Gedachten over hoop

Uit de krant- naar een artikel van Steven Longoria

Hevige regenval heeft tot een bizar ongeval geleid in Genua in Italië, toen een viaduct instortte. Achtendertig mensen vonden hierbij de dood en honderden hulpverleners hebben nog dagenlang naar overlevenden gezocht in de hoop toch nog iemand te vinden die hun hulp nodig had. Zo vonden ze uiteindelijk Gianluca Ardini, die op wonderbaarlijke wijze aan de dood ontsnapte, doordat een explosie hem een paar seconden voordat er puin op hem viel, de lucht in slingerde. Reddingswerkers konden hem met touwen in veiligheid brengen. Tragisch genoeg overleefde zijn metgezel het ongeluk niet.

Bij dergelijke rampen zijn de wonderlijke overlevingsverhalen maar schaars, ofschoon er altijd iemand is die op wonderbaarlijke wijze aan de dood ontkwam. Maar het zijn deze verhalen die reddingswerkers er toe drijven door te gaan tot het bittere einde. Er is altijd de hoop dat ze misschien nog een levend mens onder het puin vinden. Zulke hoop geeft moed en drijft mensen tot het uiterste. Ook als Christenen moeten wij ons altijd blijven vasthouden aan hoop in deze gevallen wereld, ofschoon de hoop die wij als Christenen koesteren niet dezelfde soort hoop is als die van de wereld.

Hoe reageert de wereld op tragedie?

Het nieuws staat bol van tragedie. Een korte greep uit de krant. Deze week kwamen er achtenveertig mensen om het leven bij de zelfmoordaanslag in een onderwijs centrum in Kaboel, Afghanistan. De meeste slachtoffers waren jonge leerlingen die zich op een nieuw semester voorbereidden. Tegelijkertijd kwamen drieënzeventig mensen om het leven door zware moessonregens in de Indiase deelstaat Kerala.

Op de campus van de universiteit van Yale werden deze week meer dan zeventig mensen behandeld na een overdosis van een nieuw soort marihuana die was vermengd met Fentanyl, een pijnstiller die zelfs in de kleinste doses dodelijk is.

Iedereen, ook de ongelovige mens, weet heel goed dat de wereld niet is zoals die eigenlijk moet zijn en zoekt dan ook steun in van alles en nog wat, in de hoop dat de ellende hun deur zal overslaan. Helaas is de hoop van de wereld nooit gebouwd op de eeuwige waarden van God, maar op losse flarden van geluk, zoals een geslaagde operatie, de overwinning van het favoriete voetbalteam, drugs en drank en ga zo maar door. Maar voor Christenen ligt de hoop geworteld in andere zaken zoals het woord van God en de hoop van het eeuwige leven.

Bijbelse hoop

In de wereld is hoop altijd gekoppeld aan twijfel. Zo zegt men al snel: “Ik hoop maar dat het morgen niet regent.” Zo’n uitspraak bevat de twijfel dat het morgen best wel eens mis zou kunnen gaan. “Ik hoop maar dat de operatie lukt.” “Ik hoop maar dat de dieven ons huis overslaan.” Zelfs de hoop van de reddingswerkers op zoek naar overlevenden, is gebouwd op de overtuiging dat de kans op succes maar heel klein is.

Maar de hoop waar het Woord van God, de Bijbel, het over heeft is anders. Bijbelse hoop straalt een staat van vertrouwen, veiligheid en gebrek aan zorgen uit. Twijfel heeft er niets mee te maken! Hebreeën 11:1 zegt ons: “nu is geloof de zekerheid van de dingen die men hoopt, de overtuiging van dingen die men niet ziet.” Geloof, het fundament van onze relatie met Christus, mondt uit in een stabiele, blijvende hoop en een diep begrip van onze plaats aan de tafel in het huis van de Vader.

Bijbelse hoop is gebouwd op een realiteit. Bijbelse hoop is niet gebouwd op de hoop dat het morgen misschien beter zal zijn dan vandaag, maar op de zekerheid dat God de toekomst in Zijn handen heeft. God heeft het gezegd en heeft ons beloofd dat Hij alle dingen zal uitwerken.

 

Wat is onze rol?

