Rusten in de hemelse armen

Tijdens een stevige storm schudde het cruiseschip heen en weer op de woelige baren en de passagiers begonnen zich zorgen te maken. Zou het schip het wel houden? “Ik ga de kapitein vragen hoe het ervoor staat,” zei een deftige dame gespannen tegen haar medepassagiers. Ze voegde de daad bij het woord en klom met moeite naar de stuurhut waar de kapitein rustig achter het stuurwiel zat en goedmoedig zijn pijp rookte.

“Kapitein! Kapitein!” sprak ze kleintjes. “Wat moeten we doen?” De kapitein keek haar rustig aan en zei: “Wij moeten op God vertrouwen.” De deftige dame werd bleek om de neus en stamelde: “Lieve hemel…is het zo erg?”

***

Geloof heeft niets te maken met je eigen doorzettingsvermogen. In de wereld draait alles om het bereiken van een bepaald doel en daar moet je doorgaans veel werk voor verzetten. Als je ergens niet keihard aan werkt blijven de resultaten doorgaans uit en het is dus goed te begrijpen dat wij automatisch denken dat het met het geloof in God niet anders zal zijn. Maar geloof groeit echt niet harder doordat je een soort geestelijke acrobatiek verricht, de juiste mantra’s prevelt of gewoon heel erg je best doet om een goed mens te zijn.

Geloof is iets heel teers en heeft niets te maken met je eigen menselijke inbreng. Natuurlijk is het wel belangrijk om Gods Woord te lezen, want daardoor leer je om de dingen te zien op de manier waarop God ze ziet, maar geloof opbouwen door je eigen menselijke kracht werkt niet. Net zoals een bloem gestadig uit de grond omhoog komt, groeit ook het geloof. Een bloem zweept zichzelf niet op om sneller te groeien of nog lekkerder te ruiken. Een bloem groeit gewoon door het voedsel in zich op te nemen en zich open te stellen voor het licht.

Zo is dat ook met het geloof. Geloof rust. Het rust in de zekerheid dat God er is en dat Hij voor alles zal zorgen.

En waarom doet God dat? Omdat Hij dat beloofd heeft. God heeft het gezegd en daarmee is de kous af. En omdat God het gezegd heeft kan geloof vertrouwen, zelfs middenin de storm.

Toegegeven, dat is soms best wel moeilijk. Zelfs de discipelen van Jezus, die nota bene elke dag weer nieuwe wonderen zagen, moesten dat leren. Toen ze in de boot op het meer in paniek raakten omdat de storm hen dreigde te overmannen en zij Jezus wanhopig toeschreeuwden dat Hij hen moest redden, vroeg Jezus: “Waar is jullie geloof dan toch?” Maar redden deed Hij hen, want opeens kwam het hele meer tot rust en had God andermaal bewezen dat Hij alles aankan.

Hoe lang de storm duurt kan niemand zeggen. Maar voor geloof maakt dat niet uit, want geloof weet dat God ons er doorheen zal slepen en dat alles op zijn pootjes terecht zal komen. Hij is getrouw en Hij is voortdurend aanwezig.

Iemand zei eens dat geloof iedere belofte omzet in een profetie. Daarmee bedoelde hij dat als wij ons vastklampen aan de belofte van God en Hem aan Zijn Woord houden, wij er verzekerd van kunnen zijn dat God die belofte ook volledig zal vervullen. Hoe Hij dat gaat doen is niet onze verantwoordelijkheid. Het is onze verantwoordelijkheid om Hem te vertrouwen. Geloof is de verbinding tussen onze onmacht en Gods almacht. Geloof heeft dan ook niet direct iets te maken met onze omstandigheden. Soms zeggen we weleens: “Ik zie dat wat er nu met me gebeurt goed is, dus dan heeft God me dat gestuurd.” Het is natuurlijk mooi dat wij God voor die situatie danken, maar die houding is toch niet direct het bewijs voor echt geloof. Geloof zegt: “God heeft dit gestuurd en dus weet ik dat het goed voor me is.”

We moeten lopen op geloof en niet op wat we kunnen zien en we moeten leren die twee niet te verwarren. Zo vragen we God af en toe vol overgave: “Heer, geeft U mij alstublieft meer geloof,” maar als we heel eerlijk zijn bedoelen we eigenlijk: “Heer, ik wil zo graag even zien wat U aan het doen bent.”

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.