Muren van duisternis

Toen de burgeroorlog in alle hevigheid was losgebarsten zei de Amerikaanse president Abraham Lincoln: “Het ziet er zo duister uit dat ik nergens nog een uitweg zie. Er is niets dat ik menselijk gesproken nog kan doen. Er rest mij nog maar één ding; ik moet op de knieën. Ik moet met God praten. Mijn eigen wijsheid en dat van mijn raadgevers is volkomen ontoereikend.” En daar had hij gelijk in.

Zo zijn de grootsten der aarde zonder God in wezen niets anders dan de grootst denkbare mislukkelingen en zal het uiteindelijk blijken dat Jezus gelijk had toen Hij zei: De zachtmoedigen zullen de aarde beërven.

In Psalm 4:1 schreeuwt Koning David het uit. “Toen ik wanhopig was, hebt U Zich om mij bekommerd.” Dat is op zichzelf al troostrijk genoeg. De wetenschap dat er een God is die zich om ons bekommert en gebeden beantwoordt geeft moed in duistere tijden.

Maar een Engelse vertaling van dit bijbelvers drukt het op een andere manier uit.

Daar staat iets in de trant van “Toen het duister mij omsloot, hebt U mij toch weer bevrijd.” Soms ervaren we zo’n diepe, inktzwarte duisternis in ons leven, dat we nergens een weg zien waarlangs we kunnen ontsnappen.

Maar juist in deze omstandigheden wordt het echte geloof gesmeed, want de weg naar boven ligt altijd open. Er staan dan wel muren van duisternis rondom ons, maar die muren staan niet boven ons.

Wat het probleem ook mag zijn, hoe diep de pijn of hoe verscheurend de angst, de weg naar God kan niet worden afgesloten.

Dat kanaal is altijd open. God staat het niet toe dat Zijn kinderen van Hem worden afgesloten. Hoe sneller we dat leren, hoe rijker onze levens worden, want dan leunen we ook op Jezus als het duister niet zo diep is en lopen wij ook met Hem door de prachtige velden van schoonheid en geluk die dit leven te bieden heeft. Maar dat leren we pas echt nadat we in het duister geweest zijn.

Het is tenslotte onze menselijke natuur eigen om eerst zelf een oplossing te vinden voor de problemen. Doorgaans roepen we pas in het uiterste geval uit naar God, want als er nog ergens een weg is, en de muren rondom nog niet helemaal dicht zijn en we nog een kiertje zien waarlangs we kunnen ontsnappen, zullen we dat maar al te snel proberen.

Maar voor zo’n houding is niet heel veel geloof nodig. Zolang we onszelf nog kunnen redden leunen we tenslotte niet volledig op God. En dat is nu juist wat God ons wil leren.

Als we Gods trouw ervaren in de nacht, zullen we er niet aan twijfelen dat God net zo trouw is in het licht. Dan groeit onze relatie met Jezus en wordt Hij meer dan het noodnummer 112.

De Bijbel moedigt ons aan om “op God te vertrouwen met ons hele hart en de oplossingen niet van ons eigen verstand te verwachten.” * Niet omdat Jezus wil dat we niet nadenken, maar omdat God het gewoon beter weet; wat we ons vaak pas realiseren als alleen de weg naar boven nog maar open ligt.

Jezus en jij. Samen op pad. Dat is het geloof waar we in de Bijbel over lezen. Het is ook het geloof van Abraham waarvan wordt gezegd dat hij “Onder hopeloze omstandigheden vol hoop bleef geloven.”

Nee, van het duister zullen we nooit houden, maar als het je toch een keer dreigt op te slokken, maak je dan geen zorgen. God weet er van. Hij staat naast je, Hij heeft er een plan mee en de weg naar boven is altijd geopend.

Spreuken 3:5-6

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.