In de mensen een welbehagen

Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.
Lukas 2:14

In deze eenvoudige uitspraak ligt de hele hemelse boodschap besloten die God ons in deze donkere en door zonde besmeurde wereld heeft gegeven. Die boodschap geldt voor ieder mens; voor rijk of arm, voor sterk of zwak, en zelfs voor de mens die God in zijn streven buitensluit en niet naar Hem vraagt. Stel je dat engelenlied eens voor en hoe wonderschoon dat geklonken moet hebben voor die herders daar op de kale vlakten rondom Bethlehem. Is er op aarde ook maar een lied zo schoon als wat die nacht gezongen werd door het hemelse koor: “In de mensen een welbehagen”?

Wat bedoelden de engelen? Heeft God een welbehagen in de mens die voortjakkert op zelfzuchtige paden en die niet schroomt om zijn eigen verlangens ver boven de noden van een ander te stellen? Nee, God heeft geen welbehagen in de zonde, maar wel in de mens zoals Hij die voor ogen heeft; de veranderde mens, de mens met de nieuwe natuur die verlangt naar de hemelse waarden en die Gods wil boven zijn eigen wil stelt. De mens die gevormd is zoals God dat altijd wilde. En daar is het kerstkind voor nodig.

Het kerstkind werd geboren om de deur te zijn waardoor wij uit ons oude bestaan Gods nieuwe wereld mogen binnenstappen. Is alles dan zomaar opgelost?

In zekere zin wel, want Gods beloften staan vast en wat Hij beloofd heeft komt uit. Maar onze zondige natuur is niet meteen overwonnen. Zelfs nadat we door de deur zijn gestapt blijft de oude, zondige natuur ons achtervolgen. Als wij eerlijk terugkijken op het jaar dat achter ons ligt, zullen wij moeten toegeven dat er vele dagen en momenten waren waarop wij rusteloos en ontevreden rondliepen, en woorden spraken die in de hemel geen plaats zullen hebben.
En toch zei God: “In de mensen een welbehagen.”

Hoe is dat toch mogelijk, dat Gods liefde zo rijk is en zo ver gaat om ons telkens weer te aanschouwen met de ogen van Zijn geheiligde liefde. God kijkt naar ons en zegt tegen de engelen: ‘Kijk, dat is Mijn kind, waar Ik zo veel van houd.’

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe.” (Johannes 3:16 NBG) Hij stuurde Zijn zoon voor jou en voor mij. Wij mogen onze eigen naam in dat vers invullen. Het is Zijn persoonlijke boodschap.

Wij zouden ons dan ook moeten afvragen of onze levens Zijn bedoeling werkelijk weerspiegelen. Weerklinkt het engelenlied ook in onze harten, zodat die hemelse muziek de wereld mag verblijden en anderen kan inspireren om ook door de deur te gaan die met kerstmis werd geopend? ‘Vrede op aarde’, klinkt het door het hemelrijk. Die vrede komt in ieder hart dat zich samen met de herders in ootmoed neerbuigt voor het kerstkind in de kribbe, het kind dat uitgroeide tot de mens die na de kruisiging de dood onder Zijn voeten vertrapte en uitschreeuwde: “Het is gedaan. In de mensen een welbehagen.”

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.