De schatkamer van David

Een Bijbelstudie over Psalm 4, uit een artikel van C.H. Spurgeon

Psalm 4:1
O God, luister naar mij nu ik tot U roep. U laat mij toch altijd tot mijn recht komen! Toen ik in de knel zat, hebt U mij ruimte gegeven.Heb ook nu medelijden met mij, luister naar mijn gebed!

God doet nooit iets op een halfslachtige manier en zal nooit ophouden ons te helpen. Het hemelse manna zal elke morgen weer voor ons klaarliggen en Hij houdt pas op met het te geven als we het niet nodig hebben.

Het is goed om in deze Psalm op te merken dat David eerst tot God praat en pas dan tot de mensen. Dat is het voorbeeld dat we allemaal zouden moeten volgen, want wij kunnen heel wat vrijmoediger tot de mensen spreken als wij eerst uitgebreid de tijd hebben genomen om bij God te zitten en Zijn stem te horen. Wie de moed heeft om zijn Schepper onder ogen te zien en niet bang is voor het licht van de waarheid, zal niet beven voor de mensenkinderen.

Als David zijn gebed begint met O God, bedoeld hij: de Schepper, de handhaver, de rechter en de beloner van mijn gerechtigheid; op U o God, doe ik een beroep en ik spreek vanuit de diepten van de laster en de harde oordelen van de mensen die U verworpen hebben. Dit is wijsheid. Laten wij onze levens niet spiegelen aan aardse opinies en menselijke opvattingen, maar aan het hemels oordeel van de Koning der koningen.

   “Toen ik in de knel zat heeft U mij ruimte gegeven.” Dit is een beeld uit een veldslag waarbij de soldaten van Gods leger zijn ingesloten door de vijand en niet meer onder de druk kunnen uitkomen. Maar dan breekt God de omringende rots af die het leger geen ruimte gaf, de barrières worden doorbroken en opeens is er ruimte en kan het leger voorwaarts . Een andere manier om het te zeggen is dat God een hart, bekneld door angst en zorgen vergroot met vreugde en troost. God is een nooit falende trooster.

“Heb medelijden met mij.” Ofschoon ik weet dat ik een zondaar ben, vlucht ik naar Uw barmhartigheid en smeek ik U om mijn gebed te verhoren en mij, als uw knecht, uit mijn moeilijkheden te verlossen. De besten onder ons hebben barmhartigheid nodig.

Psalm 4:2
De Here God vraagt: ‘Mensenkinderen, wanneer houden jullie er mee op mijn eer te grabbel te gooien door levenloze afgoden te aanbidden?

Hoe lang blijven jullie nog zinloze dingen najagen? Het is allemaal bedrog!’ God berispt de mensen die niet willen geloven en noemt hen dwaze kinderen die ijdelheid liefhebben en er niet voor terugdeinzen om te liegen en hun levens te vullen met lege fantasieën, ijdele hoogmoed, en slechte verzinsels. Hoe lang zijn jullie van plan de eer van de Schepper te zien als een onnozele grap, en Zijn roem als een aanfluiting?

Maar in tegenstelling tot het gedrag van de goddeloze mens zouden wij als Gods kinderen moeten nadenken over de diepgewortelde dwaasheid van het ongeloof, en de uiteindelijke vernietiging van het kwaad. Mogen we leren om Gods grote genade te bewonderen, de genade die het mogelijk heeft gemaakt om over te stappen van het duister naar het licht en die ons heeft geleerd de waarheid lief te hebben.

Psalm 4:3
Luister goed: de Here heeft mij voor Zichzelf bestemd, daarom zal Hij naar mij luisteren en mij antwoord geven wanneer ik tot Hem roep.

Luister goed: Knoop het goed in je oren. Laat de prachtige waarheid diep tot je doordringen. Dwazen zullen het niet leren. En die waarheid is het feit dat de godvruchtige mensen Gods geliefden zijn die God voor Zichzelf heeft bestemd. Het is onze garantie voor de volledige verlossing en de verzekering dat onze Vader naar ons luistert als wij een beroep op Hem doen voor de troon van Zijn genade. Hij die ons voor zichzelf heeft uitgekozen, zal ons gebed zeker verhoren. O geliefde van God, als je op je knieën ligt zou deze waarheid, dat je Gods eigen bijzondere schat bent, je moeten inspireren met moed en geloof. Zal God Zijn eigen kinderen, die Hem dag en nacht aanroepen, niet te hulp komen? Hij heeft ons lief en kan niet anders dan ons steunen, helpen en verhoren.

Psalm 4:4
Als u boos wordt, zondig dan niet tegen de Here. Als u ‘s nachts wakker ligt, overdenk dan in alle rust zijn woord.

“Als u boos wordt, zondig dan niet.” Er zijn nogal wat mensen die deze raad omdraaien. Ze zondigen en worden dan boos op God omdat de dingen niet gaan zoals ze zouden willen.

