Vuur op de berg

Dat was nogal wat. Moedig en onbevreesd opstaan tegen de koning, de goddeloze koningin Izabel, en de honderden valse profeten van de boosaardige afgod Baal. Daar was moed voor nodig, bovennatuurlijke moed, maar Elia deed het. Vervuld van de Heilige Geest en het verlangen om de ware God te verdedigen sprong hij voor de God van Israël op de bres.

Ook toen waren het moeilijke dagen voor het ware geloof. Veel mensen hadden hun geloof in de ware God aan de wilgen gehangen en de mensen die nog bleven volharden in die lang achterhaalde overtuiging werden bespot en uitgestoten.

Maar Elia wist wel beter. God was nog steeds springlevend en Zijn kracht was niet opeens uitgeblust en dus, onder de zalving van Gods Geest, daagde hij de valse profeten uit. Hij was er vast van overtuigd dat God naast hem stond en hem niet alleen zou laten in het uur van die zware test. Het verhaal staat beschreven in 1Koningen.

“Hoelang blijven jullie nog twijfelen?” vroeg Elia aan de mensen. “Als God de Heer is, volg Hem dan. Is het Baäl, volg dan Baäl. Ik ben alleen, terwijl er wel vierhonderdvijftig profeten zijn van Baäl. Geef hun een stier en geef er mij ook een. We zullen de stieren slachten en op het hout leggen, maar zonder het hout aan te steken. Roep dan de naam van uw god aan; ik zal de naam van de ware God aanroepen. De god die antwoordt met vuur is de ware God!”
“Dat is goed!” riep iedereen.

Elia geeft de profeten van Baäl ook nog eens het voordeel van de twijfel en laat hen beginnen met hun bizarre rituelen om hun god te behagen en te dwingen antwoord te geven.

 

“Begin maar, want jullie zijn met veel”, zei Elia tegen de profeten van Baäl.

Zij namen de stier, slachtten hem, legden hem op de brandstapel en riepen van ’s morgens vroeg tot aan de middag: “Baäl, verhoor ons!” Maar er kwam geen antwoord, hoe zij ook rond het altaar sprongen dat zij gebouwd hadden.

“Roep wat harder,” riep Elia spottend. “Hij is toch een god? Heeft hij misschien zorgen of is hij op reis? Misschien slaapt hij en moet hij gewekt worden.”
De priesters van Baäl riepen daarop nog harder en kerfden zich zoals gewoonlijk met hun zwaarden en speren, tot het bloed langs hun lichaam droop. Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord.

En toen kwam Elia in actie. Zo overtuigd was hij van de kracht van de ware God dat hij het altaar ook nog eens overgoot met water zodat het bijna onmogelijk was om het te laten branden.

“Kom dichterbij,” zei Elia tegen het volk. Toen nam hij twaalf stenen, net zoveel als het aantal stammen van Israël, en maakte hij het altaar, met daaromheen een geul. Daarna stapelde hij de houtblokken op en maakte de stier klaar voor het offer.

 

“Vul vier kruiken met water,” beval Elia, en hij goot die uit over het brandoffer en het hout. “Vul de vaten nog een keer,” zei hij toen hij er mee klaar was. En hij deed het een derde keer zodat het water langs alle kanten van het altaar af liep. Ook de geul rondom het altaar werd door hem met water gevuld. Toen was hij klaar en begon hij met bidden.

“Heer, God van Abraham, Isaak en Israël, toon vandaag dat U God bent in Israël en dat ik, uw dienaar, dit allemaal op uw bevel gedaan heb. Geef antwoord Heer, zodat dit volk erkent dat U de ware God bent, en keer zo hun hart weer tot U.”
Direct sloeg het vuur van de Heer neer en verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Ook het water in de geul was verdwenen. Toen de mensen dit zagen, wierpen zij zich voorover op de grond. “De Heer is de ware God!” riepen ze. “De Heer is de ware God!”

De afgod Baäl bleek inderdaad te zijn ingeslapen of was ver weg op reis, net zoals Elia spottend had gezegd. Sterker nog, hij bestond helemaal niet eens. Het was een afgod zonder kracht, zonder inzicht, en zonder genade. Net zoals iedere andere afgod in deze huidige wereld.
Wat een verschrikkelijke klap moet dat voor die valse profeten geweest zijn toen opeens bleek dat hun god, waar ze zich zo aan vastklampten, geen enkele kracht had om daadwerkelijk te redden. Het is dezelfde klap die een mens krijgt die zich niet heeft voorbereid en dan opeens wordt geconfronteerd met ernstige tegenslag, het lijden, of zelfs de dood. In het aangezicht van zulke tegenslag verwateren al die zorgvuldig opgebouwde filosofieën over het leven, want opeens blijkt glashelder dat die geen enkele kracht hebben om daadwerkelijk te redden. De Bijbel zegt daarover:

God heeft mij het voorrecht en de kracht gegeven om als een goed architect de fundering te leggen waarop een ander voortbouwt. Natuurlijk moet iedereen wel oppassen hóe hij daarop bouwt. Want een andere fundering dan Jezus Christus mag niemand leggen. U kunt op die ene fundering met allerlei materialen bouwen, met goud, zilver en edelsteen, óf met hout, hooi en stro. Het zal vanzelf blijken wat u hebt gedaan, want de grote dag van de Here komt met vuur. In het vuur blijft alleen over wat waardevol is, de rest verbrandt.
-1 Corinthiërs 3:12-13

Iemand schreef eens: “Als de wereld alles verliest; rijkdom, gezondheid, of geliefden, heeft hij niets over. Alles is weg. Maar als een Christen alles verliest, heeft hij nog steeds Jezus. En Jezus is genoeg.”

Dat geldt ook voor vandaag en de wereld waarin wij nu leven. Wat een ware rijkdom en zegen om te mogen weten dat de Heer naast ons staat en de weg voor ons is vrijgemaakt. Wij zijn slechts pelgrims op doorreis naar de hemel die op ons wacht. Laat je dus niet verleiden door de wereld met haar schreeuwerige beloften van goud, geluk en voorspoed. Het ware geluk ligt in dat zaadje van geloof dat mag ontspruiten in ons menselijk hart. Laten wij dus, net als Elia, de wereld moedig tegemoet treden en vertrouwen op de kracht van onze God die door de eeuwen heen niet veranderd is.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.