Groeien in geloof

Een bezoeker van een weeshuis dat honderden straatkinderen opving was diep onder de indruk van het goede werk dat er op geloof en zonder steun van de regering voor de kinderen gedaan werd.

“Er is vast heel veel geloof voor nodig om dit werk gaande te houden,” sprak de man enthousiast. “Nou, het zit eigenlijk zo,” zei de Christen die het weeshuis leidde, “dat een klein geloof in een stevige plank over een woeste bergbeek mij veilig naar de overkant leidt. Groot geloof in een rotte plank helpt me in het geheel niet. Dan val ik midden in de stroom. Het gaat er om waar je op vertrouwt.”

***

God geeft ons strijd om ons geloof in Hem te sterken. Strijd doet ons naar Hem uitroepen en dat helpt ons om precies te weten wat onze plaats is. Iemand zei eens: “God doet soms dingen om onze trots te breken, en doet ze later nog een keer om te zien of we nog steeds klein zijn.”

Strijd helpt ons om onze plaats te kennen. Zo sterk zijn we tenslotte niet en wij hebben God erg hard nodig bij alles wat we doen. Zonder strijd en zonder tegenwind krijgen we al snel het idee dat het allemaal wel goed zit met ons. We geven onszelf maar al te graag een schouderklopje en stiekem denken we dat we heel wat beter zijn dan al die mensen bij ons in de buurt. De Bijbel noemt de menselijke natuur ‘de oude mens.’ Onze eigen natuur kijkt in de spiegel en ziet een sterke, moedige persoonlijkheid die alles goed voor elkaar heeft en wat die natuur betreft is het dan ook meer dan normaal dat God ons heeft uitgekozen voor Zijn Koninkrijk.

Toch zit daar een luchtje aan. En om met die houding af te rekenen gebruikt God strijd. Wij mensen kijken voortdurend naar de tijdelijke aspecten, maar God is een groot investeerder en alles wat Hij in ons leven brengt is gericht op de eeuwigheid en bedoeld om ons daar op voor te bereiden.

Als wij onze plaats kennen, als onze geest onderworpen is aan God, zien wij niet zo’n machtige, stoere persoonlijkheid in de spiegel. Dan zien we eerder een klein, hulpeloos schaapje, dat wil schuilen onder de vleugelen van God.

“Ik een klein hulpeloos schaap? Hoe kom je daar nou bij? Ik kan een heleboel.” Toch zei Jezus: “Ik ben de wijnstok en u bent de ranken. Als u dicht bij Mij blijft en Ik blijf in u, brengt u veel  vrucht voort. Want zonder Mij kunt u niets doen.”

Volgens Jezus zelf, kunnen we zonder Hem niets. Niets dat eeuwige waarde heeft. Niets dat hemelse vruchten voortbrengt, want het omgekeerde is ook waar. Zonder Jezus kunnen we alles doen dat verkeerd is. Als wij naar de huidige staat van de wereld kijken, lijkt dat aardig te kloppen.

In dit leven draait het niet om ons. Het gaat om de Schepper. Om God.

Psalm 4:3: “Luister goed: De HERE heeft mij voor Zichzelf bestemd; daarom zal Hij naar mij luisteren en mij antwoord geven wanneer ik tot Hem roep.”

Wij zijn bestemd voor God en wij leven uiteindelijk niet voor onszelf. En om ons dat te leren is strijd nodig, om ons te vormen naar het beeld dat God voor ogen heeft. Langzaam voert Hij ons weg van onze hoge eigendunk en leidt Hij ons naar de oprechte eenvoud van Zijn waarheid.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.