Maandag 19 september 2022

De eigenaar van een groot bedrijf stond bekend als een overtuigd Christen. “Hij heeft het altijd over die God van hem,” smaalden zijn werknemers regelmatig, maar niemand kon ontkennen dat hij goed voor zijn werknemers zorgde en zijn bedrijf eerlijk en rechtvaardig leidde. Tegen Kerstmis verwachtten de werknemers een goede kerstbonus en die kwam er ook.

“Jullie kunnen dit jaar kiezen wat jullie willen hebben voor Kerstmis,” sprak de man. “Ik heb hier een prachtige, goed uitgevoerde Bijbel waar je je hele leven plezier van zult hebben. Maar als jullie dat geschenk niet zien zitten, kunnen jullie ook 100 Euro krijgen.”

100 Euro of een Bijbel? Die keuze was makkelijk genoeg voor de meeste werknemers en ze kozen voor het geld. Alleen het hulpje in de rekenkamer wilde graag de Bijbel hebben. De andere werknemers spraken hem er op aan en zeiden dat hij beslist gestoord was om zomaar 100 Euro weg te gooien, maar daar was het hulpje het niet mee eens. ““Mama wil al zo lang een mooie Bijbel hebben,” legde hij uit. “Ze houdt heel veel van God, maar we hebben het geld niet om zo’n mooie Bijbel te kopen.” En zo kwam het dat hij een grote Bijbel kreeg terwijl de anderen met een tevreden grijns hun kerstgeschenk wegstopten. Maar die grijns verdween snel van hun gezichten toen de jongen zijn Bijbel opendeed om er in te kijken, want er zaten vijf biljetten van 100 Euro in.

Als jullie denken dat het verkeerd is om de Heer te dienen, kies dan vandaag wie jullie wél willen dienen. De goden die jullie voorvaders aan de overkant van de Rivier aanbaden, of de goden van de Amorieten van het land hier. Maar ík en mijn familie zullen de Heer dienen!
Jozua 24:15

Deze week nieuw op de site

De schutsmuur van geloof
Het verleidelijke uiterlijk van de zonde
Nooit te laat

Spreuk van de week

Ik ben bang dat wij moderne christenen veel praten en weinig doen. Wij gebruiken de taal van de macht, maar onze daden zijn daden van zwakte.  Wij nemen genoegen met woorden in onze godsdienst omdat daden te duur zijn.  Het is gemakkelijker om te bidden: “Heer, help mij om dagelijks mijn kruis te dragen,” dan om het kruis daadwerkelijk op te pakken en te dragen. Bidden voor kracht om iets te doen wat we eigenlijk niet van plan zijn om te doen, geeft toch een zekere mate van religieuze troost, en dus nemen we graag onze toevlucht in het herhalen van zulke gebeden.

A.W. Tozer     en…

       Wanneer we afhankelijk zijn van organisaties krijgen we wat organisaties kunnen doen. Wanneer we afhankelijk zijn van onderwijs, krijgen we wat onderwijs kan doen. Wanneer we afhankelijk zijn van de mens krijgen we wat de mens kan doen, maar wanneer we afhankelijk zijn van het gebed krijgen we wat God kan doen.
 A.C. Dixon

Om over na te denken
Op een dag, toen zij zonder te eten de hele dag aan het bidden waren, zei de Heilige Geest tegen hen: “Ik heb een speciale taak voor Barnabas en Saulus.” Ze baden de hele dag en legden hun daarna de handen op om hen te zegenen voor het werk dat ze gingen doen. Daarna lieten ze hen gaan.
Handelingen 13:2-3

Wij hebben zo’n mooi rustig, schaduwrijk hoekje in de wijngaard van de Meester. Daar, tussen de prille druiven, met zulke gemakkelijke ranken, mooie uitgelopen paden en een verkwikkende vijver om alles in een handomdraai te bewateren, is het goed om de Meester te dienen. En dan opeens komt de Meester en vraagt Hij van ons om in een heel ander deel van de wijngaard te werken. Een veld waar we zelf nooit aan gedacht zouden hebben. Hij geeft ons groter en beter gereedschap in handen, zodat we in één klap veel meer kunnen doen. Eerst begrijpen we het nauwelijks. Wij weten tenslotte dat we zelf niet toereikend zijn voor deze dingen; het gereedschap lijkt ons te zwaar, de schittering te verblindend en de wijnstokken te hoog. Maar treuzelen en teruggaan is toch zeker ook geen optie? Wij dienen toch zeker de Meester en niet onszelf? Hij loopt niet langer met ons in die schaduwrijke hoek, maar is ons voorgegaan naar het nieuwe deel van de wijngaard. Als we bij Hem willen blijven kunnen we Hem dus maar beter volgen, want waar de Herder is, is het altijd goed toeven
Francis Ridley Havergal

 

