Opslag

Bewerkt naar een artikel van Louis Lapides

Toen Andrew op vrijdagmorgen de deur uit stapte om naar zijn werk te gaan, vertelde hij zijn vrouw dat hij die dag de stoute schoenen zou gaan aantrekken om zijn baas om opslag te vragen. Hij was de hele dag nerveus en gespannen terwijl hij dacht aan dat moeilijke moment waarop hij naar de baas zou stappen. Wat als de baas, Mijnheer Larchmont, hem de opslag zou weigeren? Dat zou zo maar kunnen. Andrew had keihard gewerkt en was meer dan een betrouwbare werkkracht gebleken, maar toch…

Tegen het einde van de dag schraapte hij tenslotte al zijn moed bij elkaar en klopte op de deur van de als erg krenterig bekend staande baas.

Maar het ging goed. De baas was in een goede bui en de opslag was geen probleem.

Andrew kon zijn oren haast niet geloven. Die avond scheurde hij zich in zijn auto naar huis om het goede nieuws aan zijn vrouw te vertellen.

Toen hij binnen kwam keek hij verbaasd naar de tafel.

Zijn vrouw had een geweldig maal gekookt. Zijn favoriete gerecht stond dampend voor hem klaar op de met een damasten tafellaken gedekte tafel met een fles lekkere wijn erbij en er brandden kaarsen.

“Iemand van kantoor heeft uit de school geklapt,” dacht Andrew toen hij ging zitten en zijn vrouw vertelde over de opslag.

Toen gaf zijn vrouw hem een kaart waarop stond:

“Gefeliciteerd met de opslag. Ik wist dat het zou lukken, want je verdiende het. Daarom heb ik deze maaltijd gekookt.”

Andrew was in de wolken en dankbaar voor zijn vrouw, die zo zorgzaam was en altijd aan zijn zijde stond.

Maar toen Andrew later naar de keuken liep om het toetje te halen zag hij nog een kaart die door zijn vrouw geschreven was. Die was waarschijnlijk uit haar zak gegleden. Hij pakte de kaart op en las met stijgende verbazing wat er op geschreven stond:

“Lieve Andrew, maak je geen zorgen dat je de opslag niet gekregen hebt. Je verdiende het echt, maar je baas weet gewoon niet wat een geweldige man je bent. Ik heb dit maal voor je gekookt om je te laten weten dat je voor mij de beste bent.”

Er stonden tranen in Andrews ogen toen hij de woorden las. Dat was pas onvoorwaardelijke liefde.

Het maakte zijn vrouw niet uit of hij wel of niet succesvol was. Zij hield van hem en dat was genoeg.

Onze angst om verworpen te worden verdwijnt doorgaans als sneeuw voor de zon als wij voelen dat iemand echt om ons geeft, ongeacht onze werken.

Ik ervaar die liefde ook van mijn Hemelse Vader, die mij keer op keer laat zien dat Hij achter me staat, ook als ik er soms een potje van maak. Hij veroordeelt me niet, want Hij houdt van me met diezelfde onvoorwaardelijke liefde.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.