Waarom bidden in Jezus’ naam”?

Een Bijbelstudie
De uitdrukking ‘in Jezus’ naam’ wordt altijd aan het einde van veel gebeden gebruikt en met een reden, maar vaak betekent het voor ons niet veel meer dan het sein dat we onze ogen open kunnen doen en weer met iets anders aan de slag kunnen gaan. Net zoals dat andere woordje dat we vaak zeggen op het einde van onze gebeden: ‘amen.’

Maar ook Amen betekent niet zomaar een punt aan het einde van een lange zin. Het is veel meer dan alleen maar: “Dat is het. . . ik ben nu klaar.”

Amen (ah-mane) is een oud Hebreeuws woord dat vrijwel geheel intact werd gehouden in het Nieuw Testamentisch Grieks. Het is een uitspraak, standvastig en gezaghebbend en wil zoveel zeggen als: “Ja! Het zij zo! Laat dit gebeuren!”

Zo zijn ook de woorden: “In Jezus’ naam” een definitieve uitspraak. Je zou het kunnen vergelijken met het moment waarop de rechter in een rechtzaal het vonnis heeft uitgesproken en met zijn hamer slaat. Het staat vast. Laat dit gebeuren.

Wij bidden niet in onze eigen naam, maar in de naam van de heerser van alle melkwegstelsels en het gehele universum. Wij schuilen en zoeken hulp onder zijn vleugels en beroepen ons op het gezag van de Koning. Niet ons gezag, niet onze kracht, maar Zijn kracht en Zijn gezag.

Dat deed de hoofdman van de Romeinen ook in het Bijbelverhaal dat ons verteld wordt in Mattheüs 8.

Daarna kwam Jezus in Kapernaüm. Daar kwam een Romeinse hoofdman naar Hem toe. Hij zei tegen Jezus: “Heer, mijn knecht ligt ziek thuis. Hij is verlamd en heeft erge pijn.” Jezus zei tegen hem: “Ik zal komen en hem genezen.” Maar de hoofdman antwoordde: “Heer, ik ben het niet waard dat U in mijn huis komt. Maar U hoeft maar één woord te zeggen. Dan zal mijn knecht gezond worden. Want ik moet zelf ook gehoorzamen aan de mensen die boven mij staan en mij bevelen geven. En ik heb zelf soldaten aan wie ik bevelen geef. Als ik tegen de één zeg: ‘Ga!’ dan gaat hij. En als ik tegen een ander zeg: ‘Kom!’ dan komt hij. En als ik tegen mijn slaaf zeg: ‘Doe dit!’ dan doet hij het.”

Het verhaal gaat verder dat Jezus diep geraakt was door het geloof van de hoofdman. Deze Romein begreep hoe het werkte. Hij was zelf een man van gezag en begreep dus dat alles in de wereld draait om gezag en het volgen van de juiste wetten. Het Koninkrijk van God is daarop geen uitzondering.

Alles werkt op een bepaalde manier en heeft bepaalde gevolgen. Als je met je hand langs een ruwe, onbewerkte plank strijkt krijg je vermoedelijk een splinter in je hand. Als je in een kano zit die zijwaarts in de stroming draait zul je omslaan. Alles in de fysieke wereld werkt op een bepaalde manier en het is belangrijk te weten hoe dat precies werkt. Dat heet ervaring.

Deze waarheid is een van de meest gebruikte werktuigen van God om ons dingen te leren en ons op te laten groeien. Zo leren we allemaal lessen in dit leven en dat begint al bij kinderen als die hun vingers branden aan een hete kachel of hun knieën schaven door te wild rond te rennen tijdens hun spel.

Wijsheid wordt grotendeels gecultiveerd door de wetten te begrijpen in de fysieke wereld en hoe we daar mee omgaan.

En dat is niet anders in het spirituele domein: Ook in de geestelijke wereld werken de dingen op een bepaalde manier. In de geestelijke wereld komen we in aanraking met een strijd tussen twee koninkrijken; de hemelse wereld van God en het duistere rijk van Satan. Net als fysieke koninkrijken worden ook deze rijken bestuurd door een heerser en ook hier werkt het op de basis van gezag en de geldende geestelijke wetten.

