Op weg naar het beloofde land

Ik sta aan de kust en kijk uit over de oceaan.

Het water strekt zich heel ver uit en verdwijnt uiteindelijk over de horizon. En daar moet ik naar toe. Ik moet weten wat er achter de horizon ligt. Er moet daar land zijn. Een land met nieuwe gewoonten en een nieuwe cultuur. Nieuwe avonturen en een nieuwe schoonheid.

Dat geloof ik, maar niemand weet het zeker, want er is nog niemand geweest.

De meeste mensen zeggen dat ik me er niet mee moet bezig houden. Het is te gevaarlijk op zee; de golven kunnen meters hoog worden en als je de horizon dan uiteindelijk bereikt hebt, zul je zien dat de zee zich nog veel verder uitstrekt dan je eerst gedacht had. Dat beloofde land bestaat misschien niet eens en ik kan me nu nog omkeren.

In mijn huisje in de steeg achter het stadhuis is het veilig en warm en gezellig. Ik kan mezelf er net bedruipen.

Daar hoef ik me niet te vermoeien met een onzekere toekomst en een eindeloze watermassa.

Ik kan dan nog steeds elke dag even naar de haven lopen en over de oceaan staren. Dan kan ik nog steeds dromen van dat beloofde land, maar de stormen hoef ik dan niet te trotseren. Elke morgen kan ik rustig opstaan en hoef ik me geen zorgen te maken over de staat van mijn schip en over de voorraden die zienderogen slinken.

Nee, dan blijf ik veilig weggeborgen in mijn vertrouwde omgeving die anderen voor me gebouwd hebben.

Maar dat is toch geen leven? Dan word ik geleefd. Mijn dromen blijven alleen maar dromen en worden geen werkelijkheid. Ik heb het gevoel dat op die manier het geheim van het leven verborgen blijft.

Nee…zo wil ik niet leven; op den duur zou ik daar ontevreden over worden.

Dus ga ik toch aan boord van mijn schip.

Hijs de zeilen. Haal het anker naar binnen. Mannen, we varen uit.

Zullen we ooit terug komen? Wie zal het zeggen? Ik kan het niet met zekerheid zeggen. Maar we gaan het proberen. We verlaten de kust en gaan op zoek naar de belofte van een nieuw leven.

Dit is het verhaal van ieder mens die iets nieuws wil proberen. Iets wat nieuw is brengt angst en onzekerheid met zich mee. Mensen lachen er om. Wat een onzin… Wat een dwaasheid.

Totdat het beloofde land toch gevonden wordt. Opeens is het voor iedereen duidelijk te zien dat het een goede keuze was.

Maar niemand kent de strijd, behalve de zeevaarder die de haven durfde te verlaten. Alleen hij heeft de stormen gezien, de metershoge golven die hem dreigden te verzwelgen in de razende storm. Alleen hij heeft de krakende masten gehoord toen de loeiende wind het schip heen en weer schudde als een notedop en de boot dreigde te doen vergaan. Maar het is ook zo dat alleen hij dat gevoel kent, dat onbeschrijflijke gevoel van vreugde en overwinning, toen er opeens werd geschreeuwd: “Land in zicht!”

Het beloofde land… Zo gewoon voor de mens die er niet voor gevochten heeft. Maar een wonder van God voor de mens die zijn dromen durfde te volgen en uit durfde te varen om een nieuwe toekomst tegemoet te gaan.

En ik?

Ik ben al vertrokken. Ik heb de kust verlaten. Ik ben de horizon al overgegaan en heb de eerste stormen al getrotseerd. Ik ben nog steeds vol goede moed, want ik geloof in het beloofde land waar God mij over heeft verteld. Hij keek me aan en zei kalm: “Leg je handen maar in die van Mij. Samen slaan we ons er wel doorheen.

Voor je het weet gooien we ons anker uit in dat nieuwe land.” En dat heb ik dus gedaan; ik houd Zijn hand vast en koester me in Zijn aanwezigheid op mijn wankele schip.

Samen met Hem vaar ik verder…

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.