Over tuinhuisjes en marktplaats

door Koos Stenger

Laatst moest ik mijn oude tuinhuisje kwijt. Wat moet je doen met een oud tuinhuisje? Afbreken misschien? Ik had al visioenen van ploeteren in de regen en de modder om dat ding af te breken en het met veel gezwoeg in mijn auto te stouwen. Dan drie keer op en neer rijden naar de stort waar een vriendelijke mijnheer achter een pinautomaat beweert dat me dat 35 Euro gaat kosten.

“Ben je gek,” zei een vriend. “Marktplaats natuurlijk!”

“Marktplaats?” zei ik onwetend.

“Natuurlijk… Marktplaats! Dat is online. Daar ben je dat ding zo kwijt. Iedereen zit tegenwoordig op Marktplaats!”

Zo gezegd, zo gedaan. Ik dus naar Marktplaats.
Kleine advertentie geplaatst.

“Hallo, ik ben een oud en gebruikt tuinhuisje, maar kan nog goed mee! Schrijf snel want je mag me gratis hebben als je me zelf komt ophalen.”

Perfect idee. Geen gestommel in de modder. Geen extra geld uitgeven aan de gemeente.

Nog geen 20 seconden nadat ik de advertentie had geplaatst kwam het eerste telefoontje al binnen.

De eerste…

“Ja, met Smit! Ja…voor dat tuinhuissie. Heppie dat nog?”

“Ja dat huissie hep ik nog,” antwoord ik verheugd.

Een goed begin is het halve werk en we maken een afspraak. Hij komt kijken over een paar dagen. Tevreden hang ik weer op.
De telefoon gaat weer.

“Ja, hallo met Speksnijders… Karel Speksnijders…”

“Goedendag mijnheer Speksnijders…U spreekt met Koos…!

“Dat tuinhuisje… Is dat er nog?”

“Ja,” zeg ik en dan verbeter ik mijzelf en zeg waarheidsgetrouw: “Nee!”

“Hoezo dan?”

“Ja, het staat er nog wel maar u bent de tweede.”

“De tweede? O mijnheer Koos, wat is dat nou spijtig. Ik zag die advertentie staan en ik dacht bij mezelf, ‘Dat moet ik hebben. Dat is de oplossing.’ Ziet u, ik heb net een beroerte gehad en ik kan het allemaal niet meer zo goed begrijpen. Ik moet rust hebben… en zo’n tuinhuisje. Och mijnheer, dat zou de perfecte oplossing zijn. Ik word gek bij me thuis van al die drukte, maar zo’n tuinhuisje geeft rust hè. Ben ik echt de tweede?”

“Ja, u bent echt de tweede!”

Ik voel me slecht. Wat vervelend nou dat die Smit al gebeld heeft. Ik zou dat tuinhuisje nu liever aan Speksnijders geven.

Maar ja, eerlijk is eerlijk, Smit was eerder.

Ik schrijf zijn telefoonnummer op voor het geval dat de hele zaak met Smit in het honderd loopt en ik hang op.

Daar gaat de telefoon weer.

“Hallo, u spreekt met Loekie van Dongen!

“O,” zeg ik eenvoudig. “Met Koos!”

“Nou ik zat vandaag toch op Marktplaats hè… en ik zie opeens dat u een tuinhuisje weggeeft. Is dat nog vrij?”

“Niet echt,” zeg ik frank. “Andere mensen zijn u al vóór geweest!”

“Het is toch niet waar,” antwoordt Loekie van Dongen. “Ik had er zo op gehoopt. Ziet u, we zitten midden in een verbouwing en mijn kinderen, ik heb er vier moet u weten, hebben geen enkel plaatsje voor zichzelf. Mijn Jaapje van elf zag de advertentie en die zei: “O mamma, als wij dat tuinhuisje nou eens zouden kunnen krijgen. Dan konden we weer lekker spelen.”

Ik begin mezelf te verwensen omdat ik maar één tuinhuisje weg kan geven. Kan ik niet ergens snel een lading tuinhuisjes bestellen die ik dan weer gratis weg kan geven? Nee natuurlijk niet.

Ik neem haar telefoonnummer op en beloof haar te bellen als het met Smit en Speksnijders in het honderd loopt.

16 Telefoontjes later en 16 beloften van mijn kant om op te bellen als het met Smit, Speksnijders, Van Dongen, Hassan, Ipkema, Koolhoek en ga maar door in het honderd mocht lopen ben ik het zat en schrijf ik op de advertentie van Marktplaats “gereserveerd”.

Er komen nog zeven e-mails binnen maar daarna blijft het stil.

Eigenlijk voel ik me op een vreemde manier een beetje bedroefd.

Opeens voel ik weer dat iedereen zo zijn eigen verhaal heeft en dat iedereen zo verschrikkelijk veel nodig heeft. Die mensen die belden voor dat tuinhuisje waren maar eenvoudige mensen. Geen bankdirecteuren en welgestelde zakenlui. Gewone mensen. Mensen die je op straat tegenkomt.

Maar allemaal mensen met verlangens en hoop en grote noden. Noden die veel verder gaan dan een tuinhuisje!

“Heer,” bid ik, “Laat mij toch een instrument van Uw liefde zijn, zoals Franciscus van Assisi dat eeuwen geleden al zo mooi onder woorden bracht.

“Helpt U mij om hoop en licht te mogen zaaien in een eenzame wereld.” Iedereen heeft oprechte aandacht nodig, het gevoel dat je telt en iets waard bent.

Opeens denk ik aan Jezus toen Hij voor de massa stond. Hij gaf geen gratis tuinhuisjes weg, maar gratis genezing en liefde.

En daar kwamen de mensen. Honderden tegelijk.

“Heer geneest U mij… Help mijn dochter… verlos mij van het kwaad!”

En Jezus, vermoeid als Hij was, schreef niet op een groot bord: “Je hoeft niet meer te komen. Alles is al gereserveerd. Je ben te laat!”

“En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun zieken.” (Mattheüs 14:14)

Het tuinhuisje is inmiddels weggegeven. Eentje maar!
Maar gelukkig heb ik dankzij Jezus heel wat meer te geven dan tuinhuisjes. Hij kwam om de wereld te genezen en lief te hebben. Hij gaf vrijelijk aan iedereen die het wil en dat is dus ook mijn missie.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.