Maandag 21 februari 2022

Op een gure, regenachtige dag sprak iemand eens een Christen aan, die er om bekend stond dat hij altijd zo vrolijk en goedgemutst was. “Wat een weer vandaag. Het is bar en boos. Hoe voelt u zich vandaag, beste man?” vroeg hij de man, er van overtuigd dat de man nu niet zo vrolijk zou antwoorden.
“Ik voel me overladen,” antwoordde de Christen.

    De andere man knikte hem begrijpend toe en zei: “Dat had ik wel verwacht. Ik wist wel dat zelfs u op zo’n dag als vandaag geen opbeurend woord voor mij zou hebben. Het lijkt er sterk op dat de depressie u toch ook te pakken heeft.”

“Welnee,” sprak de Christen met een glinstering in zijn ogen. “Er is geen sprake van depressie. Ik ben overladen met Gods rijke en overvloedige zegeningen. Heb je niet gelezen wat de Bijbel daar over zegt: Geloofd zij de Heere; dag bij dag overlaadt Hij ons met zegeningen. Die God is onze Zaligheid.” (Psalm 68:20)

Deze week nieuw op de site:
Ik snap het niet
De wereld heeft er moeite mee, maar toch

Zij deed het goed
Deze nieuwsbrief lezen in je browser

 Spreuk van de week
Als wij in dit leven de vrede van het paradijs willen ervaren, moeten wij leren hoe we dagelijks vertrouwde, nederige en innige gesprekken met Hem kunnen hebben.
Broeder Laurentius

Om over na te denken
Deze Joden reageerden veel beter dan de Joden in Tessalonika. Want ze luisterden naar Paulus en geloofden hem. Elke dag zochten ze in de Boeken op of het allemaal klopte wat hij zei.
   Handelingen 17:11

Wanneer wij over geestelijke dingen nadenken, bestaat altijd het gevaar dat wij denken zoals mensen dat doen en vergeten de dingen te zien op de manier van God. Dit is vaak de reden voor eigengerechtigd denken en verdeeldheid onder de Christenen. Geestelijke waarheid moet door het verstand ontvangen worden zonder dat het gekleurd wordt door bepaalde doctrines en dogma’s die wij eerder geleerd hebben. Of wij ons daar nu van bewust zijn of niet, wij voegen altijd iets toe aan de waarheid wanneer zij binnenkomt (of nemen er iets van weg) om haar passend te maken in het raamwerk van de ideeën die wij geleerd hebben en “waarheid” noemen. Twee mensen van totaal verschillende kerkgemeenschappen lezen hetzelfde Bijbelvers, maar interpreteren dat vers vaak volkomen anders, zodat het precies past in de regels van hun bepaalde kerk. Elk van hen zal de woorden zo interpreteren als hem geleerd is. De betekenis die hij in die passage ziet, zal hem zo natuurlijk, zo logisch en juist voorkomen, dat hij niet kan begrijpen hoe het mogelijk is dat die andere kerkganger het anders ziet. Helaas zal ieder van hen vermoedelijk direct concluderen dat die ander een huichelaar is die er niets van begrijpt en zijn onderwijs van de duivel zelf ontvangen heeft. Laat ons hiervoor waken. Het is onze persoonlijke verantwoordelijkheid om regelmatig de Schrift te onderzoeken om te zien of wat ons geleerd wordt echt waar is. De Geest is onze uiteindelijke Leraar en Hij zal ons door de Schrift onderwijzen als wij ons aan Hem onderwerpen.
Naar een artikel van AW Tozer

Het archief van CH Spurgeon
Lang geleden, ergens in de 19e eeuw gaf Spurgeon het volgende commentaar op Psalm 39:6. De digitale wereld bestond toen nog niet, maar hij zou vandaag dezelfde woorden hebben kunnen schrijven. De harten van de mens zijn vanaf het eerste begin nog immer hetzelfde.

