Corona: Een bijbels perspectief

Door dominee Dr. Christian Hofreiter, directeur van RZIM Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland. (Moeilijke vragen-doordachte antwoorden)

 Al in het Oude Testament vinden we zeer strenge quarantainevoorschriften voor mensen die lijden aan besmettelijke ziekten. Het opvolgen van overheids- en medische adviezen om bijvoorbeeld alle sociale contacten drastisch te verminderen is dan ook een uiting van wijsheid en vooral van naastenliefde. De vergelijking is eenvoudig en ontnuchterend: Hoe minder snel het virus zich verspreidt, des te kleiner het aantal kwetsbare mensen dat zal sterven.

Terwijl wijsheid, solidariteit en naastenliefde ons ertoe brengen de huidige epidemie zoveel mogelijk in te dammen, word ik herinnerd aan de vele keren in de geschiedenis dat het licht van de christelijke naastenliefde met oogverblindende helderheid heeft geschitterd in donkere tijden van besmettelijke ziekten en maatschappelijke beroering.

Telkens weer blijkt uit de geschiedenis dat Christenen de drang om zichzelf in veiligheid te brengen en zich te isoleren van het lijden van anderen naast zich neerlegden en in actie kwamen om een helpende hand te bieden.

Zo woedde er in 165 AD een vreselijke plaag in het machtige Romeinse Rijk. Eén op de drie inwoners stierf. Het gebeurde andermaal in 251 AD toen in Rome alleen al dagelijks 5.000 mensen stierven. De geïnfecteerde slachtoffers werden door hun families in de steek gelaten en stierven op straat. De regering stond hulpeloos en zelfs de keizer bezweek aan de pest. Heidense priesters ontvluchtten hun tempels waar mensen zich hadden verzameld voor troost en uitleg en de mensen waren te zwak om zichzelf nog te helpen. Als de pokken je niet zouden doden, zouden honger, dorst en eenzaamheid het wel doen.

Het effect op de samenleving was catastrofaal. Maar de Christenen straalden als nooit tevoren en het vertrouwen in God en de goede reputatie van het christendom groeide exponentieel.

Hoe kwam dat?
De Christenen kwamen niet op de proppen met intellectuele antwoorden op het probleem van het kwaad. Zij beschikten niet over een bovennatuurlijk vermogen waardoor ze gevrijwaard waren van pijn en lijden en ze hadden geen antwoorden waardoor de mensen niet langer stierven. Wat ze wel hadden was hun naastenliefde, hun bereidheid om te helpen waar dat moest en water en voedsel. Als je een Christen kende had je statistisch gezien meer kans om te overleven, en als je het overleefde was het de geloofsgemeenschap die je de meest liefdevolle, stabiele en sociale omgeving bood.

Het waren niet de slimme, theologische verhandelingen en politieke Christelijke praatjes die tot het hart van een Imperium doordrongen en schenen als een licht in het duister, maar het was de eenvoudige overtuiging van normale vrouwen en mannen dat Christus wilde dat ze in actie kwamen voor hun naasten, of die nu geloofden of niet. Wat ze deden voor de minste van hun buren deden ze voor Christus.

Natuurlijk is een goede onderbouwing van het geloof in God van groot belang en is er plaats voor een heldere theologische verhandeling, maar als het er op aankomt staat de liefde altijd voorop. Ravi Zacharias heeft het mooi samengevat toen hij zei: “Liefde is het grootste pleidooi voor de kracht van het Christendom. Het is de essentiële component die nodig is om de mens in deze harde, gefragmenteerde wereld te overtuigen dat God leeft en van ons houdt. Wij moeten bereid zijn om het voorbeeld van Jezus te volgen en ons inzetten om deze nood te lenigen.”

Dus…
Zou het niet prachtig zijn als wij als Christenen ook in deze tijd vooral bekend zouden worden vanwege de genereuze, onbaatzuchtige liefde die wij aan onze naasten tonen, en niet zo zeer vanwege alles waar we ons tegen verzetten en over oordelen?

Reacties

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.