Het masker van de koning.

Een sprookje

Er was eens een koning met een heel groot koninkrijk. Hij was slim en machtig maar eigenlijk was iedereen bang voor hem, want hij was wreed en onberekenbaar en niemand hield van hem. Elk jaar werd hij wat gemener en harder, maar elk jaar werd hij ook steeds eenzamer. Je kon zijn duistere en bittere gevoelens dan ook makkelijk van zijn gezicht aflezen. Er stonden diepe, lelijke groeven rond zijn mond getekend en zijn voorhoofd was in rimpels verwrongen. Nu gebeurde het dat er in zijn koninkrijk een heel mooi meisje woonde dat erg geliefd was bij iedereen. De koning, dat begrijp je wel, wilde heel graag met haar trouwen. Op zekere dag besloot hij haar dan ook ten huwelijk te vragen. Hij kleedde zich in zijn mooiste gewaad, maar net voor hij de deur uit wilde stappen keek hij nog even in de spiegel. Hij schrok van zijn eigen harde wrede gezicht, zelfs als hij glimlachte.

“Maar,” zo dacht de koning, “Misschien kan de hoftovenaar mij wel helpen.“ Hij riep de hoftovenaar bij zich en vroeg hem om al zijn toverkracht aan te wenden om een heel mooi masker op zijn gezicht te schilderen, heel vriendelijk en knap. Geld speelde geen rol.

“Dat kan ik wel,” zei de tovenaar, “maar dan op één voorwaarde. Je moet je gezicht precies in de plooien houden van het masker. Als je maar één boosaardige grimas trekt maak je het hele masker in één keer kapot en dan kan ik niets meer voor je doen. Je moet daarom een tijdje alleen maar goede dingen denken en goede daden doen. Je zult tegen iedereen aardig moeten zijn.” Dat vond de koning geen probleem.

En dus werd het masker uiteindelijk gemaakt en het zag er zó echt uit dat niemand ook maar het flauwste vermoeden had dat het niet het echte gezicht van de koning was.

En het meisje? Die vond het gezicht van de koning uiterst aantrekkelijk en na verloop van tijd trouwde de koning met het haar en hij deed erg zijn best om het masker niet te breken. Iedereen in het land dacht dat de lieve echtgenote van de koning verantwoordelijk was voor de wonderbaarlijke verandering in het gedrag van de koning. Maar de koning wist wel beter en kreeg tenslotte spijt dat hij zijn lieve, mooie vrouw zo aan het bedriegen was. Hij riep de hoftovenaar weer bij zich. “Haal dat bedrieglijke masker bij me weg,” riep hij wanhopig uit. “Zo ben ik helemaal niet.”

“Als ik dat doe,” antwoordde de tovenaar, “dan kan ik nooit meer een tweede masker maken. Dan zul je altijd je eigen gezicht moeten dragen.”

“Alles is beter dan het bedriegen van mijn lieve vrouw wier liefde en vertrouwen ik op zo’n geniepige en oneerlijke manier heb gewonnen. Haal dat masker van mijn gezicht af.”

De hoftovenaar deed zoals de koning hem bevolen had.

Angstig keek de koning naar zijn spiegelbeeld. Maar wat was dat? De ogen van de koning begonnen te stralen en om zijn lippen vormde zich een grote glimlach. Die lelijke lijnen waren weg. Zijn gezicht had precies dezelfde vorm gekregen als het masker dat hij zo lang had gedragen en toen de koning weer naar zijn geliefde vrouw ging zag zij slechts het gezicht van de man die zij liefhad.

Natuurlijk is dit maar een sprookje, maar er een diepe waarheid in verborgen. Het gezicht van een mens laat zien hoe hij er van binnen uit ziet en wat hij voelt en denkt. Een blij hart maakt het aangezicht vrolijk, maar door harteleed wordt de geest verslagen. (Spreuken 15:13 NBG).

Schrijver onbekend

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.