Wonder in de jungle

Wie schuilt bij God, de Allerhoogste, kan rustig slapen, want de Almachtige beschermt hem.
Psalm 91:1

Het verhaal gaat dat een 19-jarige soldaat uit het Amerikaanse leger na zijn heldhaftige optreden tijdens de tweede wereldoorlog een hoge onderscheiding kreeg. Helemaal alleen had hij schijnbaar een grote groep Japanners gevangen genomen en deze veilig overgedragen aan de Amerikanen. Maar toen hem gevraagd werd of hij zichzelf een held vond schudde hij beslist zijn hoofd en zei: “Ik, een held? In het geheel niet.”
Toen hem gevraagd waarom dan niet, vertelde hij wat er werkelijk gebeurd was.

“Ik werd samen met een paar medesoldaten gevangen genomen door de Japanners en het zag er niet goed uit. De Japanners dreven ons door de jungle voort met bajonetten aan hun geweren en snauwden hun woedende bevelen uit. Genade hadden ze niet en mijn vrienden, gewond en verzwakt door de strijd, haalden het niet en bleven dood achter. Om mijzelf moed in te spreken bleef ik Psalm 23 zachtjes opzeggen, maar eigenlijk had ik geen hoop meer. Het was duidelijk dat ook ik het niet zou overleven. Eén ding wilde ik echter niet. Ik zou die Japanners niet het genoegen geven om te zien dat ik doodsbang was. Dus begon ik te doen wat ik vaak had gedaan als klein kind op die momenten dat ik angstig door een donkere straat liep. Dan floot ik altijd een Christelijk lied dat ik geleerd had op de zondagsschool. Het had me toen ook geholpen, dus waarom nu niet? Daar liep ik dus, bajonet in mijn rug, soms tot diep over mijn enkels in de modder, en floot ik alle hymnes die ik me op dat vreselijke moment voor de geest kon halen.

Maar wat was dat? Er floot iemand met me mee… Dat kon helemaal niet. Mijn kameraden waren allemaal dood. Voorzichtig draaide ik mij om en zag tot mijn verbazing dat er nog maar één Japanner was die me door de jungle voortjoeg en hij was het die de hymne meefloot.

 

Toen hij mijn verbaasde ogen zag liet hij zijn geweer zakken, kwam naast me lopen en begon in vloeiend Engels tegen me te praten. Hij vertelde me dat hij in een missiepost was grootgebracht en daar de Heer had aangenomen en nog altijd verlangde naar die prachtige liederen die daar gezongen werden; liederen die bij de meeste Japanners niet bekend waren. ‘Wij, de Japanse Christenen haatten deze oorlog,” zei hij. “Zo’n vreselijke oorlog… dat kan nooit Gods bedoeling zijn. Maar als we niet meedoen worden we gefusilleerd.”

Ik kon mijn oren nauwelijks geloven. Hier, in het midden van de hel ontmoette ik een broeder in Christus en dat veranderde alles. Vijand werd vriend en samen begonnen we te praten over God en onze families, zoals alleen twee Christenen dat samen kunnen. Was het mogelijk dat er ondanks de helse omstandigheden toch iets goed te vinden was? Uiteindelijk knielden we samen in de modder om te bidden.

Na het gebed keek mijn Japanse gijzelnemer me aan met een besliste uitdrukking en zei iets dat mij versteld deed staan. ‘Neem mij gevangen, en leid me naar de Amerikaanse kant. Alleen door me over te geven kan ik trouw blijven aan mijn God en zo in leven blijven om Japan later te kunnen dienen, zodat ook mijn land God mag leren kennen.’

Hij kende de weg en liep speciaal langs verborgen loopgraven waarvan hij wist dat ook daar broeders in het geloof zaten. Na met hen gepraat te hebben besloot de een na de ander zich ook aan mij over te geven. Het moet een raar gezicht zijn geweest zoals wij daar door de jungle liepen als broeders en niet langer als vijanden, allen verenigd in onze hemelse Vader. Toen we dicht bij onze stellingen kwamen zetten de Japanners hun meest mismoedige en sombere gezichten op en liep ik als een gevierde held het kamp binnen… Dus een held? Niets daarvan. Ik heb helemaal niets gedaan om een medaille te verdienen. Als er één is die de eer moet krijgen is het God zelf die overal vrede en liefde brengt.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.