De vangst van zijn leven

-Bewerkt naar een artikel van James P. Lenfestey

Hij was pas 11 jaar maar was toen al gek op vissen. Dat bewuste weekend zou het visseizoen open gaan en hij en zijn vader waren voor die gelegenheid naar hun buitenhuisje aan het meer gegaan. Morgen zou er voor het eerst weer op baars gevist mogen worden. Maar hij had niet kunnen wachten. Hij was zo enthousiast en ongeduldig geweest dat hij die avond zijn hengel al had uitgeworpen. Zijn vader had nog gezegd dat het seizoen pas morgen begon, maar dat deerde hem niet. Hij wilde al beginnen. En hij had succes. Al snel had hij beet.

Hij had een enorme vis aan de haak geslagen. Dat beest spartelde wild en het kostte hem al zijn moeite om de vis binnen te halen. Het duurde meer dan een uur. Toen stond hij trots aan de kant met de grootste baars binnen die hij ooit gezien had.

Wat een joekel.

“Je moet die vis teruggooien zoon,” had zijn vader gezegd.

“Teruggooien? Maar vader! Dit is de grootste vis die ik ooit gezien heb!” antwoordde hij ongelukkig.

“Dat weet ik zoon,” zei zijn vader. “Maar het seizoen begint pas morgen. Dat had ik je al gezegd.”

“Maar er is niemand die het ziet,” smeekte hij. “Niemand weet wanneer ik die vis heb gevangen.”

“Dat weet ik wel,” zei vader, “maar het is niet juist.”

“Ik zal nooit meer zo’n grote vis vangen!” jammerde hij nog.

Dat kon toch niet waar zijn? De grootste vis die hij ooit gezien had en hij had hem gevangen en zijn vader wilde dat hij dat beest teruggooide omdat hij het beest een paar uur te vroeg had gevangen?

Toch gehoorzaamde hij zijn vader en gooide het enorme beest terug in het water, waar het snel wegzwom om nooit meer gezien te worden.

Nu, 34 jaar later, is de zoon een succesvolle architect. Hij heeft het huisje aan het meer van zijn vader geërfd en gaat er nu met zijn zoon vissen.

Hij is zo succesvol geworden omdat hij er van overtuigd is dat hij eerlijk in het leven moet staan. Dat heeft hij geleerd op die avond toen hij die fantastische baars gevangen had.

Iedere keer als hij voor een beslissing komt te staan waar hij de kans heeft om de wet een beetje te verdraaien of om een klein leugentje te vertellen zodat alles een beetje beter in zijn voordeel uitpakt ziet hij die grote vis weer die hij die avond gevangen had en weer moest weggooien om het ‘niet juist’ was.

Zijn vader gaf hem die avond iets dat zijn hele leven op de juiste koers zette.

En daar zit hem de kneep.

Hoe staat dat bij ons? Hoe gedragen wij ons op een moment dat er niemand over onze schouder meekijkt en we de mogelijkheid hebben om de waarheid in ons voordeel te verdraaien? Zijn wij bereid om de weg even wat af te snijden? Worden we er snel even beter van ten koste van een ander omdat niemand het toch ziet of er ooit van zal weten?

Maar daar worden we geen betere mensen door en het maakt ons niet ‘groter.’

En daar gaat het uiteindelijk toch om; iets doen omdat het ‘het juiste’ is?

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.