Diep in de grot

Er was eens een avonturier die een grot wilde onderzoeken. Om in de grot te komen moest hij zich in een diepe spelonk laten zakken. Hoe diep dat gat was wist de man niet precies, maar hij had gehoord dat het zeker niet meer dan 20 meter diep was. Voor alle zekerheid nam de man dus een stevig touw mee van bijna 30 meter. Dat zou zeker meer dan genoeg zijn. De man bond het touw aan een boom en liet zich toen in de schacht zakken. Meter na meter zakte hij dieper en dieper in de duisternis die slechts werd verlicht door zijn lantaarn.

15 meter, 20 meter…25 meter…en nog was hij niet bij de bodem.

Hij begon zich zorgen te maken of hij de bodem wel zou bereiken. Opeens bungelde hij aan het eind van het touw.

Hoe diep zou het nog zijn? Wanhopig probeerde de man weer omhoog te klimmen, maar hij was zo overstuur dat het hem niet lukte. Het angstzweet stond op zijn voorhoofd. Daar bungelde de avonturier tussen hemel en aarde… Ten einde raad klauwde hij zich vast in het touw, en hoopte op een wonder, maar hij wist dat hij het niet lang meer zou volhouden.

O, wat werd die arme man moe. Uiteindelijk kon hij niet meer en met een schreeuw van angst liet hij los…! …en kwam drie centimeter lager veilig op de bodem terecht.

Toen ik het verhaal las dacht ik dat het erg dom was van die man om er zomaar alleen op uit te trekken, maar ik vond het ook een goed plaatje van onze houding tegenover God. Soms zijn we zo bang om op God te vertrouwen dat het angstzweet ons op het voorhoofd staat, terwijl Hij klaar staat om ons op te vangen. Vertrouw maar gewoon op Hem. Jezus staat altijd voor je klaar.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.