Gods vestingmuren

Ten tijde van gevaar zoekt ieder schepsel een veilige haven. De vogel vliegt weg naar het struikgewas en de vos haast zich naar zijn hol. Zo moeten ook wij ons terugtrekken in een veilige haven. Die wordt niet gevonden in de tempel van het menselijk verstand en de arm van het vlees. Als kinderen van God moeten wij voor beschutting vluchten naar God, onze rots en onze sterke burcht. Daar, veilig geborgen onder de vleugelen van de Heer, is onze positie onaantastbaar. God zelf is onze vesting en ons toevluchtsoord. Muren, grachten, kantelen en ophaalbruggen; allemaal bieden ze een bepaalde mate van bescherming, maar ze vallen in het niet bij de macht van God. Zijn vestingmuren trotseren de woeste legers van de hel. Of het nu gaat om fysieke vijanden of om belagers in geestverschijningen, ze druipen allen af met de staart tussen de benen wanneer de Almachtige Herder zich tussen ons en hun ongebreidelde razernij opstelt. Muren kunnen de pest niet buiten houden, maar de Heer kan dat wel.

Hij die Geest is, kan ons beschermen tegen boze geesten, Hij die mysterieus is, kan ons redden van mysterieuze gevaren, Hij die onsterfelijk is, kan ons verlossen van levensgevaarlijke ziekten.

 

Maar Zijn kracht geldt niet alleen voor het fysieke lijden, want er zijn ook andere dodelijke ziekten. Zo is er de dodelijke pest van de dwaalleer. Daar beschermt de God van de waarheid ons tegen als wij in gemeenschap met Hem verblijven. Er is een dodelijke pest van zonde, maar wij kunnen er niet door besmet raken als wij ons terugtrekken bij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Er is een pest van rampspoed, van tegenslag en storm, maar niets kan ons deren in de armen van God. Ons geloof maakt ons immuun tegen iedere vorm van het duister als wij in Hem verblijven en ons verlustigen in een kalm geloof.

Het grote wapen van de duisternis is de angst. Angst verlamt ons en wanneer de paniek toeslaat worden wij snel een speelbal van het duister. Maar bij God is geen angst. De Bijbel leert ons “God heeft ons geen geest van angst gegeven, maar een geest van kracht, liefde en zelfbeheersing.” (2 Timoteüs 1:7) Geloof in God, een hart dat rust bij God en zich laat vullen met de aanwezigheid van onze hemelse veldheer, verjaagt iedere vorm van angst. Angst maakt meer dood dan welke ziekte en welk probleem dan ook, maar bij God smelt iedere vorm van onrust weg als sneeuw voor de zon.

Gebaseerd op een artikel van CH Spurgeon
Download PDF