Het kussen van de zendeling

Gebeuren er nog steeds wonderen?

“Onzin,” zegt een ongelovige wereld. “Natuurlijk wel,” zegt een gelovig mens. “De wonderen zijn de wereld nog niet uit.” Natuurlijk zijn niet alle wonderen even dramatisch als bijvoorbeeld bij Mozes, of de andere helden uit de Bijbel. Maar zelfs die wonderen zijn de wereld nog niet uit, want God is nog steeds dezelfde God als toen. Ofschoon veel van Gods wonderen vandaag dan misschien minder dramatisch lijken, zijn ze wel degelijk een krachtige getuigenis van zijn voortdurende aanwezigheid.

Soms begrijpen we pas na afloop, als een groot probleem is opgelost, dat God ons weer heeft bijgestaan. Opeens zien we duidelijk dat God heeft ingegrepen. Een kleine ‘toevallige’ ontmoeting hier, of een verrassende ontwikkeling daar en opeens is het probleem voorbij. God was aan het werk en vaak anders dan wij verwacht hadden. God volgt ook vaak een ander tijdschema dan wij. Maar oplossen doet Hij het altijd. Dat geeft kracht en hoop en daarom mogen wij altijd vertrouwen.

Dat is geloof en daarom staat er in de Bijbel dat “de rechtvaardigen leven door het geloof ”. Als je God vandaag in het duister vertrouwt, zul je daar morgen dankbaar en blij om zijn, hoe zwaar de strijd ook is. Iemand die dat ook ondervond was de bekende zendeling Adoniram Judson, die aan het begin van de negentiende eeuw, vele jaren in Burma doorbracht om daar het Evangelie te verkondigen. Een van de eerste dingen die Adoniram wilde doen was het vertalen van de Bijbel. Alles  draait tenslotte om het Woord van God en dat had de Burmese bevolking nodig. Het kostte hem twintig jaar om het nieuwe Testament te vertalen. Stel je voor, twintig jaar.

Had God geen wonder kunnen doen en hem de gave van de taal kunnen geven? Dan had hij direct kunnen beginnen met vertalen, in plaats van het leren van zo’n moeilijke taal.

God had dat ongetwijfeld kunnen doen, maar doorgaans wil God dat wij doen wat wij zelf kunnen, en dan doet God wat wij niet kunnen.

Toen de vertaling klaar was, brak er oorlog uit tussen Engeland en Burma en verdween Adoniram in de gevangenis omdat hij een westerling was.

Zijn vrouw was wanhopig. Arme Adoniram. En wat moest ze met die kostbare vertaling doen? Begraven maar, achter in de tuin. Dan was het voorlopig veilig. Maar al snel realiseerde ze zich dat dit geen goede oplossing was. Het manuscript werd vochtig en er zat al snel schimmel op.

Er moest een betere oplossing komen. Ze besloot het manuscript in een stuk stof te naaien, dat ze daarna wegstopte in een slap kussen, dat ze naar de gevangenis bracht. Daar kon Adoniram er met zijn hoofd op liggen. Dat ging een tijdje goed, totdat Adoniram ter dood werd veroordeeld. Hij kreeg kettingen aan zijn benen en zijn kussen werd door de gevangenisbewaarder in beslag genomen.

“Waar bent U nou God? Twintig jaar goed vertaalwerk naar de haaien. En Adoniram dood.” Wonderen? Welnee, daar geloof je niet meer in als je zoiets leest. Maar het verhaal is niet klaar. Gods verhaal is nooit klaar. Zolang er leven is, is er hoop.

Wat hebben Adonirams vrienden die dagen veel gebeden. Voor hem, maar ook voor het kussen. Adonirams vrouw kreeg het idee om een veel mooier kussen voor de gevangenisbewaarder te kopen, in ruil voor het slappe kussen met de vertaling. Dat beviel de gevangenisbewaarder wel en omdat de plaatselijke rechter besloot om Adoniram voorlopig niet te executeren, kwam het slappe kussen weer terug bij Adoniram in zijn cel. Een klein wonder misschien?

Toch niet, want het ging al snel weer mis. Een cipier had een mat nodig en besloot dat hij het kussen van Adoniram wel als mat kon gebruiken. Hij pakte het kussen af en scheurde het open en vond het manuscript. Maar de man kon niet lezen en gooide het achteloos neer op straat als waardeloze troep. Daar lag die kostbare vertaling buiten in het stof. “Waar bent U nou God?”

Maar Gods wegen zijn hoger dan die van ons. Een voorbijganger raapte het op. Het was een Christen, die direct begreep wat een kostbare vondst hij had gedaan en hij verstopte het manuscript veilig bij hem thuis. Toen Adoniram maanden later werd vrijgelaten en de oorlog ten einde was, werden de eerste Bijbels al snel in de Burmese taal gedrukt.

Had God het niet wat makkelijker kunnen aanpakken? Moest het nou echt zo? Wie zal het zeggen? Maar de slotsom is dat alle gebeden beantwoord waren. Adoniram was vrij en zijn vertaling was niet voor niets geweest. God is er altijd.

Ondanks de dalen is Hij trouw en standvastig. Het leven is een strijd en de krachten van het duister laten geen mogelijkheid onbenut om Gods kinderen een loer te draaien, maar wie kan ons wat maken als God onze leider is?

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.