Als Christenen bidden wij voor de wereld. God stuurt zijn regen uit over de velden van zowel de gelovige als de ongelovige. Jezus was voortdurend op zoek naar het redden van Zijn verloren schapen, en dus bidden wij voor mensen die een ramp meemaken. Wij hopen net als ieder ander dat er toch nog een levend mens onder het puin vandaan gehaald kan worden, wij bidden voor de families van de mensen die zijn omgekomen bij een bomaanslag en voor de ongelukkigen die hun heil zochten in marihuana en nu vechten om in leven te blijven.

Maar uiteindelijk gaat onze hoop veel verder. Die reikt tot aan de dag waarop Jezus terug zal keren naar deze gevallen wereld en God zelf de touwtjes andermaal in handen neemt. Wat een dag, als ieder mens zich zal buigen voor de heerschappij van God. Ik hoop dat Hij morgen komt… maar eigenlijk maakt het niet uit, want ik weet dat Hij komt. Het staat vast. Het is absoluut zeker dat deze wereld zal veranderen en met Gods aanwezigheid weer zal worden tot een rechtvaardig leven waar liefde en nederigheid de scepter zwaaien.

Zo kunnen we als Christenen een weerwoord bieden aan het lijden van vandaag en een licht zijn voor hen die rond stommelen in het duister. Wij leven niet met angst voor wat ons morgen misschien te wachten staat, maar in dat geheiligde vertrouwen dat God van Zijn kinderen houdt met Zijn overweldigende liefde. Laat de kennis van wat Hij al aan het kruis heeft bereikt, ons inspireren in de manier waarop we omgaan met de mensen om ons heen, in het bijzonder bij degenen die zich aan de hoop vastklampen, maar niet zeker weten dat de echte hoop verankerd ligt in de handen van God.

Ik hou van haar

Giles Whittell van de London Times in Port-au-Prince.
Een verhaal over redding tijdens rampspoed.

Toen Clinton Rabb om een uur of vijf werd afgezet bij Hotel Montana in Port-Au-Prince voor een bijeenkomst met andere zendelingen, had hij er natuurlijk geen idee van wat hem te wachten stond. Nog geen minuut later begon de grond te schudden en stortte het gebouw in elkaar. Haïti was getroffen door de verschrikkelijke aardbeving. De chauffeur van Clinton Rabb had geluk; hij was net weggereden toen de eerste aardschok het land teisterde. Hij bleef ongedeerd, maar wist natuurlijk niets over het lot van de 60 jaar oude zendeling en zijn collega’s, die onder het puin van het volledig ingestorte hotel lagen.

Het leek onwaarschijnlijk dat Clinton nog in leven was, totdat een Franse reddingsploeg, die het puin van het vier-sterren hotel systematisch afzocht, hem en een collega dagen later terug vonden. Ze zaten vast in een holte van nog geen meter hoog. Het was geen eenvoudige reddingsoperatie.

De reddingsbrigade gebruikte metalen frezen om de weg vrij te maken, maar Rabbs rechterbeen was gebroken doordat er een groot stuk beton op gevallen was en zijn voet zat vast. De voeten van zijn collega zaten vast onder hetzelfde stuk beton.

Thuis in New York was Rabbs vrouw Suzanne er niet gerust op. “Iets in mij is bang om nieuws over de afloop te vernemen,” zei ze tegen de krant, “maar ik bid en vertrouw op God.” Ze vertelde dat haar man net zwaar verkouden terug was gekomen van een zendingsreis naar Cuba. Ze had hem nog gevraagd om niet naar de bijeenkomst in Haïti te gaan, maar hij was toch vertrokken.

Toen de reddingsploeg Rabb en zijn collega gevonden had en begonnen was om hem onder het puin vandaan te halen, vroeg Rabb allereerst een journalist van de Times of die een boodschap naar zijn vrouw kon sturen. “Zeg tegen mijn vrouw dat ik zielsveel van haar hou en dat we er levend uitkomen! Ik bid voor de ongelukkige mensen hier die het niet overleefd hebben!” Daar het gebied nog voortdurend werd getroffen door zware naschokken was het allesbehalve zeker dat de operatie ook daadwerkelijk zou slagen.

De boodschap werd via een krakerige telefoonverbinding aan Suzanne Rabb doorgegeven. Uiteindelijk kwam het bevrijdende nieuws dat haar man en zijn collega gered waren pas nadat zij 55 uur onder het puin hadden gelegen.

“Wonderen gebeuren nog steeds,” zei ze tegen The Journal News. “Wij konden het maar nauwelijks geloven. Ik dank God voor deze reddingsoperatie!”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.