereld voor je open en zul je niet misleid worden.”

“Als je een man op de Bijbel hoort schelden, kun je er meestal wel van op aan dat die persoon de Bijbel nog nooit echt gelezen heeft.”

“Het was Gods woord dat ons gemaakt heeft; het is dan ook meer dan logisch dat zijn woord ons moet ondersteunen.”

“Bestudeer het Woord, opdat uw geloof niet rust op de wijsheid van mensen, maar in de kracht van God!”

Uit de schatkist van het verleden
Lang geleden werd er in Afrika een prachtige diamant gevonden. Nog nooit was er zo’n mooie steen gevonden en er werd besloten om de steen aan de koning van Engeland te schenken. Die stuurde de ruwe steen naar Amsterdam om hem te laten slijpen en polijsten zodat hij hem in zijn kroon kon dragen. Daar werd de steen aan een bekende diamantslijper gegeven met de opdracht er een fonkelend juweel van te maken.
De man nam de steen aan en bestudeerde hem nauwkeurig. Toen zette hij er op een bepaalde plaats een kras op, nam een speciale beitel en sloeg de steen met een grote klap in tweeën.

Wat was dat nu?
Wat had die man gedaan? Die prachtige grote steen was in tweeën gehakt. Wat een klungel. Wat een verspilling…

…Toch niet.
De slijper had de steen uiterst nauwkeurig bestudeerd. Hij wist precies waar de steen het sterkste was, waar er wel en waar er niet gewerkt kon worden en wat er mogelijk was. Hij was een ware meester. Juist door de steen precies op de beste plaats te doorklieven bracht hij de verborgen schoonheid naar buiten. Hij deed precies wat nodig was om de beste lichtval te verkrijgen en de koning het best mogelijke juweel voor de kroon te geven. Die klap die de diamant kapot leek te maken was juist de klap die nodig was om de diamant de pracht te geven die nodig was voor de kroon.

En zo is het met God en met ons. De klappen die het leven ons geeft, de pijn en de strijd; ze voelen op het moment zelf aan als een vergissing. ‘Waarom moeten we dit nu weer meemaken?’ Maar omdat jij Gods kind bent is het geen vergissing. God is de Meester en er is geen slijper die zo bekwaam is als Hij.

Vandaag zijn er tranen, maar morgen ben je een juweel in de kroon van de Vader. Er is niets wat er in jouw leven gebeurt waar God niet iets geweldigs mee kan bouwen.

Dat is geloof.

Dat is grappig
Een jongetje belde aan bij de kerk en vroeg de dominee om langs te komen. “Mijn moeder is erg ziek. Volgens mij heeft ze de griep. Kunt u alstublieft met mij meegaan om voor haar te bidden?”

“Natuurlijk,” antwoordde de dominee, maar toen bedacht hij dat dit gezin al een jaar geleden naar een andere kerk was overgestapt. Dus vroeg hij het jochie: “Moet je niet aan dominee Simon vragen om voor je moeder te komen bidden? Jullie gaan nu toch naar zijn kerk?”

De jongen antwoordde: “Ja, dat klopt, mijnheer, maar mama wilde niet het risico lopen dat ze dominee Simon zou aansteken en zei dus dat ik het beter aan u kon vragen.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.