De schatkist van David 2

Psalm 40:1-4
Naar het werk van CH Spurgeon

Psalm 40:1
Met verlangen keek ik uit naar de Here. Toen boog Hij Zich naar mij toe en hoorde mijn roepen om hulp.

Met verlangen heb ik naar de Heer uitgekeken, schreef de psalmist. Ik wachtte geduldig op Hem. Het geduldige verlangen naar God was een van de bijzondere kenmerken van Jezus. Ongeduld heeft Zijn hart nooit in zijn greep gehad en kwam nooit over Zijn lippen. Zelfs op de zwaarste momenten zoals tijdens zijn doodsstrijd in de tuin vlak voor zijn kruisiging, of toen hij voor de wrede Romeinen stond, hield Hij zich vast aan God, in geduld en intens verlangen. Geen blik van toorn verscheen er op Zijn gelaat, geen woord van woede, geen daad van wraak. Gods lam wachtte geduldig op God.

Christus draagt de keizerlijke kroon onder hen van wie geduld gevraagd wordt.

Zou Gods eniggeboren Zoon geduld hebben, en zouden wij dan mogen klagen en mopperen en ons overgeven aan opstandig ongeduld? Jezus wachtte nooit tevergeefs op God. Zijn verlangen werd altijd beantwoord, en zo is het ook met ons. Geen lid van Gods koninkrijk zal ooit vergeefs wachten op de hulp van God. Wat een wonder dat onze Koning hier op aarde ook moest uitschreeuwen naar de Vader. Gods Zoon werd in de diepste put gegooid, maar kwam daar weer uit tevoorschijn als machtige overwinnaar.

Laten we ons dus met dezelfde geest van verlangen en geduld bewapenen.

Psalm 40:2
Hij trok mij omhoog uit de diepte van de zonde en uit de modder van de wereld. Hij zette mij stevig op mijn voeten, op een rots. Dankzij Hem wankel ik niet meer.

Hij trok mij omhoog uit de diepte van de zonde… uit de modderput van deze wereld… Onze Heer heeft die duistere put gezien. Hij werd in die diepe put van de vreselijke vloek van de zonde geworpen, een put die geopend werd door ons menselijk falen in het gehoorzaam zijn aan God. Jezus weet wat het is om als een gevangene in een donkere kerker te worden neergeworpen, omringd door het gehoon en gespot van de macht van het duister. Vergeten door de mensheid, verstrikt in afschuw en verlatenheid.

Maar God liet Hem niet los. God trok Hem omhoog. Jezus overwon de diepe hel van de angst en verbrak voor ons de ketenen die ons van God weghouden.

Zou die Heiland, wiens lijden zo onvoorstelbaar veel groter was dan ons korte lijden van dit moment, geen oor hebben voor ons hulpgeroep?

Jezus hoort onze kreten en trekt ook ons uit de modder omhoog om ons stevig op Zijn rots te planten.

Het werk van de Heiland is volbracht. Door Zijn lijden blijven wij voor eeuwig verankerd op Zijn rots. Wat een troost om te weten dat wij op die waarheid mogen bouwen. Niets kan de Koning der koningen stoppen, Hij is de ware Jozef die alles heeft overwonnen. Het zijn in deze Psalm dus geen loze woorden. Dankzij Hem wankelen wij niet meer.

Psalm 40:3
Hij leerde mij een nieuw lied, een lofzang voor onze God. Ik hoop dat velen het merken en ook ontzag voor de Here zullen krijgen. Dat zij ook op Hem gaan vertrouwen.

Het lied dat God ons wil leren is een loflied van diepe aanbidding. Vlak voor Zijn lijdensweg zong de Heer ook, maar wat voor prachtige liederen liggen er nu in Zijn hart besloten, nu Hij aan de rechterhand van de Vader zit, omringd door Zijn geliefden. Er zijn geen liederen op aarde die kunnen wedijveren met het lied dat nu ontspringt uit het hart van Jezus. Wat zal Hij zingen op de dag dat Hij weer wijn drinkt in het koninkrijk van de hemel en de duisternis volledig is uitgeworpen? Op die dag zal een menigte die niemand kan tellen de smarten en triomfen van Jezus pas echt gaan begrijpen. Hier is dan eindelijk de beloning van onze Heer. En dan zingen wij ook.

Laat ons nu al zingen over die glorierijke toekomst opdat ongelovige mensen geraakt worden door de liefde en de macht van God en mee beginnen te zingen.

Psalm 40:4
Gelukkig is de mens die zijn vertrouwen op de Here stelt en die zich niet wendt tot trotse mensen of leugenaars.

Geloof in God brengt vreugde. Een mens is misschien zo arm als de bedelaar Lazarus, gehaat als Mordecai, ziek als Hizkia, of eenzaam als Elia, maar zo lang als die mens de hand van God vasthoudt, kan geen tegenslag of ramp voorkomen dat hij gerekend wordt tot Gods gezegende volk. Maar even zo goed is er geen hoop voor de rijkste mens ter wereld die het geloof verworpen heeft.

De trotse mens brengt geen hulp. Een trots mens verwacht dat anderen zich voor hem neerbuigen en hem eer bewijzen, maar een gelovig mens zoekt niet naar de eer van de mens, begrijpt dat het geld de deur naar de hemel niet opent, en dat aanzien en welvaart niet meer zijn dan een vluchtige damp die op de eeuwigheid geen enkele indruk maakt.

Opnieuw is onze Heer ons voorbeeld. Hij gedroeg zich niet anders in de aanwezigheid van aardse heersers, gaf geen eer aan mensen die die eer niet verdienden, en de hooghartige was zijn vriend niet.

En de leugenaars? Wij aanbidden vandaag de dag geen gouden kalveren, maar de afgoderij is er niet minder om. Gierigheid, werelds verlangen, lust en het zoeken naar plezier. Het zijn leugens die veel beloven maar door de vijand als een val worden opgezet om ons te strikken. Wee de mens die zijn heil in dergelijke misleidingen zoekt.

Onze Heer staat altijd voor wat waar is en echt. De vader van de leugens vond hem geen rustplaats. Wij moeten de mensen liefhebben, maar kunnen tegelijkertijd geen eerbied tonen aan de valse leer van afvalligheid en vals onderwijs. Valse profeten zijn als een zieke gist, en het is onze opdracht ons daarvan te reinigen.

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.