 

Dat ondervond de profeet Daniël die wanhopig bad om hulp en raad, maar pas veel later antwoord kreeg. Na drie weken bidden en vasten kwam de engel eindelijk opdagen en legde uit dat hij veel eerder had willen komen, maar gehinderd was door de territoriale geest die over het Perzische koninkrijk heerste. Hij brak uiteindelijk door de blokkade van duisternis heen, maar de Bijbel geeft daar een interessant beeld van:

Na jouw gebed ging ik onmiddellijk naar je op weg. Maar de heerser van Perzië hield mij 21 dagen tegen. Toen kwam Michaël, één van de belangrijkste engelen, naar mij toe. Hij kwam mij helpen omdat ik werd tegengehouden door de heersers van Perzië.

De boodschapper kon Daniël uiteindelijk het antwoord geven omdat de machtige aartsengel Michaël zich in het gevecht mengde en zijn grotere autoriteit gebruikte om de vijand te verjagen. Dat is in feite ook wat we doen als we de naam van Jezus gebruiken. Door in Zijn naam te bidden, gebruiken wij Zijn autoriteit. Onze eigen kracht is bij lange na niet doeltreffend genoeg om onze geestelijke vijand op de vlucht te jagen. Wij zijn ook niet verondersteld om zo de strijd aan te gaan. Als wij de vijand in onze eigen naam tegemoet treden gebeurt het met ons wellicht niet anders dan met de zeven zonen van Sceva in het verhaal in Handelingen 19. Deze Joden hadden wel gehoord van Jezus, maar kenden Hem niet persoonlijk en dachten dat het uitspreken van de naam van Jezus een soort magische toverformule was die altijd werkte zodat ze hun eigen duiveluitdrijvingsbedrijfje wat konden opkalefateren:

Maar de duivelse geest antwoordde hen en zei: “Jezus ken ik. Van Paulus heb ik gehoord. Maar wie zijn jullie?” En de man in wie de duivelse geest zat, sprong op hen af en gaf hun ervan langs. Hij was zóveel sterker dan zij, dat ze zonder kleren en gewond uit dat huis moesten vluchten.
(Handelingen 19:11-20)

Jezus heeft de weg naar het huis van God weer vrijgemaakt. Door Zijn leven en Zijn volmaakte verzoening voor onze zonden door middel van de kruisdood, heeft Jezus de Satan en de gevallen engelen, zoals ook de Prins van het Perzische koninkrijk volledig ontwapend. Hij is de autoriteit en daarom bidden wij in Zijn gezag.

Eerst waren jullie geestelijk dood. Dat kwam doordat jullie ongehoorzaam aan God waren en niet bij zijn volk hoorden. Maar nu heeft Hij jullie samen met Christus geestelijk levend gemaakt, toen Hij al jullie schuld vergaf. Hoe vergaf Hij onze schuld? Door het bewijsmateriaal uit te wissen! Hij heeft namelijk de wet van Mozes, die bewees dat we schuldig waren, aan het kruis gespijkerd. We waren ongehoorzaam doordat het kwaad macht over ons had. Maar nu heeft Hij aan het kruis het kwaad ontwapend, overwonnen en voor iedereen te kijk gezet.
Colossenzen 2:13-15

 De strijd is gestreden. Het fundament is gelegd, maar Gods Koninkrijk is nog niet volledig opgericht op deze aarde. Daar is de tijd nog niet rijp voor. Desalniettemin is het gevecht geleverd en de uitkomst staat vast. Jezus Christus is de overwinnaar, de Zoon van God die zowel gisteren als vandaag en morgen dezelfde is.

Bid daarom in de naam van onze Herder en Redder en gebruik Zijn macht en Zijn gezag. Ieder ander gezag is volstrekt krachteloos en brengt alleen maar meer verwarring en onrust.