Over varens en bamboe

Op een dag besloot ik om ermee op te houden….

Met alles. Met mijn baan, mijn relatie, mijn geloof… Ik had er geen plezier meer in. Wat voor zin had het allemaal? Eigenlijk wilde ik er maar het liefst helemaal uitstappen, maar dat was wel erg drastisch, dus besloot ik om in het bos achter mijn huis nog een laatste gesprek met God te hebben.

“God”, zei ik. “Kunt U me één goede reden geven waarom ik er niet mee zou moeten ophouden?

Hij was niet boos, niet geïrriteerd, maar luisterde heel aandachtig en zei toen eenvoudig: “Kijk eens om je heen. Zie je de varens en de bamboe?”

Zijn antwoord verbaasde mij. Dat was niets bijzonders. Die hadden daar al jaren gestaan.

“Ja’, antwoordde ik. “Maar waarom vraagt U dat?”

“Ik gaf ze beide licht,” zei God. “Water en voedsel uit de grond en bescherming tegen het kwaad. De varen groeide snel en bedekte de aarde met zijn prachtige groene bladeren. Maar met de bamboe gebeurde er niets. Er was niets te zien. Toen had ik dat zaadje kunnen uitgraven en gefrustreerd kunnen weggooien. Waardeloos ding. Maar dat deed ik niet. Ik liet het rustig liggen.

Toen, in het daaropvolgende jaar werd de varen nog levendiger, nog overvloediger en begon hij zichzelf zelfs uit te zaaien. Maar met het bamboezaadje was het weer helemaal niets. Toch stopte ik er niet mee. En dat ging nog jaren zo verder.

Vijf jaar later hadden de varens zich vermenigvuldigd en verspreid over de bosgrond, maar nog was er niets te zien van het bamboezaadje… Totdat de aarde opeens geopend werd en er schijnbaar uit het niets een klein bamboescheutje tevoorschijn kwam. Het was maar een klein scheutje, erg onbeduidend…Niets vergeleken met dat weldadige groene tapijt van de varens… Maar slechts zes maanden later, was die bamboe omhoog geschoten en wel meer dan 30 meter hoog.

 

 

Dat zaadje had vijf jaar in de grond gelegen, en was bezig geweest met het ontwikkelen van zijn wortels, die nodig zijn om hem kracht te geven en de voeding te verwerken.”

Ik luisterde geboeid, een beetje beschaamd zelfs, omdat ik al voelde waar God naar toe ging. Hij ging rustig verder.

“Weet je wel dat Ik mijn kinderen nooit blootstel aan een uitdaging die ze niet aankunnen?” zei Hij. “En zo is dat ook met jou. Voor jou heb ik ook een plan. Al die jaren waarin jij het leven zo moeilijk vond ben je wortel gaan schieten. Je kunt die wortels niet zien, maar ze zijn er wel degelijk en je hebt ze nodig om je kracht te geven.

Net zo goed als Ik niet ben gestopt met de verzorging van de bamboe, zal ik ook nooit stoppen met jou. Durf je Mij daarin te vertrouwen?”

Toen begreep ik het. Als wij de dingen bekijken door de bril van het geloof ziet alles er heel anders uit. Hoe fijn was het om God tot mijn hart te laten spreken en Hem dat te horen zeggen.

“De bamboe in het bos had een ander doel dan de varens, maar ze horen er beide thuis,” zei God. “Jij zult ook groeien.”

“Hoe hoog?” vroeg ik toen. “Net zo hoog als de bamboe?”

Hij glimlachte. “Het is nooit verstandig om jezelf te spiegelen aan anderen. Je zult precies zo hoog groeien als je kunt, en dat is precies hoog genoeg.”

Die dag verliet ik het bos met een lied op mijn lippen en vrede in mijn hart, want ik begreep dat God mij nooit zal laten vallen. Goede dagen geven ons vreugde; de slechte dagen geven ons de ervaringen; beide zijn essentieel voor het leven. Geloof belooft ons geen vrijheid van de storm, maar vrede in de storm.

Auteur onbekend

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.