Een mensenleven is voor U als een schaduw die voorbij glijdt. Hij werkt voor niets zo hard: hij verzamelt rijkdom, maar weet niet eens voor wie.
Psalm 39:7

 


Het leven is een voorbijgaand schouwspel, het voorportaal naar de eeuwigheid. Maar niet iedereen heeft dat door. Overal om ons heen worden wij bestookt met schimmige schaduwen zonder enige echte waarde; wij wandelen er middenin en leven alsof die bespottelijke beelden een echte realiteit zijn. Mensen nemen niet bestaande rollen aan en zetten zich vol overgave in voor die schimmenspellen met een ijver die alleen gebruikt zou mogen worden voor de echte realiteit van ons huidige leven. Maar zo gaan mensen helaas verloren door het volgen van de fantomen van een niet bestaande wereld die zich op een leugenachtig toneel in de geest manifesteren. Wereldse mensen wandelen als reizigers in een fata morgana, misleid en bedrogen, in een wereld die hen uiteindelijk leeg zal achterlaten op een verlaten vlakte vol teleurstelling en wanhoop. Mensen piekeren, foeteren en maken zich zorgen, en dat allemaal voor niets. Zij rennen achter een schaduw aan maar hebben niet door dat een andere schaduw; die van de dood, hen op de hielen zit. Hij die zwoegt en zich inspant voor goud, voor roem, voor rang, zelfs als het hem lukt om die honger enigszins te stillen, ziet op het einde van de reis dat als hij ontwaakt in de echte werkelijkheid, alles voor niets was. Luister naar het rumoer van de markt, het geroezemoes van de beurs, het geraas op de straten in de stad, en bedenk dat deze herrie voortkomt uit de zucht naar niet-substantiële, vluchtige ijdelheden. Gebroken rust, angstige vrees, overwerkte hersenen en een falend verstand zijn de gevolgen van een weg zonder God. Een weg vol met zuigende, dikke wereldse modder waar we zover mogelijk vandaan moeten blijven.

Uit de schatkist van het verleden
Lang geleden, toen de Engelsen en de Schotten elkaar het leven zuur probeerden te maken in bloedige oorlogen, belegerde het Engelse leger een Schotse vesting ergens aan de kust. “Die hongeren we gewoon uit,” sprak de Engelse legeraanvoerder. “Ze kunnen geen kant op en na verloop van tijd pakken we de burcht zonder slag of stoot.” En zo gebeurde het dat de Engelsen maandenlang rond het kasteel lagen te wachten totdat de uitgehongerde Schotten zich in wanhoop zouden overgeven. Maar de Schotten gaven geen krimp. Tenslotte werd de Engelse kapitein ongeduldig en eiste direct de onvoorwaardelijke overgave van de Schotten. “Jullie zijn uitgemergeld en elk verzet is verder zinloos. Geef je over.” Als antwoord lieten de Schotten een grote lading verse vis vanaf de kantelen op de grond buiten het kasteel vallen. Hun kasteel stond in verbinding met een onderaardse bron en de zee. Ze hadden onbeperkte voorraden en er was eten en drinken genoeg. De belegering had hen hoegenaamd niet geschaad.

En zo is dat ook met ons. Onze geestelijke vijand mag dan brullen als een roofzuchtige leeuw en met groot machtsvertoon bij ons op de poort beuken om te eisen dat we ons direct en onvoorwaardelijk aan hem overgeven, maar wij kunnen gewoon onze schouders ophalen, want zijn belegering kan ons niet schaden. Ook wij hebben in ons de bron van het leven waardoor wij verzekerd zijn van onbeperkte voorraden. Zelfs de eenvoudigste mens met een oprecht geloof in God bezit die bron van het leven.

“Als je dorst hebt, moet je naar Mij toe komen en drinken! Als je in Mij gelooft, zullen stromen van water dat leven geeft uit je binnenste stromen! Want dat is beloofd in de Boeken!”
Johannes 6:37-38

U geeft ons een overvloed van goede dingen. U lest onze dorst met uw liefde. Want bij U is de bron van het leven.
Psalm 36:9-10

Leer mij stil op paden wand’len
Waar alleen Uw oog mij ziet
Stil verdragen, zwijgend hand’len
Al kent mij de wereld niet

Dat is grappig
De kinderen van een christelijke basisschool zaten in de kantine te wachten op de lunch. Aan het hoofd van de  tafel lag een grote stapel glimmende appelen. De juf had een briefje op de bovenste appel geplakt waarop stond: “Neem EEN appel. Denk er om, God kijkt toe en Hij ziet wat je doet.” Verderop, op een andere tafel, stond een grote schaal vol heerlijke chocoladekoekjes. Toen Miesje al dat lekkers zag mompelde ze tegen Klara: “Vooruit Klaartje, laten we onze zakken volstoppen. God ziet het toch niet. Die houdt de appelen in de gaten.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.