De blijmoedige duitser

Door Koos Stenger

We noemden hem de Blijmoedige Duitser.

Om de eenvoudige reden dat hij uit Duitsland kwam en zei dat hij altijd zo blijmoedig was. Het is absoluut prijzenswaardig om een positieve kijk op het leven te hebben en ik word altijd aangemoedigd door de woorden van de apostel Paulus die zei dat hij geleerd had in alle omstandigheden tevreden te zijn, of hij nu veel had of weinig. 

Maar eigenlijk dacht ik dat de Blijmoedige Duitser die kunst nog niet geheel meester was, aangezien zijn gezicht vaak ontevredenheid uitstraalde. Maar toch hield hij vol dat hij volmaakt tevreden was. Als ik hem ernaar vroeg gromde hij een beetje beledigd en mompelde dan: “Er is niets aan de hand met me, ik ben volmaakt gelukkig.”

Nou, prima toch. Het was mijn taak niet om zijn niveau van tevredenheid te beoordelen, ik bezat geen röntgen-ogen om de verborgen plaatsen in zijn hart te bekijken. Alleen God kan dit doen. Dus haalde ik mijn schouders op en hield ik mijn mond maar. De bijnaam had hij nu in elk geval wel verkregen en we werden vrienden. Min of meer.

Daar kwam verandering in toen de Blijmoedige Duitser mijn auto in de prak reed.

“Mag ik je Toyota lenen? Mijn auto wordt op het ogenblik gerepareerd en ik moet dringend ergens heen om iets te regelen.”

“Ja hoor, wees er wel voorzichtig mee,” zei ik tegen hem terwijl ik hem mijn autosleutels gaf. 

Toen hij later op de dag terugkwam zag hij er echter niet zo vrolijk uit. Het was moeilijk te raden wat de uitdrukking op zijn gezicht betekende. Was het schaamte of grinnikte hij maar wat?

Er verscheen een flauw glimlachje op zijn gezicht terwijl hij haperend zei: “Ik…eh…ben bij het achteruit rijden tegen een boom aangekomen.”

Mijn hart sloeg een slag over. “Is alles in orde met je?”

Hij knikte. “Met mij gaat het goed. Met de auto niet.”

“Wat is er gebeurd?”

 

 

Hij haalde zijn schouders op. “’Kwee’nie. Stomme auto. Mijn voet gleed van dat pedaal van jou af. Gelukkig mankeer ik zelf niets. Het had nog veel erger kunnen zijn.”

Ik staarde naar de auto die hij voor ons huis geparkeerd had en slaakte een kreet. De achterbumper volkomen verdwenen en de plek waar die gezeten was volledig ingedeukt, echt een hoopje schroot.

“Sorry hoor,” mompelde hij. “Maar die boom stond er opeens. Een geluk dat de auto nog steeds rijdt.”

Mijn bloed begon te koken. Het ging er niet eens om dat hij de auto in de prak gereden had. Dat was natuurlijk heel erg, maar waar ik razend om werd was zijn onverschillige houding van: wie doet me wat, en de in het geheel niet berouwvolle grijns op zijn gezicht terwijl hij zei: “Ik zou de schade vergoeden als ik kon… maar je weet hoe ik er financieel voorsta. Ik zit niet al te dik in de slappe was.”

En daar moest ik het dan maar mee doen.

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb het hem vergeven. Niet direct helemaal, maar beetje bij beetje. Ik geloof niet dat het hem veel kon schelen of ik het hem vergaf, maar ik heb een goede les getrokken uit de hele geschiedenis, omdat ik eindelijk goed begreep wat berouw eigenlijk betekent.

Ik besefte dat die houding van onverschillige onachtzaamheid die de Blijmoedige Duitser aan de dag legde toen hij zei dat het hem speet, dezelfde houding was die ik soms ten opzichte van God aanneem als ik een fout gemaakt heb. 

Hoe voelt Hij zich wel als ik van het goede pad af raak en Hem dan benader met een houding waar geen respect en oprechte overgave en waarachtig berouw uit blijkt? Gelukkig voor mij is God altijd bereid om te vergeven, maar ik weet dat Hij meer van me verwacht dan alleen maar ‘sorry’ te zeggen.   

Haat ik de zonde echt en heb ik wel de vreze des Heren zoals het moet? Als ik dat niet heb, heeft de Heer waarschijnlijk ook weleens zin om me er van langs te geven voor mijn onoprechtheid, zoals ik bij de Blijmoedige Duitser wilde doen. Het is een goede les waar ik de Blijmoedige Duitser heel dankbaar voor kan zijn, alhoewel ik niet denk dat hij er enig besef van heeft.

“De hoge en doorluchtige, die de eeuwigheid bewoont, de Heilige, zegt: Ik leef in die hoge en heilige plaats, maar ook bij ieder die berouwvol en nederig is, Ik verfris de nederigen en geef nieuwe moed aan mensen met een berouwvol hart.”
Jesaja 57:15

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.