Die is niet goed bij zijn hoofd

 Het zal slecht aflopen met de mensen die van het kwaad zeggen dat het goed is en van het goede zeggen dat het kwaad is. Die van het donker zeggen dat het licht is en van het licht zeggen dat het donker is. Die van bitter zeggen dat het zoet is en van zoet zeggen dat het bitter is.
Jesaja 5:20

Toen de man een bankroof gepleegd had, deed de advocaat zijn uiterste best om te bewijzen dat hij niet schuldig was. Dat was niet eenvoudig, want het bewijsmateriaal was overweldigend. Verschillende getuigen beweerden hem te hebben gezien toen hij bezig was met de kraak en hij had geen alibi. Dus moest de advocaat het over een andere boeg gooien. Daarom besloot hij te zeggen dat de man aan black-outs leed en niet toerekeningsvatbaar was toen hij met de roof bezig was. Sterker nog, de advocaat gaf de gemeenschap de schuld. De wereld had hem nooit een goede kans gegeven en de arme man, in principe altijd een zachtmoedige en goedbedoelende, onbaatzuchtige burger, was door een zieke en onrechtvaardige maatschappij tot deze daad gedreven. Vrijspraak was volgens de advocaat dan ook de enige juiste uitkomst van de strafzaak.

Maar toen kwam de man zelf aan het woord. Tot verbijstering van de rechtszaal ging hij tegen het betoog van zijn advocaat in. “Ik heb helemaal geen black-outs en ik wist heel goed wat ik deed. Ik ben het niet altijd eens met wat er in de maatschappij gebeurt, maar de gemeenschap heeft geen schuld aan mijn misdaad. Het was mijn eigen schuld. Ik ben inmiddels tot bezinning gekomen en ik geloof nu dat God van mij wil dat ik eerlijk en oprecht door het leven ga. Ik heb alleen uit eigenbelang gehandeld en ben schuldig. Het spijt me.”

 

Daar begrepen de mensen in de rechtszaal niets van. Hoe kon iemand nu zo eerlijk zijn? Geen weldenkend mens zou zijn eigen vrijheid zo in de waagschaal stellen. “Hij is te eerlijk,” vonden ze. “Da’s niet normaal. Die vent is niet goed bij zijn hoofd. Zijn advocaat heeft gelijk. Dit is een typisch voorbeeld van verstandsverbijstering. Een black-out en een goed voorbeeld van geloofswaanzin.”

En zo kwam het dat de man werd vrijgesproken, met als enige voorwaarde dat hij zich tweemaal per maand bij de psychiater moest melden.

Een bizar verhaal wellicht, maar de diepere gedachte is de moeite waard om over na te denken. Eerlijkheid, overtuiging… het zijn waarden die de wereld niet snel begrijpt. Wellicht is het nog moeilijker voor de natuurlijke mens om te begrijpen en te accepteren dat de mens niet goed is. Het woord ‘zonde’ is al helemaal taboe terwijl het toch aan de basis ligt van al onze menselijke ellende. Om ruiterlijk toe te geven dat we van binnen met een groot probleem worstelen ligt niet in onze aard en we zoeken van nature altijd naar manieren om onszelf te rechtvaardigen. Helaas lukt dat niet. Ons eigen streven en gekonkel brengt ons nergens. Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” De waarheid, hoe ongemakkelijk die soms ook mag zijn, maakt ons werkelijk vrij. Als je die tenminste wilt zien.

Jezus gaf het goddelijke voorbeeld: “Maar Christus heeft zijn leven voor ons gegeven toen we nog sléchte mensen waren. Daarmee bewijst God hoeveel Hij van ons houdt.” -Romeinen 5:8

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.