Een hels kabaal

-Naar een artikel van A.B. Simpson

Ik vernam een fluisterende stem -Job 4:16 (NBG’51)

Lang geleden werd mij door een vriend een boek in de hand gedrukt, dat Ware Vrede heette. Er stond een oude middeleeuwse boodschap in, en ik kon maar aan één ding denken; dat God me opwachtte in het diepst van mijn wezen als ik er maar in kon slagen, stil genoeg te worden zodat ik Zijn stem zou kunnen horen.

Ik dacht dat dit heel eenvoudig zou zijn, en begon stil te worden. Maar zodra ik was begonnen brak er een hels kabaal los met stemmen die in mijn oren klonken, duizenden tonen uit alle richtingen, totdat ik niets anders meer kon horen.

Sommige stemmen kwamen van mij, het waren vragen die ik zelf had, of gebeden die ik uitte. Andere stemmen waren verleidingen van de Boze en ik hoorde ook nog geluiden die afkomstig waren van de wereld buiten.

Ik werd alle richtingen op getrokken en geduwd en begroet met luidruchtige kreten en onuitsprekelijke onrust. Het leek alsof ik er toch naar moest luisteren en in elk geval antwoord moest geven op een paar daarvan, maar God zei: ‘Wees stil en luister naar Mij, uw God.’

En naarmate ik aandachtiger begon te luisteren en langzaamaan leerde te gehoorzamen, en mijn oren afsloot van elk geluid, kwam ik tot de ontdekking dat er een kleine stille stem in mijn binnenste was die begon te spreken met onuitsprekelijke tederheid, en kracht en troost.

Naarmate ik er langer naar luisterde werd hij de stem van het gebed voor mij, de stem van de wijsheid, de stem van de roeping, en toen hoefde ik niet meer zo hard na te denken of zo heftig te bidden of zo wanhopig te proberen te vertrouwen, want die stille zachte stem van de Heilige Geest was Gods gebed in het heilige der heiligen in het geheime plaatsje van mijn ziel, dat het antwoord gaf op al mijn vragen. Het was Gods leven en kracht voor mijn lichaam en ziel en werd de substantie van alle kennis, en al het gebed en alle zegen. Het was de levende God, die alles was wat ik nodig had voor mijn hele leven.

Zo drinkt onze geest het leven in van onze verrezen Heer, en gaan we de conflicten van het leven te lijf en kunnen we onze plichten aan. Dan zijn we als bloemen die de koele kristallen dauwdruppels hebben opgenomen tijdens de donkere nacht. Maar net zoals dauw nooit valt op een stormachtige nacht, zo komt de dauw van Zijn genade niet als de ziel rusteloos is. Hij moet zich openstellen voor zijn God.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.