Over trots en hoogmoed

Gebaseerd op een artikel van C.H. Spurgeon

Men zegt wel dat de dingen die gaan komen altijd hun schaduw vooruit werpen en dat is wat ons betreft een waar woord en het geldt zeker voor een verkeerde houding. Koning Salomo, de wijste man ter wereld, maar iemand die uiteindelijk zelf ook in de val liep, beaamde het toen hij schreef dat een hoogmoedig hart altijd de voorloper is van het kwaad. Een barometer geeft aan dat er regen komt, en dan kun je er op rekenen dat de regen niet veel later met bakken uit de hemel zal vallen.

Als de barometer van ons geestelijke leven hoogmoed aangeeft weten wij zeker dat er geestelijk zware storm op komst is. Sla de geschiedenis er maar op na. Waar ook in de geschiedenis de hoogmoed als een valse heerser op de troon van het menselijk hart klom was de val niet ver af. En dat betreft niet alleen de schurken uit onze geschiedenisboeken. Het overkwam bijvoorbeeld koning David, toch een mens naar Gods hart. Op zekere dag voelde hij zich zo machtig dat hij op zijn eigen legermacht begon te vertrouwen in plaats van op God. En het kwam hem duur te staan. Hij zag zijn fout snel in maar moest wel de gevolgen dragen van zijn hoogmoed.

“Maar David kreeg hevig spijt dat hij het volk had laten tellen. En hij zei tegen de Heer: “Dit was heel erg verkeerd van mij. Heer, vergeef het me alstublieft. Ik heb heel erg dwaas gedaan.” 2 Samuel 24:10

Nebukadnezar was nog zo’n machtige mens die dacht dat zijn eigen macht en inzicht hem de voorspoed hadden gebracht waar hij zo van genoot. Omdat deze wereldse koning zich tenslotte bekeerde kreeg het verhaal nog een goed einde, maar wie wil er nu letterlijk zo door het stof gaan als deze man?

“Ik zei: “Kijk toch eens! Wat heb ik van Babel toch een prachtige stad gemaakt. Dankzij mij is Babel zo geweldig geworden!” Ik was nog maar net uitgesproken, of er klonk een stem uit de hemel: ‘Ik zeg u, koning Nebukadnezar, dat u vanaf dit moment geen koning meer zal zijn. U zal bij de mensen worden weggejaagd en tussen de wilde dieren wonen. U zal gras eten als een koe en er zal zeven jaar voorbij gaan, totdat u toegeeft dat de Allerhoogste God de macht heeft over de koninkrijken van de mensen. Dat Hij de macht geeft aan wie Hij wil.’ Op datzelfde moment gebeurde wat ik had gedroomd: ik werd bij de mensen weggejaagd, at gras als een koe en dronk van de dauw. Mijn haar werd zo lang als de veren van een arend en mijn nagels werden zo lang als de klauwen van een vogel.” Daniël 4

 

En zo kunnen we nog even doorgaan. En wij? Slaat dat ook op ons? Ik denk het wel. Als wij eerlijk naar onze eigen levens kijken en eens nadenken over die momenten op onze levensweg waarop alles behoorlijk spaak liep, zullen wij ongetwijfeld zien dat datzelfde principe in veel gevallen aan het werk was.

Van hoogmoed worden grootsprekers beesten, engelen duivels, en goede mensen sufferds. Hoogmoed is een van de zeven dingen waarvan in de Bijbel wordt gezegd dat God ze haat en daarom zijn de gevolgen ervan makkelijk te voorspellen.

Het is een verleiding voor ons als Christenen om met de vinger te wijzen naar die slechte wereld die er zo’n puinhoop van maakt. Wij kennen God tenslotte, maar maken wij soms niet dezelfde fouten? Heeft God eigenlijk wel volledige toegang tot ons hart, of laten wij Hem alleen binnen in de door ons vooraf afgebakende gebieden van ons hart? Soms houden we de sleutels van de deuren naar de wat afgelegen plekken in ons hart maar liever in onze broekzak en blijven die kamers van ons geestelijke huis netjes voor God gesloten.

Dan misleiden we onszelf. Want God ziet toch wel door die deuren heen en kent ons hart heel wat beter dan wijzelf. Op zulke momenten zijn we net als kleine kinderen die de handjes voor de ogen slaan en dan denken dat niemand ze ziet.

Vergis je niet, hoogmoed is een menselijke ziekte en die komt even goed in het hart van de gelovige voor als in dat van de ongelovige, spottende mens. Hoogmoed maakt dat wij geloven dat wij het goed voor elkaar hebben. Het voelt immers goed als je jezelf op de borst kunt kloppen omdat je het beter denkt te zien dan een ander?

Maar de weelderige plant van zelfbedrog zal bij de wortel worden uitgerukt, en door de hitte van het vuur van de beproeving zal de zelfgenoegzaamheid verwelken.

Waar moeten wij dan heen in onze onmacht? Dat antwoord is niet moeilijk te vinden. Altijd weer naar de voet van het kruis, waar wij ons net als koning David mogen neerwerpen en Gods liefdevolle zorg opnieuw ons leven kunnen laten binnen stromen als een verfrissende golf van waarheid, nederigheid en rust.

De Heer kent ons door en door en blijft van ons houden. Hij laat ons nooit vallen en helpt ons keer op keer weer verder in de school van het leven. Maar het helpt wel als wij goed naar de leraar luisteren in plaats van ongeïnteresseerd achter in de klas over de banken te hangen en te dagdromen over van alles en nog wat dat niets met Gods Koninkrijk te maken heeft.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.