 

O, dat wij de raad van dit vers zouden opvolgen en Zijn woord in alle rust zouden overdenken. De zonde zou geen kans meer hebben om ons te ontwrichten. Het feit dat mensen het Woord van God niet in alle rust willen overdenken is vaak juist de reden waarom de mensen zo boos zijn en het geloof de rug toekeren. O, dat we onze hartstochten voor een keer stil zouden houden zodat we in alle stilte onze levens kunnen overdenken. Het kan niet anders dan dat wij de ijdelheid van de zonde en de waardeloosheid van de wereld dan zullen ontdekken. Ga naar je bed en denk na over je wegen. Vraag raad aan God, en ontvang je instructies in de stilte van de nacht! Gooi je ziel niet zomaar te grabbel door het verlangen naar plezier, maar laat de stilte spreken!

Psalm 4:5
Heb volkomen vertrouwen in de Here en bied Hem uw offers aan zoals die zijn voorgeschreven.

In het Nieuwe Testament roept iemand uit: “Wat zullen wij doen om gered te worden?” Het antwoord is even duidelijk als eenvoudig. “Heb vertrouwen in de Heer, en houd u aan Zijn Woord.” Laten wij naar Golgotha rennen en vluchten naar de liefhebbende armen van God en op Hem vertrouwen. Want het is de Heer die voor ons allemaal is gestorven, en buiten Hem is er geen God.

Psalm 4:6
Veel mensen zeggen dat God niet zal helpen. Here, toont U hen dat zij het mis hebben door uw licht op ons te laten schijnen!

Er waren zelfs onder Davids eigen aanhangers mensen die twijfelden en niet zo zeker waren dat God zou doen wat Hij beloofd had. Mensen die liever eerst iets zagen voordat ze durfden te geloven. Helaas is dit de neiging die we allemaal hebben! Zelfs wij, als wedergeboren Christenen, zuchten soms naar die schijnbare houvast van voorspoed en de zekerheid van het zien. Dan zijn we terneergeslagen en ontzet als de duisternis ons gezichtsveld heeft vertroebeld. Wat betreft de ongelovige wereld gaat dat nog een stuk verder. Dit is de onophoudelijke schreeuw van de wereld: “Niemand kan ons helpen. Is er niemand die ons iets goeds kan tonen?” Zo zijn er mensen die nooit tevreden zijn. Hun gapende monden staan in alle richtingen gekeerd, en hun lege harten staan klaar om de eerste de beste waanvoorstelling die een leugenaar hun toespeelt, gulzig op te drinken in de hoop rust te vinden. Maar wanneer dit faalt geven ze zich over aan hun wanhoop en verklaren ze dat er inderdaad niets goeds in de hemel of op aarde te vinden is.

Maar een kind van God is anders, zelfs al valt het zeven keer. Uiteindelijk keert Gods kind zijn gezicht niet naar de put, maar naar boven waar Christus aan Gods rechterhand voorbede doet. Het drinkt niet uit de modderpoel van Mammon, maar uit de fontein van het hemelse leven. Het licht van Gods gelaat maakt het verschil en is de rijkdom van de gelovige, zijn eer, zijn gezondheid, zijn ambitie, en zijn troost.

Geef ons God en meer zullen we niet vragen. Dit is een onuitsprekelijke vreugde, vol van glorie. Onze gemeenschap met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus is constant en blijvend!

Psalm 4:7
Ja, de blijdschap die U mij hebt gegeven, gaat dieper dan hun vreugde, wanneer zij in de oogsttijd hun rijke opbrengst overzien.

Iemand zei eens: “Het is beter om kortstondig Gods gunst te voelen in onze smachtende ziel, dan uren lang te verblijven onder de warmste zon die deze wereld zich kan veroorloven”. Christus in het hart is beter dan maïs in de schuur of wijn in het vat. Maïs en wijn zijn slechts vruchten van de aarde, maar het licht van Gods gelaat is de rijpe vrucht van de hemel. “Gij zijt met mij”, is een uitspraak die meer gezegend is dan “wat een oogst.” Zelfs als mijn graanschuur leeg is, is mijn leven gezegend als Jezus mij toelacht. Als ik de hele wereld bezit maar Hem niet ken, ben ik een van de armste mensen op aarde.

Psalm 4:8
Ik ga rustig liggen en slaap vredig in, ik weet dat alleen U mij beschermt, Here!

Wat een prachtig lied voor de avond. Ik ga rustig slapen. Ik word niet overmand door zorgen en angst, maar ik leg mij vredig neer en zak weg in een diepe, genezende slaap.

Er is niets te vrezen. Mijn Herder waakt over mij. De mens die vertrouwt op God wordt beschermd door de hemelse vleugels die over Hem worden uitgespreid. Gewapende mannen houden de wacht over koningen en prinsen, maar zij slapen niet beter dan David toen hij deze psalm schreef in de tijd dat hij werd achtervolgd door bloeddorstige vijanden. Alleen God was Davids bewaker. Een rustig geweten is een goede bedgenoot. Als wij eerlijk zijn zullen we moeten toegeven dat al die slapeloze uren die we allemaal wel kennen niet de fout van God zijn, maar het resultaat van ons eigen ongeloof omdat wij steun zoeken bij onze eigen onbetrouwbare en ongeordende geest. Maar er is geen kussen zo zacht als een belofte van onze Vader; geen dekentje zo warm als de zekerheid dat Christus naast ons staat.

 

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.