Over geloof en werk

Naar een artikel van Hannah Withall Smith (1832-1911)
uit: The Secret of a Happy Life

 Geloven en doen zijn twee dingen die nogal eens voor verwarring zorgen. Wanneer moet ik slechts geloven en wanneer moet ik als gelovige iets doen? Geloof lijkt tenslotte een passief iets. Geloven doe je rustig in je hart. Daar is geen actie voor nodig. De Bijbel leert ons tenslotte dat we door genade gered worden en dat onze werken daar geen enkele invloed op hebben?

Doen impliceert actie en beweging. Jakobus beaamt dat in de Bijbel als hij schrijft: “Geloof zonder werken is dood.” Maar dan zegt Jezus zelf weer: “Dit is het werk van God, dat je gelooft in de Zoon.” Hoe zit dat nu eigenlijk?
Geloven en doen zijn natuurlijk allebei juist, alleen moeten ze in de juiste context geplaatst worden.

De twee roeispanen
Een oude Schotse visser zei daarover: “Geloof en werken zijn als de twee roeispanen in mijn roeiboot. Als ik slechts een van mijn roeispanen gebruik kom ik nergens, en draai ik hopeloos in een kringetje rond. Ik moet allebei mijn roeispanen met elkaar laten werken om mijn doel te bereiken.”

Misschien kunnen we een van de roeispanen van de Schotse visser de naam ‘ons geloof’ geven, en die andere ‘Gods macht.’ Kort gezegd, ons deel als kinderen van God is te geloven en in God te vertrouwen en het is Gods deel om de bergen te verzetten.

En er zijn nogal wat bergen. Wij worstelen allemaal met belemmerende zonden die we moeten overwinnen; slechte gewoonten die moeten worden uitgebannen; wij hebben vaak verkeerde neigingen en gevoelens en daarvoor in de plaats moeten zuivere karakters met liefdevolle gevoelens worden opgewekt. Althans, zo leert de Bijbel ons.

En het is duidelijk, zowel uit ervaring als uit de Bijbel zelf dat wij als mensen daar ernstig in tekort schieten. De meesten onder ons hebben eerst uit alle macht geprobeerd om onszelf te redden, maar het resultaat is altijd hetzelfde. Het lukte gewoon niet.

Soms maakten we wat kortstondige vooruitgang om dan weer terug te vallen en uiteindelijk bleek het onmogelijk om onszelf, in onze eigen kracht, helemaal schoon te wassen. We faalden daarin net zoals iemand die beweert dat hij zichzelf aan zijn eigen schoenveters omhoog kan trekken daar ook hopeloos in zal falen. En dat hoeft ook niet. De Heilige Schrift beaamt het. God wil het maar wat graag voor ons doen. Jezus Christus is gekomen om dat voor iedereen te doen die zich volledig in Zijn handen legt en zonder voorbehoud op Hem vertrouwt. Dat is ons deel in de verbintenis. Daar is de Bijbel heel duidelijk over. De gelovige moet niets anders doen dan vertrouwen terwijl de Heer, in wie hij vertrouwt, het werk doet dat Hem is toevertrouwd.

Gods contract
God heeft een contract opgesteld tussen twee verschillende partijen; God de ene partij en wij de andere. Als twee mensen een contract opstellen, vertrouwen beide partijen er zonder meer op dat ieder zich aan de afspraak zal houden.  En zo is dat ook met ons en God. De Heer zegt: “Kom en vertrouw op Mij. Dan zal Ik komen en je een nieuw leven geven.” Wij vertrouwen en God zal doen wat wij niet voor onszelf kunnen doen: onze zonden vergeven en ons een nieuwe kijk op alles geven.

Nu komen we tot de kern van de zaak. Want ons deel van het contract is dat wij Hem vertrouwen. We hebben het hier over volledige overgave, eigenlijk niets anders dan een ander woord voor vertrouwen. Dit is wat wij als mens moeten en kunnen doen. En dan, als wij ons hebben overgegeven gaat de Heer aan het werk. Dan gebeuren de wonderen die we zo hard nodig hebben en worden onze gebeden beantwoord. Wij veranderen niet door onze eigen werken, onze eigen geestelijke volwassenheid of persoonlijke slimheid, maar door de Heer zelf en alleen door Hem. Werkelijke resultaten worden bereikt door ons vertrouwen.

Mattheüs schrijft over Jezus zelf: “Hij kon daar niet veel wonderen doen, doordat ze Hem niet geloofden.”

De Heer neemt wat wij Hem toevertrouwen en gaat aan het werk. Wij doen niets, Hij doet alles, en ook nog eens heel wat beter dan wij het ooit zouden doen. Maar als we ons niet helemaal aan Hem overgeven en Hem niet vertrouwen en er nog plaatsen in ons hart zijn waar we zelf willen regeren, kan Zijn kracht niet volledig door ons heen stromen. Dan gaan we mopperen als dingen zogenaamd verkeerd gaan en er soms grote rotsblokken op ons pad verschijnen. Dat was het geval met de kinderen van Israël in de wildernis toen God hen door Mozes uit Egypte had geleid. Dat is helaas een groot verhaal van ongeloof, gemopper, Gods voortdurende zorg, Zijn wonderen en uiteindelijke oordelen.

Het gaat altijd om Hem, niet om ons. Daar begaan we vaak een fout. In Psalm 4 staat het zo treffend: ”Luister goed: de Here heeft mij voor Zichzelf bestemd.”

Hij disciplineert en onderwijst ons door innerlijke oefeningen en uiterlijke voorzieningen.

   De Goddelijke Pottenbakker

   Door het geloof leggen we onszelf in de handen van de Goddelijke Pottenbakker. Hij maakt van ons vazen tot Zijn eer, geschikt voor Zijn gebruik, en bereid tot elk goed werk.

Hoe gaat dat in zijn werk? Om zo’n goede vaas te maken is er klei nodig en de kennis en bekwaamheid van de pottenbakker. Het echte aandeel van de klei is eigenlijk maar minimaal. Die klei moet zich rustig overgeven aan de vaardige handen van de pottenbakker, zonder tegenstribbelen. Veel meer kan de klei niet doen.

Nu komen we bij het belangrijkste deel. De pottenbakker neemt de klei en begint die te vormen en naar zijn eigen idee te kneden. Soms scheurt hij er hele stukken af, kneedt die opnieuw, maakt alles nat, laat het weer drogen en ga maar door. Er zijn vazen waar hij urenlang aan werkt, en anderen die minder tijd kosten. Soms ook legt hij de klei dagenlang opzij. En dan, als de tijd rijp is en de klei door al deze handelingen perfect plooibaar is gemaakt, gaat hij weer verder en maakt hij de vaas af die hij in gedachten had. Er wordt nog geschaafd en de vaas wordt gladgestreken op het pottenbakkerswiel en dan droogt hij hem in de zon of bakt hem in de oven.

De vaas is nu geschikt voor gebruik.

Wat kan er nog meer gezegd worden over de rol van ons mensen in dit grote werk, dan dat wij ons voortdurend moeten overgeven aan de hand van God en op Hem moeten vertrouwen. Dan worden wij geschikt voor het gebruik door de Meester.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *