Het gif van ongeloof

Maar als iemand niet gelooft, kan God niet tevreden over hem zijn. Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en beloont wie Hem zoeken.
Hebreeën 11:6

 Hoe lang zal dit volk nog dwarsliggen? Zullen ze Mij ooit geloven na alle wonderen die Ik onder hen heb gedaan?
Numeri 14:11

Ongeloof is een monster dat uitgehongerd door de velden van deze wereld trekt op zoek naar een prooi om zijn rammelende maag mee te bevredigen. Ongeloof moet met kracht en overtuiging weerstaan worden, want het is een gevaarlijke vijand.

Zelden ziet ongeloof er monsterlijk uit. Het komt tot ons in vele gedaanten, soms uiterst beleerd, vol overredingskracht. Soms zelfs als een ware engel van het licht, zacht en zogenaamd vol begrip, maar dan opeens weer spottend en luid.

Maar het doel van het ongeloof is altijd hetzelfde: Het wil ons laten ontsporen door een muur te bouwen tussen ons en God, een afstand creëren. Vergis je niet, Jezus loopt niet bij ons weg, maar wij lopen bij Hem weg, met het gevolg dat Zijn aanwezigheid niet langer de kracht van ons leven is.

De remedie is ook telkens hetzelfde. Als wij het Woord van God op het monster loslaten vertrekt hij met de staart tussen de poten.

Het Woord van God is leven. Jezus zei dat Zijn woorden de Geest van God bevatten en letterlijk kracht uitstralen. Zoals het water ons uiterlijke vuil wegwast, wast Gods Woord ons geestelijke vuil weg. Hoe het Woord dat doet is niet belangrijk, want het werkt. Je kunt zelf niet strijden met het ongeloof, of er mee afrekenen door het te rationaliseren, of domweg te onderdrukken, Maar als je God op je hart laat schijnen en Zijn Geest tot je laat spreken spoelt Hij het ongeloof weg.

Dit is een deel van de geloofsstrijd die wij zullen moeten leveren tot op de dag dat Jezus ons bij de hand meeneemt door het dal van de schaduw des doods op onze laatste aardse meters, alvorens wij de hemel binnengaan.

Waarom zo lang? Hier op aarde worden wij nog steeds beïnvloed door ons aardse denken, onze menselijke en opstandige natuur, die ons toefluistert dat wij God echt niet nodig hebben en het zelf heel wat beter kunnen.

Spurgeon zegt daarover: Ongeloof is een onkruid, waarvan we het zaad nooit helemaal uit de grond kunnen trekken. Maar toch moeten wij ijverig proberen de wortel te bereiken en die bloot te leggen. Ongeloof is een gif dat wij van alle slechte dingen het meest moeten haten omdat het direct het fundament van ons leven aantast.”

Jezus heeft ons nooit enige reden gegeven om Hem niet te vertrouwen. Heeft Hij ons niet telkens weer bijgestaan op die momenten dat wij dachten dat alles verloren was en wij net als Petrus in angst uitschreeuwden dat wij verdronken?

De hemelse graanschuren zitten overvol met hulp, raad, antwoorden en wonderen en kunnen onmogelijk uitgeput raken omdat wij, net als die bange, kleine muis aan de Egyptische onderkoning Jozef, vragen om een paar graankorrels.

Om nogmaals Spurgeon aan te halen: “Weg dus met die leugenachtige verrader, het ongeloof. Ongeloof wil onze gemeenschap met de Heiland verbreken en ons laten geloven dat onze Jezus ver bij ons vandaan is. Verrader, verlaat mijn hart en leven! Ik haat je.”

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.