Maandag 18 juli 2022

Op een mooie morgen liep een man eens door de velden van de rust te genieten, toen hij werd opgeschrikt door het woeste geblaf van een aantal jachthonden die een prooi achtervolgden. Het was een onheilspellend geluid dat zijn vredige gemoed behoorlijk verstoorde. Toen de man op een open veld kwam zag hij wat er aan de hand was. Een jong reekalfje sprong wanhopig door het hoge gras om te ontkomen aan een groep bloeddorstige honden die het uitgeputte dier bijna te pakken hadden. In wilde paniek stormde het reekalfje op de man af en duwde het zijn kopje tussen zijn benen om daar bescherming te vinden. Direct tilde de man het diertje op, drukte het tegen zijn borst en begon woedend om zich heen te slaan om de wrede honden weg te jagen. Hij zei later: “Op dat moment voelde ik dat alle jachthonden op de wereld dat arme reekalfje niet konden en niet mochten vangen. Dat kalfje had in zijn angst en zwakheid een beroep op mijn kracht gedaan en ik kon het diertje niet teleurstellen.”

Zo is het ook, wanneer wij in onze menselijke hulpeloosheid een beroep doen op de Almachtige God. Ik herinner mij nog goed dat de honden van de hel ook achter mijn ziel aanzaten en ik er bijna geweest was. Maar toen ik naar de armen van de Almachtige God rende sloeg God die beesten weg terwijl Hij mij veilig tegen zich aandrukte.

Maar de Heer is trouw. Hij zal jullie sterk maken en jullie beschermen tegen de duivel.
2 Thessalonicenzen 3:3

 Deze week nieuw op de Site

Reken af met de slavendrijvers
Onze Vader
Leun op Mij

 Spreuken van de week
“Hoe kan ik de mensen toch bereiken voor God?” vroeg de dame aan de voorganger. “Wat is het geheim?” De voorganger dacht even na en zei toen: “Het geheim is dat je weet hoe je God moet bereiken!”

Maar ook:

Je moet zeker bidden voor een goede oogst, maar terwijl je op het resultaat wacht moet je het land wel bewerken.
Onbekend

 Om over na te denken
Wat kun je doen als je onder je lasten lijkt te bezwijken? Eigenlijk kun je dan niets meer doen. Je eigen kracht is je niet meer tot steun. Maar als je kunt leunen op de schouders van een dierbare vriend vind je rust. Je leunt vol vertrouwen en komt tot rust. Dit is wat God voor ons wil.

“Kom tot Mij … allen die vermoeid zijn … Ik geef rust.”

Op zulke momenten is Gods boodschap aan ons niet: “Wees sterk en heb goede moed.” Want God weet dat onze kracht is uitgeput. Hij weet dat onze moed ons in de schoenen is gezonken. Op dat moment is Zijn boodschap aan ons: “Wees stil…want Ik ben uw God!”

Toen Hudson Taylor, de bekende zendeling naar China, op sterven lag was al zijn kracht uit hem weggevloeid. Hij zei tegen een vriend: “Er is niets meer wat ik kan doen. Alles is me te veel. Ik kan slechts als een klein kind tegen de borst van mijn vader liggen en mij koesteren in Zijn liefdevolle aanwezigheid.”

 Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden. Want wat Ik je te doen zal geven, is niet te moeilijk of te zwaar voor je.”

Mattheüs 11:28-30

 Het archief van Spurgeon
Wanneer de wind van tegenslag waait en de storm woedt, is er vaak vrees. Toch is er geen gevaar. De strijd is soms zwaar, maar toch zijn wij veilig.

Waarom?

Wij hebben een anker voor onze ziel; een anker dat te vertrouwen is en dat niet zal breken. Ook al zien we het anker niet en ook al slaan de golven ons in het gezicht, toch weten we gevoelsmatig dat het anker er is. Ook in een schip voel je tijdens de storm de kracht van het anker. Hoe meer de wind tekeergaat, des te beter je voelt dat het anker het schip veilig op zijn plaats houdt.

Er was een jongetje aan het vliegeren. Tot zijn ontzetting verdween de vlieger uit het gezicht in een laaghangende wolk. Toch was het kereltje niet bezorgd want hij kon het getrek van de vlieger nog steeds voelen. Zo is ook onze goede hoop opgestegen naar de hemel, vanwaar zij trekt om ons steeds meer naar zich toe te brengen.

Uit de schatkist van het verleden
Ik werd op zekere nacht wakker met het angstzweet op mijn voorhoofd. Ik wist zeker dat mijn man in doodsgevaar verkeerde. Hij was soldaat en vocht aan het front tijdens het Ardennenoffensief in de tweede wereldoorlog en ik werd overweldigd door een dreigend gevoel van angst en onzekerheid. Ik kroop uit bed en bad twee uur lang voor zijn bescherming. Eindelijk, tegen de morgen, kwam er een grote rust over me en klom ik weer in bed.

De volgende dag hoorde ik op de radio over een enorm gevecht in de besneeuwde bossen en wist ik zeker dat het met mijn man te maken had. Ik maakte een notitie van de dag waarop ik zo voor hem gebeden had zodat ik later aan mijn man kon vragen wat er die dag gebeurd was, mocht ik hem nog in levenden lijve terugzien.

Hij overleefde de oorlog. Wat was ik God dankbaar.

Toen ik hem weer zag vroeg ik hem vrijwel meteen over wat er op die dag gebeurd was, toen ik zo voor hem aan het bidden was geweest. Toen we de juiste datum hadden uitgerekend werd hij stil en zei zacht: “Die dag was een ware verschrikking. Mijn peloton was in een val gelopen en we waren omsingeld door de Duitsers die ons afschoten als konijnen. Net toen ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had en vrijwel al mijn kameraden dood waren, kwam er hulp opdagen van een ander peloton. Ik ben zowat de enige van mijn groep die het overleefd heeft.”

 Dat is grappig
Er bestaat een verhaal over een enthousiaste jonge student die van God hield en naar de universiteit ging. Hij moest daar de colleges volgen van een professor die er bekend om stond dat hij helemaal niets met het geloof had en niets liever deed dan een eventueel geloof van zijn studenten te ondermijnen.

Tijdens de eerste zitting keek de professor de klas uitdagend aan en zei spottend: “Ik zou wel eens willen weten of er onder jullie ook christenen zijn?” Het was duidelijk wat zijn bedoeling was. De jonge student keek om zich heen, maar zag dat niemand van de tweehonderd studenten de vinger op stak. Wat moest hij doen? Hij kon de Heer toch niet verloochenen? Hij moest iets zeggen.

“Ik ben christen. Ik geloof in Jezus!” De professor vroeg hem om naar voren te komen en vroeg hem botweg:

“Hoe kan een intelligente jongeman zoals jij toch zo stom zijn om in zulke sprookjes te geloven? Hoe kun je in vredesnaam geloven dat God op aarde rondliep en na drie dagen uit de dood opstond?”

“Omdat ik in Zijn Woord geloof,” antwoordde de jonge student eenvoudig.

“Zijn Woord? Zijn Woord?” bulderde de professor. “Ik heb dat boek ook gelezen, maar het zei me helemaal niets!” De jonge man keek de professor vrijmoedig in de ogen en zei toen: “De Bijbel is Gods brief die Hij schreef aan Zijn kinderen. Als het u niets zei, dan is dat uw eigen schuld. Dat komt ervan als u de post van een ander leest die niet voor u bestemd was.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.