Laat toch dat licht maar schijnen

Als we naar de goddeloosheid in de wereld kijken en dan in de Bijbel lezen hoe God eigenlijk zou willen dat de mens leeft, schudden we wellicht mismoedig ons hoofd. Soms bekruipt ons zelfs het gevoel dat wij ons maar beter stilletjes in onze holletjes kunnen terugtrekken totdat die boze tijden voorbij zijn en het eeuwige licht van Christus op aarde is teruggekeerd.

Er zijn tenslotte nogal wat mensen die niets over hoop willen weten en ook liever de vloer aan zouden vegen met de Bijbel.

Maar de boodschap die God voor ons heeft is nog steeds dezelfde als die Jezus zelf gaf toen Hij zei: “Laat uw licht voor alle mensen schijnen. Als zij dan de goede dingen zien die u doet, zullen zij uw hemelse Vader eren.” (Mattheüs 5:16)

De woorden van Jezus zijn duidelijk. God wil dat we de wereld liefhebben, waarbij het niet uitmaakt of de wereld ons die liefde terugbetaalt of niet. In hetzelfde hoofdstuk gaat Jezus zelfs nog een stapje verder en leert Hij ons dat wij onze vijanden lief moeten hebben en moeten bidden voor degenen die ons vervolgen. (Mattheüs 5:44).

Gods liefde is eigenlijk met geen pen te beschrijven en voor de mens, die behept is met een opstandige natuur, maar nauwelijks te bevatten. Maar wat een geweldige dag was het toen onze harten en ogen geopend werden en wij ons voor het eerst konden koesteren in de liefdevolle aanwezigheid van onze Heer. En nu is het Gods hoop dat dezelfde liefde die ons de helpende hand bood in het uur van onze duisternis, ook de wereld bereikt.

Lees 1 Corinthiërs 13 er maar op na. “De liefde is geduldig, de liefde is vriendelijk, de liefde is niet jaloers. Zij doet niet gewichtig en is niet trots. Zij kwetst niet, is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd, zij neemt niemand iets kwalijk en is niet blij met onrecht, maar juist met de waarheid. De liefde beschermt altijd, heeft altijd vertrouwen, verwacht het altijd van God en houdt stand.”

Hoe houd je van mensen in een vijandige wereld?

Maar hoe houd je van mensen in een vijandige wereld die, als het er op aan komt, je geloof bespotten en het eigenlijk maar het liefst zouden uitbannen?

Dat kan moeilijk zijn, frustrerend en soms onaangenaam, en toch wil God dat wij dat lichtje van geloof en hoop laten schijnen. Er is altijd wel iemand die het ontvangt en wiens pad erdoor verlicht wordt in de verwarrende zoektocht naar waarheid en antwoorden.

Op die momenten, waarop we gedwongen worden om te kiezen tussen onze trouw aan Gods Woord en de populariteit en aanvaarding van de wereld, helpt het om ons te realiseren dat onze identiteit nooit gevonden kan worden in de mening van onze verloren cultuur, maar alleen in Gods geweldige genade. Wij zijn tenslotte inwoners van Gods Koninkrijk, parels in Zijn ogen. Wij zijn niet langer van onszelf, maar behoren Hem toe (Johannes 15:19)

Een rebel die zijn wapenen moet afleggen

Een tweede idee dat ons kan sterken als het niet makkelijk is om op te staan voor het geloof, is de wetenschap dat deze ‘verloren’ wereld ook daadwerkelijk verloren is, en dus geen enkele toekomst heeft. Ondergaan we soms spot, haat en laster? Waarom verwachten we dat mensen die vooralsnog verloren zijn, zich zouden gedragen als geredde, liefdevolle mensen? C. S. Lewis beschrijft het als volgt: “De gevallen mens is niet slechts een onvolmaakt schepsel dat wat verbetering nodig heeft. De gevallen mens is in wezen niets anders dan een opstandige rebel die zijn wapens moet afleggen.”

Dat is iets wat rechtstreeks tegen onze aardse, menselijke natuur indruist, want het betekent dat wij het roer van ons leven loslaten en toegeven dat wij het alleen niet afkunnen. Het is een overgave, die niet mogelijk is zonder een diep besef van onze eigen tekortkomingen en een gevoel van berouw omdat wij er zo’n potje van hebben gemaakt.

Maar in plaats van te luisteren naar het woord van de Schepper en zich er aan te onderwerpen, zijn de meeste mensen er van overtuigd dat het wel goed zit bij hen. Ze hebben de juiste ideologie en bevinden zich op de juiste plaats, en dat is een plaats waar de Bijbel niet thuishoort. Dat boek is verkeerd, of wordt op zijn best verkeerd geïnterpreteerd en de mensen die zich er zo halsstarrig op beroepen staan eigenlijk in de weg.

Als Christenen denken wij natuurlijk precies het tegenovergestelde en zijn wij er van overtuigd dat wij ons op de juiste plaats bevinden en het juiste boek lezen.

Maar daar schuilt wel een belangrijke waarheid in. De mensen die zich verzetten tegen de Bijbelse waarheid hebben niet altijd duivelse hoorntjes en scherpe hooivorken, maar zijn vaak heel oprecht in hun overtuiging.

Ofschoon ze oprecht ongelijk hebben in hun verwerping van het geloof, (een uitspraak die veel gejoel zal oogsten) moeten wij ons goed realiseren dat zij de vijand niet zijn, maar mensen die worden misleid door de ware vijand, net zoals wij dat waren voordat we tot het geloof kwamen. (Openbaring 12: 9)

“Iedereen die leeft en in mij gelooft, zal nooit sterven”
Tenslotte helpt het ons, op die momenten waarop wij ons mogen uitspreken over de grootsheid van God, om te weten dat onze toekomst niet afhankelijk is van het heden.

Een website van een uitvaartcentrum geeft een sprekend beeld. Op de home pagina kunnen we een pier zien die zich een eind uitstrekt in een prachtig meer. De zon gaat onder en wordt weerspiegeld op het water dat omringd is met prachtige bergen en statige bossen. En daar, aan het einde van de pier ligt een klein bootje dat wordt klaargemaakt voor de tocht naar de overkant.

De symboliek is duidelijk. Deze wereld houdt op bij het einde van de pier. Maar er is wel een bootje dat ons een veilige overtocht garandeert. Als christenen worden wij veilig over het water naar de kust aan de andere kant vervoerd.

Toen Martha in de Bijbel bedroefd was over haar broer Lazarus die gestorven was, zei Jezus: “Ik geef de doden het leven terug. Ik ben Zelf het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij gestorven is. Wie leeft en in Mij gelooft, zal nooit sterven.” (Johannes 11: 25-26).

Wanneer wij, als kinderen van God, onze laatste adem uitblazen in deze wereld, halen wij voor het eerst adem in de volgende wereld. Als we hier onze ogen sluiten, openen we ze daar. We stappen van duisternis naar licht en van dood naar leven.

Wanneer we weten dat we geliefd zijn door onze Vader, hebben we de bevestiging van onze gevallen cultuur niet langer nodig. We zijn dan vrij en in staat om de waarheid in liefde te spreken, de waarheid die de wereld zo hard nodig heeft.

Zijn wij dan betere mensen dan degenen die God niet kennen of zelfs verwerpen? Natuurlijk niet. Maar het verschil zit er in dat wij als kinderen van God het geschenk van Zijn genade ontvangen hebben en nu, in samenspraak met onze Heer, niets liever willen dan die genade door te geven.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.