Rood was haar kleur

Door Rachel Aird.

Kan een mens werkelijk een verschil betekenen? Ja, dat geloof ik wel. Ee?n ‘gewone’ vrouw van middelbare leeftijd deed dat in mijn leven. Ik stond vroeger bekend als een makkelijk en goed kind. Ik deed mijn best op school, haalde prima cijfers en won uiteindelijk zelfs een fel begeerde beurs voor de universiteit waarbij ik verschillende keren werd uitgezonden naar het buitenland. Elke week deed ik in mijn vrije tijd vrijwilligerswerk in een kindertehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen en ik wilde mijn leven wijden aan het helpen van anderen. Ik studeerde psychologie om mij te helpen dat doel te verwezenlijken. Zelfs op zondag was ik in de weer en gaf ik les op de zondagsschool. Ik dronk niet, ik rookte niet en ik gebruikte geen drugs. Echt een goed mens dus… Wat ontbrak er dan nog aan? Er was iemand die het bijna direct in de gaten had.

Tijdens mijn vakanties op de universiteit werkte ik in een psychiatrisch ziekenhuis om ervaring op te doen en daar ontmoette ik Martin. Martin was een knappe, jonge verpleger en we begonnen met elkaar om te gaan. Op zekere dag nam hij me mee naar zijn ouderlijk huis om mij voor te stellen aan zijn moeder. Dat was Grace. Ze was een klein, tenger vrouwtje. Ze viel direct met de deur in huis en vroeg: ”Geloof je in God?”

“Natuurlijk,” antwoordde ik verrast en dacht snel: “Iedereen in Engeland is tenslotte een Christen.”

“Fijn he?…” ging ze verder, “Fijn om van Jezus te houden!” Ik was verbluft en wist eigenlijk niet goed wat ik moest zeggen. Daar had ik nog nooit over nagedacht maar wat ze daar zei klonk veel te persoonlijk. Dat iemand God respecteerde daar kon ik nog wel inkomen en dat mensen op de een of andere vage manier met Hem probeerden te spreken viel te begrijpen. Er was ook niets tegen het onderhouden van de Tien Geboden… maar om van Jezus te houden en er zo over te praten, dat ging wel erg ver. Ik verontschuldigde mij en besloot om een eind te gaan wandelen. Maar terwijl ik door de straatjes zwierf wilde die gedachte mij niet zomaar loslaten. “Fijn om van Jezus te houden.” Waarom zou ik van Jezus moeten houden en zo’n soort relatie met Hem moeten hebben? Ik kon het alleen toch ook wel aan. Was ik niet een heel goed mens? Toen hoorde ik een onbekende stem in mijn hoofd. Dat kon alleen de stem van God maar zijn want die stem vroeg mij: “Wat denk je dan over Mijn Zoon Jezus?”

“Die heb ik niet nodig om goed te zijn,” gaf ik als antwoord. Dat was klaarblijkelijk niet het juiste antwoord, want die stem vroeg nogmaals: “Wat denk je over Mijn Zoon Jezus?” Ik kon het niet zomaar van mij afzetten.

Ik was ondertussen aan het eind van het dorp gekomen en was de velden ingelopen. Daar was die stem weer. “Kijk eens naar deze akker. Vruchtbare grond, netjes omgespit, maar er groeit helemaal niets. Kijk nu eens naar het veld ernaast. Die akker staat vol met kool. Zo’n akker kun jij voor Mij zijn, als je Mij je hart geeft.”

Op dat moment realiseerde ik me heel duidelijk dat ik Jezus nodig had. Ik knielde op de omgespitte aarde en opende mijn hart voor Jezus. Het was een keerpunt in mijn leven.

Dertig jaar later reed ik weer langs dezelfde velden…Op weg naar de begrafenis van Grace. Beide akkers stonden vol met groene, sappige gewassen, klaar voor de oogst. God had Zijn belofte gehouden. Mijn eigen akker waar eerst nog niets op groeide heeft sindsdien veel vrucht voortgebracht. Wat ben ik toch gezegend. Ik heb twaalf kinderen mogen hebben en heb nu negen kleinkinderen. Het zijn achterkleinkinderen van Grace, want ik ben inderdaad met Martin getrouwd. Samen met hem doe ik al meer dan 30 jaar fulltime Christelijk vrijwilligerswerk in vele landen en toen ik die koolvelden weer zag welden er tranen van dankbaarheid op in mijn ogen. Ik dankte God voor Grace. Grace, die mij op zo’n eenvoudige manier de weg had gewezen naar het “houden van Jezus.”

Grace was nooit rijk of bekend geweest en ze heeft nooit veel van de wereld gezien behalve dan in haar gebeden, want op die momenten trok ze de hele wereld door. Maar Grace was gelukkig. Iemand schreef eens: “Om mooi te zijn behoeft een leven niet groots te zijn. Een mooi leven is een leven dat precies die plaats vervult waarvoor het geschapen is.” Zo was het leven van Grace. Voor haar begrafenis had ze nog een paar ongewone aanwijzingen nagelaten. Zij wilde graag dat er tijdens de begrafenis een oud liedje uit de jaren zestig gespeeld zou worden. “Spirit in the Sky”. Daar danste ze zo graag op. Een blijmoedig en levendig liedje en zo wilde ze graag dat wij ons haar zouden herinneren. Verder stond ze er op dat iedereen die bij de begrafenis aanwezig was iets roods zou dragen. Rood was haar kleur.

Toen Martin en ik het kleine kerkje op de dag van de begrafenis binnenstapten, wist ik niet zeker of de mensen daar wel aan gedacht zouden hebben, maar toen ik om me heen keek sprongen de tranen me andermaal in de ogen, want iedereen, meer dan driehonderd mensen, droeg iets roods. Mensen die allemaal op de een of andere manier geraakt waren door de warme liefde die Grace voor Jezus had gehad. Na de dienst kwamen de mensen naar ons toe met hun verhalen:

“Ze kwam me elke dag opzoeken toen ik in het ziekenhuis lag.” ”Ze luisterde altijd naar mijn problemen en dan bad ze voor me.” “Ik kon haar dag en nacht bellen voor raad.” “Ze heeft me geholpen om op God te vertrouwen.”

En zo ging het maar door. Honderden levens die allemaal op de een of andere manier door dit kleine, eenvoudige vrouwtje waren beïnvloed en aangeraakt. Voor ons was de begrafenis geen zwarte, plechtige dag, maar een dag waarop wij het leven van Grace eerden en vierden en wij ons verheugden over het nieuwe leven dat zij zojuist was begonnen in de eeuwigheid.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.