Een stap te ver

Een machtige veldheer leidde zijn leger eens terug naar huis. Zijn mannen hadden maandenlang ontberingen geleden. Ze hadden gestreden en gevochten, kameraden verloren, honger geleden en de overwinning behaald. En nu was het tijd om naar huis te gaan. En zo trokken ze door bossen en velden, door heuvels en dalen en kwamen ze steeds dichter bij huis. Totdat ze aan de voet van een indrukwekkend gebergte kwamen. De uitgedunde troep vermoeide soldaten keek ontzet naar de bergen die daar voor hen opdoemden. Maar het was de weg naar huis.

Er was geen alternatief en dus zette het leger zich weer in beweging. Hoe hoger ze kwamen, des te zwaarder de tocht werd. Verblindende sneeuwstormen, hagel, ijs en een striemende wind teisterden de ontmoedigde mannen. Totdat de generaal naar een laatste top wees en enthousiast uitschreeuwde: “Mannen… nog één top. Achter die laatste berg ligt ons land. Dan zijn we thuis.” Thuis, het land waar ze zo naar verlangden. Thuis, met de groene, grazige weiden vol bloemen. Thuis met de vruchtbare akkers waar hun vrouwen, geliefden en kinderen hen opwachtten. Thuis waar ze hun vermoeide lichamen konden uitstrekken aan de oevers van de kristalblauwe rivier.

Thuis. Eindelijk thuis. De woorden van de generaal misten hun uitwerking niet.

Nieuwe hoop stroomde hun uitgemergelde lichamen binnen en voor de laatste keer zetten de soldaten hun kaken op elkaar en strompelden ze verder en werd ook dat laatste obstakel overwonnen. Een dag later kwam het leger aan. Ook deze veldtocht was gewonnen.

Nu kijken we naar een ander tafereel. Overal ter wereld strijden de soldaten uit het leger van Prins Emmanuel. Ze hebben gestreden en grote overwinningen behaald. Door hun moed is het duister op vele plaatsen verdreven en is de vijand teruggeslagen. Ze hebben gevochten op de ruige, afgelegen paden van deze wereld en zijn vermoeid, soms zelfs uitgeput, door de strijd. En ook zij zijn op weg naar huis. En terwijl ze al zo lang gestreden hebben doemen er nieuwe, machtige bergen voor hen op.

Bergen van grote obstakels en strijd. Ziekte, oorlog en tegenslag. Vervolging, spotternij en onbegrip van de wereld. Daar zijn ze weer, die machtige scherpe rotsen aan de oevers van de tijd. Maar tot al die soldaten van dat grote leger roept de generaal: “Soldaten van het kruis… achter deze bergen ligt ons thuis.” En dat zijn de woorden van de Koning tot ons. “Mijn kind, je bent er bijna. De hemel wacht op je.”

Wuivende velden met levend groen, koninklijke bossen met een eeuwig bladerdek, schitterende fonteinen met het levengevende water. Thuis… ons land met de boom des levens en de rivier van God. Vrienden uit een ver verleden, moeders, vaders, broeders en zusters… ze wachten daar op ons.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Meer weten?

Schrijf naar ons adres

Contacteer ons