De dood opgeslokt

Voor een kind van God is de dood het einde niet. Het is een stap voorwaarts. Een stap in de eeuwigheid en de eerste schreden in het zichtbare Koninkrijk van God. En daar gaat de Oppepper deze week over.

***

Ik sta aan de kust. Een grote zeilboot zet haar witte zeilen bij en stevent door de bruisende golven en de frisse wind de oceaan op. Wat een prachtig gezicht. Gefascineerd kijk ik het schip na. Kleiner en kleiner en opeens is de zeilboot uit het gezicht verdwenen. Verdwenen aan de horizon. Naast mij zegt iemand: “Weg… Het schip is weg.” Weg? Waarheen dan? Het feit dat ik het niet meer kan zien wil niet zeggen dat het ook werkelijk weg is. Op hetzelfde moment dat ik de boot niet meer zie en zeg dat de zeilboot ‘weg’ is, schreeuwt iemand anders, die aan de andere kant staat verheugd: “Daar komt het… daar komt het!” Zo is het ook met het sterven.
Henry Scott Holland

***

De dood wordt door ons als iets treurigs ervaren. Wij missen de genegenheid van de persoon die is overleden en ook voor de mens die zelf voor de poort van de dood staat is het vaak moeilijk om, ook al is het maar tijdelijk, afscheid te nemen van vrienden en geliefden. Toch valt ons verdriet niet te vergelijken met het verdriet van hen die de eeuwige hoop niet kennen.

Voor een kind van God is de dood tenslotte het einde niet. Het is een stap voorwaarts. Een stap in de eeuwigheid en de eerste schreden in het zichtbare Koninkrijk van God. Het is de plaats waar de dood en de angst niet langer heersen en een thuiskomst op de plaats waar we weer herenigd worden met onze geliefden die ons zijn voorgegaan.

Het is voorbij. De school gaat uit. De bel heeft geluid. Juichend rennen de kinderen naar buiten. Weg is de pijn. Voorbij is de strijd van het aardse leven. Een nieuw boek wordt geopend.

“De dood is opgeslokt in Gods grote overwinning. Dood, je kunt de overwinning wel vergeten. Dood, wat voor kwaad zul je nu nog doen?”
(1 Korinthiërs 15:54-55)

Toch is sterven niet altijd eenvoudig, ook niet voor de Christen. Vaak laat God het toe dat wij pas sterven na een ziekbed, of zelfs een lichamelijke aftakeling. Dat kan soms heel wreed lijken maar ook dat past in het plan van God, die overal een bedoeling mee heeft en “alle dingen goed doet”. (Markus 7:37)

Op momenten van ernstige ziekte en uiteindelijk ook de dood, wordt het ons heel duidelijk gemaakt dat wij maar mensen zijn en het niet voor het zeggen hebben. Als mensen willen wij graag de baas zijn. Wij hebben het graag voor het zeggen en juist die houding maakt het zo moeilijk voor ons om God te begrijpen en volledig op Hem te durven vertrouwen. Jezus probeert ons door het leven heen en vooral in tijden van ziekte en dood, te leren hoe wij onze handen in de Zijne kunnen leggen. Juist in tijden van strijd blijkt telkens weer dat elke zekerheid die wij hadden opgebouwd buiten God om eigenlijk niet meer was dan het broze ijs in het begin van de winter. Het lijkt wel sterk, maar als het er op aankomt zakken we erdoor. Dan slaat de schrik ons om het hart en roepen wij net als Petrus vertwijfeld uit: “Here, help mij!” (Mattheüs 14:30) En net als bij Petrus komt Jezus ook bij ons toegesneld en pakt Hij ons veilig vast en loodst Hij ons naar de veilige haven. Hij is voor eeuwig onze God en tot de dag dat wij sterven is Hij bij ons en wijst Hij ons de weg. (Psalm 48:15) Daarom vermaant Jezus ons eigenlijk voortdurend: “Vreest niet!” Vrees het leven niet. Vrees de dood niet. Vrees de toekomst niet. Rust in Gods veilige handen. Wees dankbaar en leef met overtuiging en vreugde en als de dood uiteindelijk ook bij ons aan de deur klopt gaan ook wij naar huis. De school gaat uit. De bel heeft geklonken en mogen ook wij juichend naar huis rennen.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.