In de etalage van de schoenmaker

In het jaar 1854, toen ik nog maar nauwelijks een jaar in Londen woonde werd de buurt waar ik werkte, getroffen door de cholera-pandemie. Mijn congregatie leed enorm door deze ziekte.

Ik werd constant opgeroepen in huisgezinnen om de getroffenen geestelijk bij te staan en bijna elke dag was er wel een begrafenis die ik moest bijwonen.

In mijn jeugdige passie gaf ik me in die tijd volledig over aan de ziekenbezoeken. Mensen van alle rangen en standen, in alle hoeken van het district wilden dat ik bij hen kwam om hen te steunen in hun verdriet. Lichamelijk werd ik er doodvermoeid door en mijn hart was bezwaard. Mijn vrienden schenen een voor een te sterven en ik had het gevoel dat ik er zelf binnenkort ook aan onderdoor zou gaan. Mijn last werd me te zwaar.

God had echter een ander plan. Na weer een begrafenis leidde hij me op weg naar huis langs de werkplaats van een schoenmaker aan Dover Road. Er hing een stuk papier voor het raam. Het zag er anders uit dan een advertentie voor de schoenmakerij, en dat was het ook niet, want er stond met grote letters op geschreven:

U hebt God, de Allerhoogste, als beschermer gekozen.

Tegenslag zal u niet treffen en ziekten zullen ver van u blijven. Hij zal zijn engelen bevelen voor u te zorgen en u te beschermen, waar u ook gaat.
Psalm 91

Wat een prachtige tekst. Ik voelde me direct zo licht als een veertje. Ik wist dat deze tekst voor mij bedoeld was en voelde me veilig, hernieuwd en gepantserd door onsterfelijkheid. God zou me beschermen.

 

Ik ging weer verder met mijn bezoeken met een kalm, vreedzaam gemoed; ik was niet bang meer voor het kwaad en er overkwam mij niets.

Ik dank de onzichtbare krachten die de ambachtsman ertoe bewogen deze verzen op zijn raam te plakken en ik geef de eer aan mijn God. De psalmist verzekert ons hier in deze verzen dat de man die in God verblijft ook inderdaad veilig zal zijn.

Ofschoon geloof op zich geen verdienste is, beloont de Heer het wanneer Hij geloof ziet. Hij die God tot zijn toevlucht maakt zal een toevlucht in Hem vinden; hij die Zijn bescherming zoekt zal zien dat hij veilig is, waar hij zich ook bevindt.

Wij moeten van God onze woonplaats maken door Hem boven al het andere te kiezen en dan zullen we immuun zijn voor het leed; er zal ons persoonlijk geen kwaad overkomen en geen oordeel zal ons huisgezin vellen.

De schuilplaats waar oorspronkelijk in de tijd van de psalmist over gesproken werd was slechts een tent, maar toch zou die fragiele schuilplaats meer dan genoeg zijn om mij te beschermen tegen allerlei soorten kwaad.

Het maakt niet veel verschil of onze woning een zigeunerwagen is of een koninklijk paleis, als de bewoner ervan de Allerhoogste als zijn beschermer heeft gekozen.

We hoeven niet volmaakt te zijn of in hoog aanzien bij de mensen te staan om bescherming te vinden in kwade tijden, want onze schuilplaats is bij de Eeuwige God en ons geloof heeft geleerd om onder Zijn beschuttende vleugel te schuilen.

CH Spurgeon (1834-1892)

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.