Uit het archief van Spurgeon
Er zijn mensen die altijd bezig zijn met de verschrikkingen die deze wereld te wachten staan. De Bijbel vertelt ons over dit soort zaken, maar ik wil mijn ogen toch vooral gericht houden op de troostvolle zekerheid van Gods beloften en ik wil me niet aansluiten bij onheilsprofeten zoals Solomon Eagle, die, zoals u zich wellicht nog kunt herinneren, ten tijde van de pest naakt met een pan kolen op zijn hoofd door de straten van Londen trok terwijl hij “Wee! Wee!” riep. Zo wil ik mijn geloof niet beleven en uitdragen. Natuurlijk sluit ik mijn ogen niet voor het kwaad dat ons omringt, maar is God niet in staat om Zijn kinderen te behoeden tegen het kwaad? Wij moeten telkens weer in staat zijn om de Goddelijke macht te zien die boven alles regeert. Wij moeten leven vanuit de rust dat God bij ons is, en voelen dat Zijn genade het doel uitwerkt dat God voor ogen heeft. Denk eens aan de woorden die de Heer sprak tegen Jozua toen die op het punt stond om het beloofde land binnen te trekken:
Vergeet niet wat Ik tegen je heb gezegd: ‘Wees vastberaden en vol vertrouwen!’ Wees dus nooit bang. Want Ik, je Heer God, ben met je, waar je ook gaat.
Jozua 1:9

De moeite waard
George Matheson (1842 -1906) was een Schotse predikant, hymnen schrijver en een productief auteur. Hij was blind vanaf zijn 17e jaar. In een lang vergeten boekje (Thoughts for the Thoughtful) schrijft hij een mooi stuk over de verleiding. Dat kun je hier lezen.

Uit de schatkist van het verleden
Eens liep een man tijdens een zware storm over een pad langs de kust. Een onaangename ervaring, want het donderde oorverdovend en de bliksem flitste door de lucht terwijl de regen met bakken uit de hemel viel. Nog even en dan zou hij thuis zijn. Opeens botste er iets tegen hem aan… een doodsbang vogeltje had zich door de storm naar hem toe geploegd en zocht bij hem bescherming tegen het noodweer. De man nam het beestje voorzichtig in zijn hand, bedekte het met zijn andere en bracht het naar zijn warme hutje. Daar legde hij het vogeltje in een doos met wat broodkorstjes ernaast, zodat het arme beest even op verhaal kon komen. De volgende dag was de storm voorbij. De zon scheen uitbundig over de natte velden en de man nam het vogeltje uit de doos mee naar buiten zodat het weer weg kon vliegen. Het beestje bleef even op zijn hand zitten om zich ervan te verzekeren dat alles echt veilig was en vloog toen weg. Al snel was het uit het gezicht verdwenen. 

Dit voorval bracht Charles Wesley ertoe om zijn beroemde lied ‘Jezus, redder van mijn ziel’ te schrijven.

 Jezus, Redder van mijn ziel,
Laat mij schuilen aan Uw hart,
Als de storm mij overviel
En wanneer mij satan tart!
Als de storm mij overviel
En wanneer mij satan tart! 

Leid mij aan Uwe sterke hand
Tot des levens storm bedaart,
En ’k in veil’ge haven land,
Waarop hier mijn oog reeds staart.
En ’k in veil’ge haven land,
Waarop hier mijn oog reeds staart. 

Schuilplaats vind ik anders geen,
Hulp’loos klem ik me aan Uw zij;
Laat, o laat mij niet alleen,
Steun en sterk en leid Gij mij.
Laat, o laat mij niet alleen,
Steun en sterk en leid Gij mij.

Dat is grappig
Jaap en Trea hebben wat hulp nodig in hun huwelijk en dominee Janssen denkt dat hij hen wel een eindje op weg kan helpen. Zo komt het dat het echtpaar op woensdagmiddag bij dominee Janssen plaatsneemt in het kantoor van de kerk.
     “Wat is het probleem, lieve mensen?” vraagt dominee Janssen.
     Trea en Jaap kijken elkaar even aan en tenslotte zegt Jaap schoorvoetend: “Er ontbreekt gewoon iets in ons huwelijk, dominee.”
     Dominee Janssen staat direct op, loopt op Trea af en geeft haar een warme, innige omhelzing. Dan gaat hij weer zitten, maar staat direct weer op en doet het een tweede en zelfs een derde keer. Daarna keert hij zich tot Jaap en zegt hij: “Heb je dat gezien, Jaap? Dit is wat Trea nodig heeft. IEDERE dag, begrijp je?”
     Jaap fronst zijn wenkbrauwen en zucht. “Allemaal goed en wel, dominee, maar we kunnen hier alleen maar op woensdagmiddag komen, dus… dat gaat niet.”

*

Een vrouw stapte aan het einde van de dienst op de voorganger af en zei: “Dat was een geweldige preek, dominee, absoluut geweldig.”  Ze ging maar door en door over de kracht, de diepgang van de preek en de geweldige woorden die de voorganger had gesproken.  De arme man werd er een beetje zenuwachtig door en zei zachtjes: “Nou, ik was het niet, hoor. Het was de Heer.”
     De vrouw stopte met haar betoog, keek hem weifelend aan en zei toen: “Zo goed was het nou ook weer niet, dominee.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.