God is trouw. En wij…?

Er was eens een student die dankzij zijn moeder op de universiteit terecht was gekomen. Ze waren arm en zij had keihard gewerkt en waar mogelijk elke Euro opgespaard om zo de studie van haar zoon te kunnen bekostigen. De vrienden die hij tijdens zijn studie kreeg kwamen echter uit een ander milieu, met rijke ouders en een intellectuele achtergrond, en de jongen was beschaamd over zijn povere afkomst. Toen de moeder hem op een dag enthousiast kwam bezoeken en met haar eenvoudige kleren de campus opkwam, vroegen zijn vrienden hem verbaasd: “Wie is dat in vredesnaam?” De student aarzelde en zei toen met een rood hoofd: “Dat…eh…is onze werkster. Ze komt me wat schone kleren brengen.”

Het woord ontrouw heeft een uiterst negatieve klank en we geloven allemaal maar wat graag dat wij dat probleem niet hebben. Maar hoe trouw zijn wij zelf eigenlijk? Om daar achter te komen moeten we eerst vaststellen wat ontrouw precies is. De Van Dale houdt het eenvoudig: “Ontrouw. Een gebrek aan trouw of het schenden van vertrouwen.” Synoniemen zijn overspel, afvalligheid, bedrog, onstandvastigheid, trouweloosheid en zonde. Dat is nogal een lijst. Hoe trouw zijn wij zelf?

Als wij onze relatie met God eens goed onder de loep nemen en daarbij Gods standaard van trouw gebruiken zullen we direct moeten toegeven dat de onze nogal te wensen over laat. En we hebben het in dit geval vooral over onze relatie met God, onze trouw ten opzichte van Hem en de liefde die wij Hem betonen. God zelf geeft het voorbeeld.

Psalm 108:5 stelt: “Uw goedheid en liefde zijn onmetelijk; zij gaan hoger dan het blauw van de hemel. Uw trouw is net zo min op te meten als de afstand tot de wolken.”

God, op wiens woord wij mogen vertrouwen en die Zijn beloften niet breekt, is volkomen trouw.

Zover zijn wij nog niet, maar door de strijd van het leven, de tegenslagen en de overwinningen, kneedt God ons wel en probeert Hij ons naar Zijn beeld te vormen. Dat vormen doet Hij zelf. Wij kunnen onszelf niet beter maken of trouwer. Wij zijn daarbij volledig van Hem afhankelijk. Maar wat wij wel kunnen doen is ons steeds weer naar Hem richten, onze fouten bekennen en Hem de vrije hand in ons leven geven. Dat is belangrijk, want God doet niets zonder onze volledige en vrijwillige medewerking.

Waarom denken wij dat we God, die toch goed is en alles begrijpt, geen pijn doen als wij Hem terzijde schuiven, vergeten of alleen willen gebruiken naar eigen goeddunken? Zou onze ontrouw Hem niet deren? Geloof is anders. Door het geloof laten we zien dat wij God vertrouwen en op die manier eren we Hem.

Tolkien liet zijn licht op dit onderwerp schijnen in ‘The Lord of the Rings’ toen hij schreef: “Het is ontrouw als je er vandoor gaat op het moment dat de weg donker wordt.”

Het is tenslotte niet zo moeilijk om God te vertrouwen als alles je voor de wind gaat en de warme lentezon je gezicht verwarmt. Het wordt een ander verhaal als alles opeens tegenzit en je dingen meemaakt waarvan je zeker weet dat jij ze niet verdient of die zelfs tegengesteld lijken aan de beloften uit Gods Woord. Job was zo iemand die niet alleen maar ‘mooi weer geloof’ had. Toen hij verziekt en verloren op een mesthoop zat en zijn vrouw hem uitlachte en zei dat hij dat dwaze geloof maar beter aan de wilgen kon hangen, omdat God toch niets voor hem deed, antwoordde hij met overtuiging: “Zelfs al ga ik er onderdoor, toch blijf ik op Hem vertrouwen.”

Echt geloof blijft trouw aan God, ook al lijkt het er op dat God Zijn eigen beloften niet nakomt. Als je alleen maar dicht bij God durft te blijven op de mooie dagen zul je niet erg ver komen met je geloof, want er gaat voortdurend van alles mis in onze levens. God zei: ‘Al blijft de rechtvaardige niets bespaard, de HEER zal hem steeds weer bevrijden.’ * Leg je handen dus in die van God. Hij zal je nooit verlaten en altijd voor een uitweg zorgen.

*Psalm 34:20

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.