Wie bedank je eigenlijk?

Elke dag is onze God zo ontzettend goed voor ons!
Psalm 68:20

“Wat ben ik dankbaar,” zei de zwaar ongelovige man toen hij een nieuwe, jongere vrouw had getrouwd. “Ik ben zo blij en dus heb ik stiekem gevraagd of ik 100 jaar mag worden.”
“Dat is heel mooi,” zei de dominee die hen getrouwd had. “Alleen… aan wie heb je dat eigenlijk gevraagd?”

Iedere dag zit vol met Gods goedheid. Zijn zegeningen die Hij ons persoonlijk geeft zijn overvloedig. Het is goed om daar extra aandacht aan te besteden en vooral dat wij die zegeningen herkennen, ze niet als vanzelfsprekend beschouwen en de bron herkennen waar ze vandaan komen. We zouden onze dankbaarheid moeten betuigen aan Hem “uit wie alle zegeningen voortvloeien”. ‘Logisch,’ zeg je. ‘Dat is toch zeker normaal?’ Toch gebeurt het ons maar al te vaak dat we slechts een vage opwelling van dankbaarheid voelen zonder God daarbij te betrekken. Zo’n houding leidt tot niets.

Zo kende ik eens een lief oud echtpaar, geen van beide was christen, dat altijd dankbaar probeerde te zijn. Als de winterwind door de bomen gierde en het oude huis deed trillen, glimlachte de oude man en zei hij: “Ach, wat is het toch fijn en wat ben ik dankbaar om in zo’n nacht als deze een warme slaapplaats te hebben.”

En de moeder sprak vaak over haar grote gezin, nu volwassen en uitgevlogen: “Hoe dankbaar ben ik dat ze allemaal gezond zijn en dat ze geen van allen grote problemen hebben.” Hun dankbaarheid was oprecht. Daar kon geen twijfel over bestaan, maar toch vroeg ik me vaak af wie de ontvanger van hun dankbaarheid eigenlijk was. Wie waren ze toch zo oprecht aan het bedanken? Dat hebben ze nooit gezegd, want dat wisten ze niet.

De niet-religieuze wereld heeft zo zijn eigen manier van reageren. Wanneer het een zakenman, een atleet of een politicus “voor de wind gaat”, wrijft hij zich tevreden in de handen, of juicht hij uitgebreid voor de camera van de televisie en roept hij: “Geweldig! Geweldig! Wat ben ik dankbaar dat ik weer duizend Euro op mijn bank kan bijschrijven. Wat ben ik dankbaar dat wij weer kampioen geworden zijn, of dat ik de verkiezingen heb gewonnen.” Hij bedankt iemand, maar wie dan? Het is natuurlijk mogelijk dat de moderne mens die zijn blijdschap over zijn lot in het leven uitschreeuwt diep van binnen best wel voelt dat God wellicht iets met dat geluk of succes te maken heeft, maar hun ongeloof verbiedt hen om zich tot God te richten en dan is het beter om maar gewoon dankbaar te zijn voor… ja voor wat eigenlijk? Onszelf, de kosmos of de sterren misschien? Of de evolutionaire genen die ons betere hersenen hebben gegeven dan onze rivalen?

Hoe kun je je richten tot iemand met wie je niet vertrouwd bent? Dan is het makkelijker om net als Adam weg te vluchten voor het aangezicht van God en je te verbergen in het struikgewas en je dankbaarheid te tonen aan vage algemeenheden. Maar met zo’n houding bouw je je huis niet op een rots maar op het zand en heb je geen weerstand als de stormen losbarsten.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.