De engel van de Heer

Bewerkt en vertaald naar een artikel uit “Streams in the desert”

“De engel van de Heer staat hen, die ontzag voor Hem hebben, altijd bij en verlost hen.”
Psalm 34:8

Een zendeling en zijn vrouw besloten na lang gebed te gaan werken in een onherbergzaam gebied ergens in een verre jungle om daar het Evangelie te verkondigen aan een volk dat nog werd beheerst door duistere praktijken en wrede geesten-aanbidding. Dat was een moedige stap, want de laatste zendeling die daar gewerkt had was twintig jaar eerder op beestachtige manier vermoord en zelfs opgegeten.
Het was een zware opgave en de zendeling schreef later dat het kwaad dat deze mensen in hun greep had letterlijk voelbaar was. Maar, zo schreven ze, de liefde van God was even zo goed voelbaar en ze hielden zich vast aan de overtuiging dat Jezus hen niet alleen zou laten in hun werk en hen zou beschermen. Toch was het niet mogelijk om ’s nachts, als het duister zich over het oerwoud had uitgestrekt, vredig te slapen. Iedere nacht weer moesten de zendeling en zijn vrouw hun bed uit om specifiek te bidden tegen de kracht van het kwaad dat hen dreigde te overweldigen. En iedere keer gaven de beloften van God hen de kracht om door te gaan en vol te blijven houden in hun missie. Totdat er op zekere dag een inboorling bij hun hutje aanklopte en hen vroeg of hij hun krijgers die iedere nacht op wacht stonden misschien mocht zien.

“Ik heb geen wacht,” antwoordde de zendeling. “Hier wonen alleen mijn vrouw en ik.”
Maar daar nam de man geen genoegen mee. “Onzin… ik weet dat je machtige krijgers in huis hebt en ik wil ze spreken.”

De zendeling haalde zijn schouders op en gaf de man toestemming om zijn hut te doorzoeken. Toen de inboorling dat gedaan had en niets gevonden had, vroeg de zendeling om hem meer te vertellen over de krijgers waar de man het over had.

“Toen jij en je vrouw hier kwamen,”antwoordde hij, “wilden we jullie doden. Jullie hadden hier niets te zoeken en net zoals mijn vader jaren terug al had afgerekend met die andere blanke man, die dezelfde boodschap verkondigde over een andere God dan de onze, wilden wij jullie ook uit de weg ruimen. Maar iedere keer als wij in het donker naar jullie toe slopen was je hut omgeven door machtige stralende krijgers. Hun speren schitterden in het maanlicht en ze zagen er zo sterk uit dat wij het nooit aandurfden om je hut binnen te dringen. Tenslotte vroegen wij aan de meest onbevreesde man in de omgeving om het werk voor ons op te knappen. Hij was voor niets of niemand bang, maar toen hij gisternacht naar je toe kroop om een speer door je hart te werpen stond er opnieuw een krijger voor je deur. Deze keer stond er maar een. Maar deze krijger was anders dan alle anderen. Zo sterk en zo machtig… wij hebben het allemaal gezien, want wij keken toe vanuit het bos. Deze krijger straalde met zo’n bovenaards licht dat ook onze machtigste krijger in angst wegrende. Ik wil deze krijger graag leren kennen en van hem vernemen hoe ik net zo machtig kan worden.

Vertel het me: “Wie is deze man?“

Nu begreep de zendeling waar de inboorling het over had. God had het wonder gedaan om ook deze stam met het licht van Zijn liefde te bereiken.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.