Engel op de snelweg

Door Barbara Kincaid, Oak Hills, California

Bill was niet zomaar een zoon. Hij was ook mijn beste vriend. Zijn vader had ons al vroeg in de steek gelaten en misschien waren we daardoor erg naar elkaar toegegroeid. Wij hadden altijd veel plezier en Bill had een geweldig gevoel voor humor. Soms als ik in de put zat wist hij precies wat hij moest zeggen en kon ik zelfs in de meest vervelende omstandigheden toch de grappige kant weer zien. Maar in de zomer van 1990 werd mijn leven onverwachts op zijn kop gekeerd. De golfoorlog was uitgebroken en Bill had besloten om bij het leger te gaan. Een week voor hij vertrok was hij druk bezig om thuis alle onafgemaakte klusjes af te maken.

Op de dag van zijn vertrek was hij nog druk bezig om een licht in de garage te installeren. “Laat maar zitten,” had ik nog gezegd. “Voor je het weet ben je weer terug.” Maar Bill stond erop om het te doen.

Elke zondag belde hij me op; alles ging prima. Ik was dan ook niet verontrust toen er op een warme vrijdagmiddag een bestelbusje voor de deur stopte. “Zeker iemand van de electriciteit die de meterstand komt opnemen,” dacht ik. Maar toen de deuren van het busje opengingen sloeg de schrik me om het hart. Er stapte een officier van het leger uit en een dominee.

Toen de bel ging wist ik het al. Er was iets met Bill gebeurd.

“Het spijt me mevrouw,” begon de dominee. “Ik heb erg slecht nieuws”….

Bill was dood. Mijn enige zoon was gesneuveld. Maar terwijl de officier me de details vertelde gebeurde er iets vreemds. Ik voelde een warme, stevige druk op mijn schouder. Net een hand en ik hoorde heel duidelijk een stem die zei “Maak je maar geen zorgen. Het gaat goed met Bill.“ Er kwam een geweldige rust over me. Een vredig vertrouwen dat me door de dagen daarna en door de begrafenis heen hielp. Maar na een tijd van tragedie en verlies komt er altijd een tijd waar je op jezelf wordt teruggeworpen. Na alle opwinding van het moment neemt iedereen om je heen de draad van het dagelijks leven gewoon weer op maar jouw leven is nooit meer hetzelfde. Zwaar gehavend dobbert je schip als het ware doelloos op een onmetelijke zee van emoties. Steeds maar weer herleefde ik het moment waarop ik het nieuws van zijn dood had vernomen. Toen ik zijn schaarse bezittingen van het leger weer terugkreeg kon ik het wel uitschreeuwen van pijn. Bill had de rare gewoonte om zijn zonnebril te vergeten en daar boven op het pak met zijn spulletjes, lag zijn zonnebril. Zijn zonnebril had ik weer terug, maar Bill was weg.

Op zekere dag wilde ik er gewoon tussenuit. Even weg.

“Gebruik de Nissan maar,” zei mijn man Dave, met wie ik een paar jaar eerder hertrouwd was.

Terwijl ik de snelweg opreed schreeuwde ik het uit naar God. “Waarom toch…? Waarom moest U zonodig mijn enige zoon van mij afnemen?”Ik vroeg me af of het God wat uitmaakte dat mijn hart verpulverd was door de pijn van dit verlies. Wat kon het Hem daarboven schelen? Toen werd ik opgeschrikt door een luide knal. Mijn band…! Een van de banden was lek…

Ik stuurde de auto naar de pechstrook en realiseerde me dat ik makkelijk een ongeluk had kunnen hebben. Ik belde mijn man en klom ontmoedigd weer terug in de auto om te wachten. Als Bill er nu was zou het zo’n probleem niet zijn. Oh Bill…de tranen sprongen weer in mijn ogen.

“Pardon mevrouw,” hoorde ik iemand zeggen. Ik wreef de tranen snel uit mijn ogen. Naast de snelweg lag een hobbelig veld afgezet met prikkeldraad. Er stond een autootje vlakbij het prikkeldraad geparkeerd en een jonge man in de auto keek me vragend aan. Hij leek zowaar op Bill.

“Kan ik U misschien helpen?”, vroeg hij weer. Hij klom uit zijn auto en sprong met een zwaai over het prikkeldraad. “Ik wilde U niet aan het schrikken maken!” Ik keek naar zijn auto. Wat een rare plaats voor een auto en waarom had ik die niet eerder gezien?

“U heeft hulp nodig,” zei de jonge man terwijl hij naar de gesprongen band keek. “Dat ziet er niet goed uit. Ik zal dat wel even voor U oplossen.” “Waar komt U vandaan?”vroeg ik aarzelend. “Uit de buurt”, zei hij eenvoudig.

“Wat raar,” dacht ik. Ik ken iedereen hier in de streek en iemand die zoveel op Bill lijkt zou ik zeker eerder gezien hebben.

De jongeling had de band al los geschroefd. “Ik moet even naar de garage met de band,” sprak hij. “Ik ben zo weer terug.” Hij legde zijn zonnebril demonstratief op de motorkap en zei: “Dan weet U dat ik weer terugkom.” Hij zwaaide nog, sprong weer over het prikkeldraad en reed weg over het hobbelige veldje. Ik vroeg me af hoe zo’n klein autootje zo makkelijk door dat veld kon ploegen.

Voor ik het wist kwam hij alweer terug. Hij sprong weer over het prikkeldraad. “Jij kunt goed springen,”zei ik verbaasd. Hij grijnsde van oor tot oor en terwijl hij de band er weer op zette begonnen we te praten. Ik vertelde hem over Bill en hoe moeilijk ik het er mee had. “Ja,” zei hij teder terwijl hij een schroef aandraaide. “Ik weet het. Dat is niet makkelijk.”

Toen hij klaar was keek hij me recht in mijn ogen en zei krachtig : “Weet je nog…Het gaat goed met je zoon. Je hoeft je geen zorgen te maken.” Op hetzelfde moment werd ik weer vervuld met datzelfde gevoel van rust en vrede dat ik al eerder had gevoeld toen ik het nieuws van zijn dood had vernomen.

Mijn man was inmiddels ook gearriveerd en ik rende naar hem toe. Dave omhelsde me en ik verborg me in zijn veilige armen. Toen ik weer opkeek en de jonge man wilde bedanken was deze nergens meer te zien… Verwilderd keek ik om mij heen. Ook het autootje was nergens te bekennen. Dave en ik staarden elkaar aan. Dave had hem toch ook gezien. Hij was er echt geweest…

Toen zei ik met een zucht van verlichting: “Het gaat goed met Bill. Hij is in de hemel. Ik moet me geen zorgen meer maken.”

Dave en ik hebben er nooit aan getwijfeld wie of wat de jonge man was. De hemelse verzekering dat Bill in goede handen is heeft niet alle pijn van het verlies kunnen wegnemen, maar de vertwijfeling en de woede over zijn dood heb ik achter mij kunnen laten en ik ben weer met frisse en nieuwe moed verder gegaan met leven.

Reacties

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.