God een handje helpen?

Toen Jantje van de stoel was gevallen en op zijn hoofdje terecht was gekomen sloeg de paniek bij mama toe. Het jochie kon weleens een hersenschudding hebben. Dat arme schaap moest meteen naar de dokter. Maar terwijl mama het nummer van de eerste hulppost al indrukte, zei Jantje: “Mama, laten wij eerst aan God vragen om te helpen.”

“Natuurlijk,” zei mama en ze raffelde gejaagd een gebedje af. Meteen na het gebed greep ze weer naar de telefoon.

“Maar ik wil helemaal nog niet naar de dokter,” zei Jantje.

“Onzin,” zei mama nerveus. “We moeten iets doen.”

“Mama,” vroeg Jantje, “kunnen we God niet even de kans geven? We hebben toch gebeden?”

***

Vroeger dacht ik dat het de bedoeling was dat ik God een handje zou helpen bij het beantwoorden van mijn gebeden. Het was mijn plicht om alles te doen wat in mijn macht lag om het schip met Gods antwoorden de haven van mijn leven binnen te laten varen.

Terwijl het zeker waar is dat God van ons verwacht om die dingen te doen die wij zelf kunnen doen en de zaken die wij niet kunnen doen aan Hem over te laten, verwarren we die twee nogal eens. Toen Jezus Lazarus uit de dood opwekte vroeg hij aan de omstanders om de steen weg te rollen. Dat kon de mens doen. Het opwekken van Lazarus uit het graf was iets dat alleen God kon doen en zo zijn er meer voorbeelden te vinden.

Maar God een handje helpen? Dat is toch een ander verhaal.

God weet het altijd het beste en heeft een betere manier. Hij heeft onze hulp bij het beantwoorden van onze gebeden niet nodig. Sterker nog, het blijkt keer op keer dat onze eigen inzet en ons koortsachtige verlangen om iets te doen een grote sta-in-de-weg is. Wij moeten juist leren om God niet voor de voeten te lopen.

 

 

 

Want zo zegt de Here Here , de Heilige Israëls: Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn, – maar gij hebt niet gewild.
Jesaja 30:15

God wil ons leren om in vertrouwen te bidden en dan rustig te wachten totdat we zien hoe en wanneer God ons de antwoorden stuurt. Maar dat wachten is vaak het moeilijkste deel van ons gebed. Wij zijn zo gewend om ergens voor te werken, dat er haast niets moeilijker is dan zomaar stil af te wachten en vast te houden aan de wetenschap dat God van ons houdt en zal antwoorden op de tijd en de manier die voor ons het beste is.

De verleiding om toch zelf een uitweg te zoeken om de strijd in ons voordeel te beslechten is soms overweldigend, maar maakt de weg naar het antwoord vaak alleen maar langer.

Het is welbekend dat een mens die aan het verdrinken is pas geholpen kan worden als hij ophoudt met dat panische gespartel om zichzelf te redden. Als hij niet rustig is, is de kans groot dat hij de reddende engel meesleurt naar de diepte en ze beiden verdrinken.

God kan niet verdrinken, maar evengoed maken wij het Hem onmogelijk ons de reddende hand toe te steken als we maar blijven proberen onszelf uit het water te halen.

Geestelijke krachten kunnen niet vrijelijk vloeien als de aardse krachten nog volop aan het werk zijn. Hoe almachtig God ook is, Hij heeft het leven zo ingericht dat het tijd kost om onze levens de juiste paden op te leiden. Hij neemt er de tijd voor om een roos met die prachtige kleuren te beschilderen, een eikenplantje te laten uitgroeien tot een machtige boom, en ons stap voor stap om te vormen tot de liefhebbende kinderen van God die Hij voor ogen heeft. God kijkt geduldig toe en weet heel goed hoe en wanneer Hij moet ingrijpen.

Wij moeten leren datzelfde principe toe te passen in ons gebedsleven. Vertrouw op God, Hij weet het beter.

Download PDF

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.