Het ei van Gerard

Gerard had een afwijking.
Zijn lichaam zat niet goed in elkaar en hij kon ook niet leren. Twaalf jaar was hij nu en nog steeds zat hij in groep vier. Wat doe je nu met zo’n geval?

Zijn onderwijzeres, Juf Muller, was ten einde raad. Soms zat Gerard maar wat te wiebelen op zijn plaats en maakte hij van die onverstaanbare geluiden. Heel hinderlijk. En dan zomaar opeens kon hij heel duidelijk en verstaanbaar spreken en was het alsof het licht door de duisternis heen brak. Maar het meest van de tijd was hij een groot probleem voor Juf Muller.

Zij had weleens geprobeerd om Gerards ouders te overtuigen hem in een speciale school te plaatsen, maar het probleem was dat er in de wijde omtrek nergens zo’n school te vinden was. Tenslotte was het dorp waar Gerard woonde zijn veilige haven en om hem ver weg te sturen naar een onbekende stad zou hem vermoedelijk meer kwaad dan goed doen. En dat was natuurlijk ook een kostbare aangelegenheid en daar de ouders van Gerard bepaald niet rijk waren, had Juf Muller het hele idee maar laten varen.

De dokters hadden niet veel hoop dat hij nog lang zou leven, dus er zat niets anders op dan Gerard te blijven helpen. Maar makkelijk was het niet. Ze had tenslotte nog 18 andere kinderen waar ze voor moest zorgen en Gerard zou toch nooit veel leren.

Soms werd het Juf Muller teveel. Maar als ze aan het mopperen sloeg voelde ze zich al snel schuldig en probeerde ze troost te vinden in haar geloof. “Heer, helpt U mij alstublieft om geduldig te zijn. Mijn problemen zijn zo klein vergeleken bij die van Gerard en zijn ouders. Helpt U mij om hem lief te hebben met Uw liefde.”

En dan probeerde ze het gewoon weer met frisse moed.

Soms stommelde hij binnen en dan begroette hij haar op zijn eigen bijzondere manier.

“Ik hou van u, Juf Muller,” murmelde hij dan, net luid genoeg dat iedereen hem kon horen. De hele klas grinnikte en Juf Muller voelde zich opgelaten.

“Ja, dat…eh…is reuze fijn Gerard. Kun je nu gaan zitten?”

Zo werden de dagen tot weken en maanden en verliep de tijd.

En toen kwam het Paasfeest.

Juf Muller vertelde de klas over de betekenis van het paasfeest en het verhaal van Jezus werd uitgebreid verteld. Om het idee van het leven en een nieuwe geboorte wat te verduidelijken gaf ze alle kinderen een groot leeg plastic ei.

“Morgen moet iedereen dat weer meenemen. Maar dan moet er iets inzitten, iets wat symbolisch is voor nieuwe groei of nieuw leven. Begrijpen jullie dat?”

“Ja, Juf Muller,” galmde het door het lokaal. Iedereen had geantwoord behalve Gerard. Die zei niets. Zijn ogen keken gebiologeerd naar Juf Muller en hij maakte niet eens van die rare geluiden.

Gerard had natuurlijk niets begrepen van het paasverhaal. Nee, de betekenis van de opstanding van Jezus was aan hem niet besteed. Misschien moest ze zijn ouders even bellen, dan konden die in elk geval iets in het ei stoppen, zodat Gerard morgen niet voor gek zou staan. Maar zoals dat vaak gaat was er thuis zoveel te doen dat Juf Muller helemaal vergat om Gerards ouders te bellen

De volgende morgen zaten alle leerlingen enthousiast met hun eieren klaar in de klas. Nadat ze eerst wat les hadden gedaan werd het al snel tijd voor de plastic eieren. Alle eieren belandden op het bureau van Juf Muller die het eerste ei open maakte. Er zat een echte bloem in. Prachtig gewoon.

“Heel goed,” zei Juf Muller. “Een mooie bloem is echt een teken van nieuw leven. Als de nieuwe bloemetjes uit de grond opschieten weten we dat het lente geworden is en de winterse dood weer voorbij is.”

Een klein meisje vooraan in de klas schreeuwde enthousiast:

“Dat was mijn ei, Juf. Dat was mijn ei!”

In het volgende ei zat een prachtige namaak vlinder, die uit een rups was gekomen.

“Dat is ook een heel goed voorbeeld van nieuw leven,” sprak Juf Muller verheugd. Dat ei was van een jongetje dat met grote ogen wist te vertellen dat het eigenlijk het idee van zijn vader was geweest.

En zo ging het maar door. Iedereen was opgewonden en alles ging geheel volgens plan.

Totdat Juf Muller een ei uitpakte waar … niets in zat. Dat was natuurlijk het ei van Gerard. Die had er inderdaad niets van begrepen.

“Waarom ben ik ook vergeten om zijn ouders te bellen?” dacht Juf Muller boos. Ze schoof het ei snel onder de tafel zodat ze er geen aandacht aan hoefde te schenken, want ze wilde niet dat de kinderen Gerard zouden uitlachen.

Maar zo snel liet Gerard zich niet uit het veld slaan.

“Juf Muller, gaat u niet over mijn ei praten?” sprak Gerard duidelijk hoorbaar.

“Maar Gerard,” zei Juf Muller…”Jouw ei is helemaal leeg.”

“Ja,” zei Gerard….”Maar het graf van Jezus, dat was toch ook helemaal leeg…”

Je kon wel een speld horen vallen. Niemand sprak een woord. Toen Juf Muller zich wat hersteld had vroeg ze aan Gerard,

“Weet je dan waarom het graf leeg was Gerard?”

“Natuurlijk”, zei Gerard. “Ze hadden Jezus gedood en hem in dat graf gelegd, maar toen heeft Zijn Vader Hem weer levend gemaakt, dus hoefde Hij niet in dat graf te blijven.”

Tijdens de pauze, toen alle kinderen naar buiten waren gehold bleef Juf Muller alleen in het lokaal achter en stonden er tranen in haar ogen. Niemand had het beter begrepen dan Gerard.

Drie maanden later stierf Gerard. Iedereen die het graf van Gerard zag bleef er verbaasd naar kijken, want daar boven op zijn graf lagen 19 plastic eieren.

Ze waren allemaal leeg.