Op al je wegen.

Het geloof is niet iets wat je zelf bereikt. Het is een geschenk. Toch komt het niet zomaar. En daar gaat de Oppepper deze week over.

***

Een zendeling in China werd door omstandigheden eens gedwongen om onder de blote hemel te overnachten. Het was een gevaarlijk gebied, vol bandieten, zo was hem al verteld. Buiten slapen was dwaasheid. Toch had hij geen keus. Terwijl hij probeerde om het zich gemakkelijk te maken onder een boom loerde hij gespannen in het duister. Zouden de boeven hem te pakken krijgen? Toen dacht hij aan Gods beloften uit de bijbel en sprak hij opgelucht: “Heer, het heeft geen nut dat wij vannacht allebei wakker blijven, dus tot morgen!” Hij sliep als een roos en werd de volgende morgen veilig wakker.

***

Ondanks de tegenslag, ondanks de strijd en ondanks een onzekere wereld zijn wij te allen tijde veilig geborgen onder de vleugelen van de Heer. Hij leidt, Hij beschermt en Hij helpt ons om te volharden. Nou, dat is mooi! Dan hoef ik dus niets meer te doen?

Je begrijpt natuurlijk ook wel dat de vork zo niet in de steel zit. Het lijkt haast een tegenstelling. Het is zeker Gods bedoeling niet dat wij alles vanuit onze luie stoel aan Hem overlaten, maar uiteindelijk is het toch de kracht van God die ons op de been houdt en niet onze eigen kracht.

God is de kracht, God heeft de wijsheid en God weet precies waar Hij ons hebben wil.

Wat kunnen wij dan doen? Wij kunnen volgen, wij kunnen luisteren en ons naar Hem richten. Hij doet de rest. Als wij doen wat wij kunnen, dan doet God wat wij niet kunnen.

In Hebreeën 12 staat: “Laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.”

 

Richt je blik niet op je eigen talenten, je eigen wijsheid of je eigen ervaring. Wij kunnen de problemen niet aan met ons eigen verstand. Soms is het te complex en zijn de problemen te ingrijpend. Daar hebben we de kennis niet voor. Maar God heeft die kennis wel.

Wij moeten dus omhoog kijken, naar de Herder van ons hart. Dat verlangt God van ons. Dat is iets wat wij kunnen doen. Wij kunnen Gods hulp aanroepen, Hem voorop stellen en zo onze problemen te lijf gaan. En God doet de rest. Hij opent de deuren, Hij voorziet in de antwoorden en Hij volbrengt indien nodig het wonder.

“Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken.”
(Spreuken 3:5-6)

Moet je je verstand dan uitschakelen en alles zomaar klakkeloos aannemen? Hebben die mensen die zo spottend praten over dat dwaze en blinde geloof dan toch gelijk? Natuurlijk niet. God wil wel degelijk dat wij onze hersens gebruiken. Maar er bestaat wel een groot verschil tussen het gebruiken van je hersens en het onbegrensde vertrouwen dat wij soms hebben in ons eigen inzicht en onze eigen wijsheid.

Je eigen inzicht heeft zo zijn plaats, maar het is niet de bedoeling dat je er met je hele gewicht op leunt. Jezus vergelijkt dit met het leggen van een fundament op het onzekere zand dat nooit stand kan houden als de echte stormen toeslaan.

Wat ons benauwt en beangstigt is voor God een peuleschil. Voor Hem is het doolhof van onze problemen waar we ons soms in bevinden juist een manier om Zijn liefde te tonen. Hij is de rots en in Hem zijn we veilig. Dat staat vast.

Maar roep Hem aan, overleg met Hem; maak je plannen samen met Hem en probeer het niet allemaal zelf uit te zoeken.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.