Vertrouw toch op Mij

Ken je dat? Dat gevoel van angst… een sluimerende bezorgdheid?

Er is een zekere onrust maar je weet niet precies wat er aan de hand is. Vaag en nauwelijks onder woorden te brengen, en toch heel indringend, zodat hij je geest binnensluipt en je de indruk geeft dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren. Het is niet eens de storm zelf die je de stuipen op het lijf jaagt. Je hebt tenslotte al meer stormen meegemaakt en daar ben je altijd weer doorheen gekomen. Nee, het is dat knagende, onzekere gevoel dat er weer een storm staat aan te komen, en deze storm is erger dan al die andere. Zonnige dagen zijn dan ook slechts een kort interval tussen dagen van tegenslag en ongemak. Tenminste, als je dat gevoel mag geloven.

Een sterk gevoel is het. Dit keer wordt het een storm die erger is dan al die andere, met hagelstenen zo groot als pingpongballen die je in een duistere hoek drijven waar je nooit zou willen schuilen, als er al iets te schuilen valt.

‘Heer, wat moet ik doen?’ Wanhopig sla je je ogen op naar God.

De Heer lacht.

Hij lacht? Begrijpt Hij dan niet dat dit geen grapje is, geen lachertje.

Maar Hij lacht me niet uit. Integendeel. Zijn lach is bedoeld om mijn opgejaagde hart tot rust te brengen. Want dan, als ik eindelijk besluit om niet langer te luisteren naar die kleverige stemmetjes van angst, hoor ik eindelijk Zijn stem. Liefhebbend, kalm en vol vertrouwen. “Vertrouw toch op Mij.”

 

Dat voelt goed. Even stroomt Gods vrede mijn hart binnen, maar dan slaat het duister terug.

De Heer begrijpt vast niet hoe gevaarlijk deze situatie is. Het gaat niet om één brullende leeuw… nee, het gaat om wel tien van die beesten. Achter elk muurtje staat opeens een boef… een hele slimme boef, die het op je gemunt heeft en die alles van je gaat afpakken. Hij beperkt zich zeker ook niet tot jou alleen. Je kinderen, je familie… je goede naam… Alles gaat eraan. Hij plundert je bankrekening, overtuigt je baas ervan dat hij je moet ontslaan, hij eet je huisdier op, en vermoedelijk zit je morgen op straat, terwijl je je hand ophoudt met een stuk karton om je nek waarop staat: “Ik heb honger.”

Weer roep je uit naar God, en weer zie je Hem daar staan. Liefdevol, teder, en geloof het of niet, Hij begrijpt je ook nog. Daar is Zijn stem weer. Nog steeds zo vredig, en zo vol liefde en troost: “Vertrouw toch op Mij.”

Maar de twijfel is soms zo sterk. De wereld lijkt zo slecht geworden… Het nieuws staat bol van de ellende, en soms begrijp je het Woord van God niet eens.

Zo werkt angst. Angst is een kleine sleutel die naar grote zorgen leidt. De stormen zijn de echte vijand niet; die hagelstenen zo groot als pingpongballen zullen ons er uiteindelijk niet onder krijgen. De echte vijand is die sluimerende bezorgdheid dat de lucht dit keer op ons neer zal vallen en ons de laatste adem wegneemt.

En daar staat God. Steeds weer. Onbeweeglijk, trouw en standvastig. De Rots, de Redder. Hij houdt het roer van ons leven stevig vast, terwijl de regen op het dek van ons schip klettert en de golven onze boot heen en weer slingeren. Je grijpt je aan Hem vast en Hij slaat Zijn arm om je heen terwijl Hij met Zijn andere hand het roer stevig vasthoudt. Hij lacht nog steeds. “Vertrouw op Mij, Mijn kind. Dat is alles wat je hoeft te doen.”

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.