Het geloof van een kind

‘Als u niet verandert en net zo wordt als de kinderen,’ zei Hij, ‘zult u nooit in het Koninkrijk van de hemelen komen.’ -Mattheüs 18:3

Mijn broer Kevin denkt dat God onder zijn bed woont. Dat is tenminste wat ik hem op een avond hoorde zeggen. Hij bad hardop in zijn kleine slaapkamertje en toen ik hem zo hoorde prevelen stopte ik even en legde ik mijn oor tegen zijn deur om te luisteren. “Bent U daar, God?’ zei hij. “Gelukkig… U bent er nog… onder mijn bed.

Ik grinnikte even en liep toen snel door naar mijn eigen kamer.

Kevins bijzondere beleving van het leven is een bron van vermaak, maar op die avond realiseerde ik me dat hij het misschien allemaal wel beter beleeft dan ikzelf. Die avond, nadat ik hartelijk gelachen had om zijn kinderlijke dwaasheid, kwam dat besef voor het eerst in me op.
Kevin leeft in een heel andere wereld dan ik. Hij is nu 30 jaar en geestelijk gehandicapt als gevolg van moeilijkheden tijdens de bevalling. Afgezien van zijn lengte (hij is 1,80 m) is er verder niets waardoor hij volwassen lijkt. Hij redeneert en communiceert met de capaciteiten van een kind van 7 en dat zal hij ook altijd blijven doen. Hij zal vermoedelijk altijd blijven geloven dat God onder zijn bed leeft, dat Sinterklaas echt door de schoorsteen het huis binnenkomt en dat vliegtuigen in de lucht blijven omdat ze door engelen ondersteund worden.

Ik heb me weleens afgevraagd of Kevin zich realiseert dat hij anders is. Is hij weleens ontevreden met zijn eentonige leventje, dat vrijwel iedere dag hetzelfde ritme volgt?

Ik zou het niet kunnen. Iedere dag hetzelfde.

‘s-Morgens vroeg, vaak nog voor zonsopgang, is hij al op weg naar de werkplaats voor gehandicapten. Als hij dan thuiskomt wandelt hij met onze hond, waarna hij vol verwachting op zijn avondeten wacht, hopende dat het weer eens zijn favoriete macaroni met ham en kaas zal zijn. En daarna naar bed, behalve op de avonden dat hij later op mag blijven om onze vuile was op te halen. Dat is een feest want twee keer per week mag Kevin helpen bij de was. Dan zweeft hij als een opgewonden nijvere bij rond de wasmachine.

En zaterdag is voor hem wel heel bijzonder. Dat is de dag dat mijn vader met Kevin naar het vliegveld gaat om een frisdrankje te drinken en de vliegtuigen te zien landen. Dan speculeert hij luidruchtig over de bestemming van elke passagier die hij in de hal ziet. “Die gaat naar Engeland… en die vliegt vast over de zee…”

Kevin schreeuwt dan opgewonden terwijl hij in zijn handen klapt. Hij kijkt er iedere keer weer zo naar uit dat hij op vrijdagavond nauwelijks kan slapen. Ik denk niet dat Kevin weet dat er iets bestaat buiten zijn wereld van dagelijkse rituelen en weekendtrips.

Kevin ontevreden? Nee, in het geheel niet. Eigenlijk weet hij niet eens wat het betekent om ontevreden te zijn. Zijn leven is eenvoudig. Hij zal nooit de verstrikkingen van rijkdom of macht kennen, en het kan hem niet schelen welk kledingmerk hij draagt of welk soort voedsel hij eet. Hij behandelt ieder mens als een gelijke en een vriend. In al zijn noden wordt voorzien en hij maakt zich er nooit zorgen over dat dit op een dag niet het geval zal zijn.

Hij is ijverig, nauwkeurig en blij in zijn werk. Als hij de vaatwasser uitlaadt of het tapijt stofzuigt, doet hij dat met zijn hele hart. Hij is niet bang voor vervelende klusjes en is pas tevreden als hij alles tot een goed einde gebracht heeft. En dan, als zijn werk gedaan is, geniet hij zichtbaar en is hij voldaan. Zijn hart is zuiver. Hij gelooft nog steeds dat iedereen de waarheid vertelt, beloften moeten worden nagekomen, en als je het een keer mis hebt, behoor je je te verontschuldigen in plaats van ruzie te gaan maken.

Trots kent hij nauwelijks en hij is niet bang om te huilen als hij gekwetst, boos of spijtig is. Met Kevin weet je altijd waar je aan toe bent.

En hij vertrouwt God.

Hij is niet beperkt door intellectuele redenering, zit niet vast aan vreemde twijfels en angsten, want als hij tot Christus komt, komt hij als kind. Kevin lijkt God te kennen – hij is echt een vriend met God op een manier die moeilijk te begrijpen is voor ons als “geschoolde” mensen. God lijkt zijn dierbare metgezel.

En dus realiseer ik me, op mijn momenten van twijfel en frustratie, dat ik best wel jaloers ben op de eenvoudige zekerheid die Kevin heeft in zijn kinderlijke geloof. Ik moet toegeven dat het mogelijk is dat hij God zelfs beter begrijpt dan ik. Misschien ben ik wel de gehandicapte jongen en is Kevin normaal. Mijn verplichtingen, mijn angst, mijn trots, mijn omstandigheden – ze worden allemaal handicaps als ik ze niet bij Christus neerleg. Kevin draagt al die rare bagage niet met zich mee. Hij heeft immers zijn hele leven al in die kinderlijke onschuld doorgebracht. Hij heeft met zijn vriend gepraat en de goedheid en de liefde van de Heer volledig opgenomen. En op een dag, wanneer de mysteriën van de hemel worden geopend, en we er allemaal versteld van zullen staan hoe dicht God altijd bij ons is geweest, zal ik me realiseren dat God de eenvoudige gebeden van een jongen die geloofde dat God onder zijn bed leefde, heel serieus heeft genomen. Maar Kevin zal die dag niet verbaasd zijn.

Natuurlijk niet. God is er toch gewoon. Die doet gewoon wat Hij beloofd heeft. Dat weet Kevin zeker.

Uit: “The Power of the Powerless: a brother’s legacy of love by Christopher De Vinck.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.